Twee professoren van de katholieke Universiteit Duquesne (spreek uit Dukaine) in Pittsburgh kwamen in het voorjaar van 1966 op het idee te bidden om een grote uitstorting van de Heilige Geest. Dagelijks zongen zij de Pinkstersequentie in het vertrouwen dat God zijn woord houdt: ‘… hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen' (Lc. 11,13). Deze professoren, moderators van een Bijbel studiegroep, deelden met de studenten hun plannen voor een retraite over de Heilige Geest in februari met als thema “de Heilige Geest”. Aan de studenten, die wilden deelnemen, werd gevraagd om zich hierop voor te bereiden door de Handelingen van de Apostelen hoofdstuk 1 – 4 te lezen en het boek ‘The Cross and the Switchblade’ (dit boek is ook in het Nederlands vertaald onder de titel ‘Het kruis in de asfalt jungle’). Aan de retraite van 17 tot 19 februari 1967 namen 25 studenten deel. Allen hadden zij het verlangen naar een grote uitstorting van de Heilige Geest. Wat in dat weekend gebeurde zal in korte tijd over de hele wereld bekend worden. Het Duquesne weekend laat zien, dat net als op Pinksteren, de Heilige Geest over iedereen kan komen, die met verlangen naar Hem uitziet, zich aan Hem overgeeft.


Bij Pinksteren denken we aan de tekst die we in Hnd. 2,1-4 lezen. De gebeurtenis wordt beschreven met tekenen zoals ‘het gedruis van een hevige wind’, ‘tongen van vuur’, ‘het spreken in vreemde talen’. Dit de doet denken aan Mozes, die op de berg Sinaï de tien geboden (ofwel de Decaloog) ontving. Alleen Mozes en zijn broer Aaron zijn op de berg gehuld in Gods aanwezigheid. Op Pinksteren daalt de Heilige Geest over alle aanwezigen neer. Het doet ook denken aan Babel (Gen. 11,1-9). Het volk wil voor zichzelf ‘een naam maken’ en denkt dat zij één zijn en niet over de aardbodem worden verspreid. Pinksteren is omgekeerd, want de aanwezigen spreken in een taal die ieder verstaat ‘van Gods grote daden’ (Hnd. 2,11). Het gaat om de eer die God toekomt.


Op vier andere momenten kunnen we in de Handelingen van de Apostelen lezen dat de Heilige Geest neerdaalt. De eerste keer na Pinksteren (Hnd. 4,28-31), lezen we dat de Heilige Geest neerdaalt nadat Petrus en Johannes aan hun ‘eigen mensen’ verslag uitbrengen. Zij hebben lijden te verduren omwille van hun getuigenis dat Jezus Christus verrezen is. Samen baden zij en de plaats waar zij bijeen waren beefde … en allen werden vervuld van de Heilige Geest. De tweede keer (8,15-17) ontvangen de mensen die het Woord Gods hadden aangenomen de Heilige Geest door handoplegging van de apostelen. Een zekere Simon, die als tovenaar optrad, wilde geld geven om de Heilige Geest te ontvangen, maar de apostelen weigerden. Simon heeft spijt en vraagt om vergeving. De derde keer (10,44) is na de bekering van de heiden Cornelius. De Heilige Geest daalt na de toespraak van Petrus neer over de ‘heidenen’. De ‘heidenen’ verheerlijkten God en zij spraken in vreemde talen. Tenslotte in Hnd. 19,16 daalt de Heilige Geest neer als Paulus in de naam van Jezus kwade geesten uitdrijft. De naam van Jezus werd door allen hoog geprezen. De mensen bekeren zich tot Jezus.


Al deze gebeurtenissen zijn een beschrijving van ‘met de Heilige Geest gedoopt worden’. De mensen die vervuld worden van de Heilige Geest veranderen. We zien het bij Petrus, die belooft bereid te zijn met Jezus te sterven, maar Hem, als het erop aankomt, driemaal verloochent. Nadat de Heilige Geest over hem is neergedaald is hij bereid zijn leven voor Jezus te geven. Om met de Heilige Geest gedoopt te worden is het van belang bereid te zijn alle controle in de hand van God te leggen. Niet zelf de leiding willen nemen, maar de Heilige Geest. Geduldig wachten, opmerkzaam zijn op wat de Geest ieder van ons zegt, ten dienste van onze gemeenschap

Volg de stappen van Pasen naar Pinksteren met het meditatieboekje dat achter in de kerk ligt en (hier is te downloaden).

Kapelaan Juan van Eijk

Vorige artikel

Terug naar welkompagina