De veertigdagentijd wil ons uitnodigen te reflecteren op ons geloof in God. Met reflecteren bedoel ik, je leven in het licht van de verrijzenis van Jezus zetten. Als je je leven in het licht van de verrijzenis zet, komt de zonde aan het licht. Het goede nieuws is dat Jezus jou daarvan heeft bevrijd. Aan het kruis heeft Hij de zonde en de dood vernietigd. Met Pasen hopen we geestelijk een stapje gegroeid te zijn in gelijkvormigheid met Jezus.

Ieder mens heeft bepaalde gewoontes. Deze kunnen goed en minder goed zijn. Onze minder goede gewoontes brengen onze gebrokenheid aan het licht. Op weg naar Pasen mogen we ons toeleggen op bidden, vasten en aalmoezen geven, die ons willen helpen een leven te leiden dat dieper in Christus geworteld is. Gelukkig hangt het niet alleen af van onze inspanning. We mogen geloven dat God ons meer geeft dan dat we ons kunnen voorstellen. Jezus geeft zichzelf, wij mogen delen in het goddelijk leven. Dat is wat de priester bidt als hij in de eucharistieviering een beetje water bij de wijn doen: ‘Water en wijn worden één, Gij deelt ons menszijn en neemt ons op in uw goddelijk leven’. Ook de communie waarin we het lichaam en bloed van Christus ontvangen, wil ons doen groeien gelijkvormig met God. Of anders gezegd; we worden meer ‘heilig’, zoals God heilig is.

Het evangelie is de Blijde Boodschap, het is een boodschap dat God ons bevrijdt. Door de Bijbel heen is bevrijding een belangrijk thema. Het begint al bij de schepping. De mens, die geschapen is naar beeld en gelijkenis met God (Gen. 1,26), leeft in het paradijs waar tal van bomen staan. Van één boom mag de mens niet eten: de boom van de kennis van goed en kwaad. De slang verleidt de mens om van de vrucht van deze boom te eten. Aan de buitenkant ziet de vrucht er goed uit, hij is ‘een lust voor het oog en aantrekkelijk om inzicht door te krijgen.’ (Vgl. Gen. 3,6). Maar als de mens van de vrucht eet, blijkt dat deze vrucht een slechte nasmaak heeft. De ogen van de mens gaan open en het eerste wat zij ontdekken is dat zij naakt zijn. Een ander gevolg is dat zij de stem van de Heer als ‘donder van de Heer’ vernemen. Het kost de mens moeite Gods stem te herkennen en op het horen van de donder van de Heer verbergt de mens zich. Maar voor wie verbergt de mens zich? Is het voor zichzelf of voor God? Het bijzondere is dat God de mens, die zich verstopt heeft, zoekt. Hij zegt tot hem: ‘Waar zijt gij?’ (Gen. 3,9).

God zoekt ons, Hij spreekt ons toe, Hij roept ons tot leven. God straft de mens niet voor zijn ongehoorzaamheid, maar roept hem weer tevoorschijn te komen voor de wereld, God en zichzelf. God roept de mens opnieuw tot leven, maar door de zondeval is het een ander leven geworden.

Beseffen we, dat we delen in Gods bevrijding die ons vrij maakt om altijd naar Hem terug te keren. Wat we ook verkeerd doen, we hoeven voor God niet bang te zijn. Dat was in het Oude Testament zo en dat geldt des te meer voor het Nieuwe Testament. Jezus Christus heeft ons, door zijn lijden, sterven en verrijzen bevrijd. We delen in de erfenis van de verlossing die God ons geeft.

Kapelaan Juan van Eijk 

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Paus Franciscus heeft de synodale weg ingezet. Die oproep van de paus tot een wereldwijde synodale weg waarin alle gelovigen meedenken over de toekomst van de kerk is iets nieuws; nog nooit is zo’n oproep gedaan. Hij vraagt onze medewerking. Het gaat erom een gezamenlijke weg te vinden, zodat we onze taak als kerk kunnen vervullen in deze tijd. We willen ook graag horen wat je van de parochie vindt. Hoe we verder kunnen bouwen aan onze parochie. Iedere inbreng is van waarde, van ieder van ons.

