Afgelopen Aswoensdag is de veertigdagentijd begonnen. Het is een tijd van boetedoening, een tijd waarin we ons inspannen om ons met God te verzoenen. We mogen ons dingen ontzeggen, omwille van de naasten: vasten en aalmoezen geven. Het positieve is dat we meer tijd en aandacht mogen besteden aan onze relatie met God. De inspanning die we doen is om ‘los’ te komen van het aardse om dieper geworteld te zijn in Christus. We openen ons om Gods liefde te ontvangen en deze vervolgens aan de naasten te geven.

In Nederland en andere Europese landen is er een overvloed aan eten en drinken, terwijl er ook landen zijn waar mensen sterven van de honger en de dorst. Dit besef zou ons ertoe aan kunnen zetten om bijvoorbeeld minder ‘luxe’ etenswaren te nuttigen zoals snoep en koekjes. We zouden ook iets minder kunnen eten. Het geld dat we ‘uitsparen’ kunnen we als aalmoes aan mensen geven die een tekort aan financiële middelen hebben. Het is ook mogelijk iets meer te geven aan hen die het nodig hebben.

Het woord ‘ascese’ werd vroeger vaker gebruikt dan tegenwoordig. Dit woord hadden de christenen van de eerste eeuwen overgenomen uit de Griekse sport. Het betekent ‘oefenen’ ofwel ‘trainen’. Een verwijzing kunnen we terugvinden in de eerste brief van Paulus aan de christenen van Korintië: “Gij weet het: de hardlopers in het stadion lopen allen, maar slechts een wint de race. Loop zo dat ge wint! En de atleten ontzeggen zich bij de training allerlei dingen. Zij doen dat om een vergankelijke krans, wij om een onvergankelijke” (1 Kor. 9,24-25). Het woord ‘ontzeggen’ is voor de christenen meer in overdrachtelijke zin bedoeld. Het gaat om ‘het winnen van een onvergankelijke krans’ ofwel het eeuwig leven. In het eeuwige leven “zullen we God zien zoals Hij is” (1 Joh. 3,2). “Thans zien we Hem in een spiegel, onduidelijk, maar dan van aangezicht tot aangezicht (Vlg. 1 Kor. 13,12). Je dingen ontzeggen heeft tot doel Christus te ontmoeten. We ontzeggen ons iets om binnen te gaan in zijn aanwezigheid, ofwel in Gods Rijk.

Abraham gehoorzaamt God en gaat op weg. Hij verlaat zijn land, stam en familie om op weg te gaan naar het land dat God hem wijzen zal. Hetzelfde geldt voor het volk van God, dat uit het slavenhuis van Egypte vertrekt op weg naar het beloofde land. Onderweg mort het volk. Ze missen “de komkommer, de meloenen, de prei, de uien en het knoflook. Ze drogen uit! Er is niets! Wij krijgen alleen maar manna te zien” (vgl. Num. 11,5).

Het is de worsteling van de oude en de nieuwe mens. In Christus zijn we een nieuw mens geworden en toch blijft er werk aan de winkel. De veertigdagentijd is
een gunstige tijd om je te vernieuwen. We kunnen ons leven in het licht van Christus zetten en Hem vragen ons hart te verlichten. Wij mogen ons inspannen ons iets te ontzeggen, beseffend dat we het niet kunnen verdienen. God geeft ons eeuwig leven. De kleine inspanningen die we doen in het ons iets ontzeggen,
helpen ons om in Christus een nieuwe mens te worden.

kapelaan Juan van Eijk

Vorige artikel

Terug naar welkompagina