De Kerk heeft een charismatische en een institutionele dimensie, die elkaar nodig hebben. Het beeld van de zeilboot kan dit verduidelijken. Een zeilboot heeft een mast met een zeil om vooruit te komen en een kiel om in balans te blijven. De grootte van de boot, het zeil en de kiel moeten in juiste verhouding met elkaar staan. Hetzelfde geldt voor de institutionele en de charismatische dimensie van de Kerk. De dogma’s en andere geloofspunten, zijn als de kiel, die ervoor zorgen dat de zeilboot in balans blijft. De mast met het zeil zijn de charisma’s die de Kerk vooruit doen gaan. Tijdens het Tweede Vaticaans Concilie, dat afsloot op 8 december 1965, werd een tekst over charisma’s aangenomen.


Het weekend van Duquesne was van 17-19 februari 1967. De deelnemers mochten op een bijzondere manier de kracht van de Heilige Geest ervaren. Zij wilden echter niet een ‘eigen’ Kerk stichten, maar in eenheid met de Rooms Katholieke Kerk blijven. De charisma’s die zij ontvangen hadden wilden zij gebruiken tot welzijn van allen en tot opbouw van de Kerk. Dit bevestigt dat de charisma’s tot de Kerk behoren en van belang zijn voor haar vooruitgang.


De Heilige Geest deelt charismatische gaven uit aan wie Hij wil, zowel gewone gedoopte mensen, als mannen die de wijding ontvangen hebben. Op geen enkele manier is het mogelijk ze te verdienen. Het is een gave, een geschenk, aan de Kerk, tot welzijn van allen (Vgl. 1 Kor. 12,7; 1 Kor. 14,12)) en tot opbouw van de Kerk (Vgl. Ef. 4,12). In de geschiedenis van de Kerk zien we dat God gaven aan mensen schenkt, die in die tijd nodig zijn voor de Kerk. God rust mensen toe met gaven, opdat zij de opdracht die God hen geeft kunnen volbrengen.
De brieven van Paulus zijn aan plaatselijke gemeenschappen die hij bezocht heeft, geschreven. Hij wilde de plaatselijke gemeenschappen aanwijzingen geven rond allerlei pastorale zaken. Bij de pastorale zaken hoort ook het gebruik van de charisma’s. De gemeente of Kerk in Korinthe was hiermee vertrouwd, maar er waren ook allerlei verkeerde uitwassen. In een plaatselijke Kerk zijn vreugde en zorgen, bemoedigingen en frustraties, progressieven en conservatieven, gepassioneerden en minder gepassioneerden. In dit bonte gezelschap probeert Paulus te luisteren naar God en wordt tevens van hem gevraagd leiding te geven, Gods woord te verkondigen, de sacramenten te vieren en mensen te begeleiden de geestelijke gaven te gebruiken tot opbouw van de lokale kerk.


De geestelijke gaven waren normaal in de eerste eeuwen van de Kerk. Paulus moest lokale kerken soms afremmen, maar voor ons is het niet normaal meer. Dit heeft tot gevolg dat wij niet ten volle leven wat God voor ieder van ons en de gemeenschap verlangt. Bovenal moeten we prioriteit geven aan de onderlinge liefde, want waar oprechte onderlinge liefde is, zijn verhoudingen goed, groeit de gemeenschap, worden de gaven die God aan ieder geeft ontvangen, om ze te gebruiken tot opbouw van de gemeenschap. Waar mensen in een gemeenschap openstaan voor Gods Geest, bereid zijn onder zijn leiding vooruit te gaan, zien we dat de vrucht van de Geest groeit.


De gaven van de Geest die we kunnen lezen 1 Korintiërs 12 moeten we zien in de context van 1 Korintiërs 13 en 14. Hier leert Paulus de gemeente van Korinthe en ook ons wat liefde betekent: harmonie en geen verdeeldheid, nederigheid en geen hoogmoed, opbouw en geen vernietiging, bereidheid eigen vrijheid te beperken omwille van de liefde tot de naasten.
De gaven van de Geest zal onze liefde voor de naaste beproeven. Als ik weet dat iemand van mij houdt, zal ik bijna alles van hem of haar accepteren. Wat gaven ook mogen zijn (in 1 Kor. 12 lezen), geestelijke gaven (pneumatika), genadegaven (charismata), diensten (diakoniai), krachten (energemata), openbaringen van de Geest (phanerōsis): doet alles tot welzijn van de naaste, tot opbouw van het geloof (Rom. 1,11) de gemeenschap.

Volg de stappen van Pasen naar Pinksteren met het meditatieboekje dat achter in de kerk ligt en (hier is te downloaden).

Kapelaan Juan van Eijk

Vorige artikel

Terug naar welkompagina