De synodale weg is een weg waarop we gaan luisteren. Luisteren in dubbele zin. Het begint met het luisteren naar het Gods woord en luisteren naar elkaar om te ontdekken waar dat woord op vruchtbare bodem viel tot opbouw van de Kerk. De synodale weg is een weg van onderscheiding bij onszelf en in onze gemeenschap: waar en hoe heb ik, hebben wij, geluisterd naar Gods woord en vrucht gedragen?

Waartoe inspireert de H. Geest ons.
We willen iedereen in de gelegenheid stellen om daaraan deel te nemen. Daarom organiseren we op zondag 27 maart een bijeenkomst in het parochiecentrum aansluitend aan de koffie na de Eucharistieviering van 10.30 uur.

Na een korte toelichting vragen we in gebed om de H. Geest die ons helpt te onderscheiden wat de weg is die Hij ons wijst voor de kerk en in het bijzonder voor onze locatie Maria Geboorte. We bidden dat we, geleid door de Heilige Geest, in gesprek met elkaar die gezamenlijke weg kunnen vinden. We doen dit niet alleen voor onze paus maar ook voor onze parochie die uit verschillende locaties bestaat.

We richten ons op een drietal thema’s die de Nederlandse bisschoppen hebben vastgesteld. Deze keuze is ingegeven door de zorg voor de evangelisatie:
a. Communio ofwel gemeenschap, zowel met God als met elkaar, b.v. het vieren van ons geloof o.a. in de sacramenten.
b. Participatie: We nemen actief deel aan die gemeenschap, aan de missie oftewel de evangelisatie waarin we ons geloof openlijk uitdragen.
c. Dialoog in Kerk en samenleving.

We sluiten ons aan bij de uitnodiging van de paus. U bent van harte welkom voor de bijeenkomst over de synodale weg op 27 maart, aansluitend aan de koffie. We ronden af rond 13.00 uur.

pastor Jeroen Miltenburg

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

De veertigdagentijd is al even onderweg en voor velen van ons is dat wat wennen, voor mij in elk geval wel. Carnaval was een volksfeest waar velen zich bij aansloten, maar voor de vastentijd haakte de menigte af. Dan sta je ineens alleen tussen vrienden, familie en collega’s voor wie dit geen voorbereidingstijd is, maar een periode zoals alle andere. Wil je ook nog een gebakje? Wat moeten we daar dan mee?

We kunnen het overduidelijk maken: wij vasten. Kijk, wij zijn anders! Kijk, wij leggen ons toe op bidden en onthouding! En wat ontzeggen we ons toch veel. Misschien levert dat zelfs goede dingen op. Nieuwsgierige vragen van collega’s en vrienden, zodat we de mooie dingen van ons geloof met hen mogen delen. Dat is mooi, maar er schuilt ook een gevaar in. Jezus zegt: “Wanneer je vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen, want zij vertrekken hun gezicht om met hun vasten op te vallen bij de mensen.” (Mattheüs 6,16) Hij doet er zelfs een schepje bovenop en zegt: “Maar als jij vast, zalf dan je hoofd en was je gezicht, opdat het bij de mensen niet opvalt dat je vast, maar wel bij je Vader die in het verborgene is; en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je lonen.” (Mattheüs 6,17-18)

Mag dan niemand zien hoe we de veertigdagentijd beleven? Moeten we alles stiekem doen en vooral niet opvallen? Gewoon het gebakje aannemen als we ons hadden voorgenomen niet te snoepen? Nou, niet helemaal. Jezus roept ons op om de veertigdagentijd te beleven als een periode van voorbereiding. Om verder toe te groeien naar Hem en onze relatie met Hem te verdiepen. Dat doen we voor ons, dat doen we voor Hem. Dat doen we niet om heiliger te lijken dan we zijn.

Door onszelf iets te ontzeggen breken we uit onze dagelijkse sleur. We dwingen ons het aardse genot een beetje los te laten en ons te realiseren: we zijn op doorreis door het aardse. We zijn op reis met God en naar God. Het echte genot vinden we in Hem. Vasten kan ons daaraan helpen herinneren.

De veertigdagentijd kan ons veel verdieping brengen en ons inniger met Jezus en elkaar verbinden. Het kan ook een uitnodiging zijn om met anderen in gesprek te gaan. “Waarom vast jij eigenlijk?” Maar dat kunnen we alleen als we zelf op Jezus’ uitnodiging in zijn gegaan en die voorbereidingstijd mogen beleven.

Nick Kersten, stagiair

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Afgelopen Aswoensdag is de veertigdagentijd begonnen. Het is een tijd van boetedoening, een tijd waarin we ons inspannen om ons met God te verzoenen. We mogen ons dingen ontzeggen, omwille van de naasten: vasten en aalmoezen geven. Het positieve is dat we meer tijd en aandacht mogen besteden aan onze relatie met God. De inspanning die we doen is om ‘los’ te komen van het aardse om dieper geworteld te zijn in Christus. We openen ons om Gods liefde te ontvangen en deze vervolgens aan de naasten te geven.

In Nederland en andere Europese landen is er een overvloed aan eten en drinken, terwijl er ook landen zijn waar mensen sterven van de honger en de dorst. Dit besef zou ons ertoe aan kunnen zetten om bijvoorbeeld minder ‘luxe’ etenswaren te nuttigen zoals snoep en koekjes. We zouden ook iets minder kunnen eten. Het geld dat we ‘uitsparen’ kunnen we als aalmoes aan mensen geven die een tekort aan financiële middelen hebben. Het is ook mogelijk iets meer te geven aan hen die het nodig hebben.

Het woord ‘ascese’ werd vroeger vaker gebruikt dan tegenwoordig. Dit woord hadden de christenen van de eerste eeuwen overgenomen uit de Griekse sport. Het betekent ‘oefenen’ ofwel ‘trainen’. Een verwijzing kunnen we terugvinden in de eerste brief van Paulus aan de christenen van Korintië: “Gij weet het: de hardlopers in het stadion lopen allen, maar slechts een wint de race. Loop zo dat ge wint! En de atleten ontzeggen zich bij de training allerlei dingen. Zij doen dat om een vergankelijke krans, wij om een onvergankelijke” (1 Kor. 9,24-25). Het woord ‘ontzeggen’ is voor de christenen meer in overdrachtelijke zin bedoeld. Het gaat om ‘het winnen van een onvergankelijke krans’ ofwel het eeuwig leven. In het eeuwige leven “zullen we God zien zoals Hij is” (1 Joh. 3,2). “Thans zien we Hem in een spiegel, onduidelijk, maar dan van aangezicht tot aangezicht (Vlg. 1 Kor. 13,12). Je dingen ontzeggen heeft tot doel Christus te ontmoeten. We ontzeggen ons iets om binnen te gaan in zijn aanwezigheid, ofwel in Gods Rijk.

Abraham gehoorzaamt God en gaat op weg. Hij verlaat zijn land, stam en familie om op weg te gaan naar het land dat God hem wijzen zal. Hetzelfde geldt voor het volk van God, dat uit het slavenhuis van Egypte vertrekt op weg naar het beloofde land. Onderweg mort het volk. Ze missen “de komkommer, de meloenen, de prei, de uien en het knoflook. Ze drogen uit! Er is niets! Wij krijgen alleen maar manna te zien” (vgl. Num. 11,5).

Het is de worsteling van de oude en de nieuwe mens. In Christus zijn we een nieuw mens geworden en toch blijft er werk aan de winkel. De veertigdagentijd is
een gunstige tijd om je te vernieuwen. We kunnen ons leven in het licht van Christus zetten en Hem vragen ons hart te verlichten. Wij mogen ons inspannen ons iets te ontzeggen, beseffend dat we het niet kunnen verdienen. God geeft ons eeuwig leven. De kleine inspanningen die we doen in het ons iets ontzeggen,
helpen ons om in Christus een nieuwe mens te worden.

kapelaan Juan van Eijk

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Carnaval staat voor de deur. Dit jaar vieren we carnaval vanwege de corona wat bescheidener. De reden waarom we carnaval vieren is om nog één keer goed feest te vieren omdat daarna de 40- dagentijd begint die we ook wel de vastentijd noemen. De letterlijke betekenis van “carnaval” is dat we het vlees vaarwel zeggen. In de 40-dagentijd bereiden we ons voor op Pasen.

40-dagentijd
In de 40-dagentijd zijn er drie dingen belangrijk:
- We maken meer tijd vrij om te bidden en aandacht aan God te geven.
- Het is een tijd van versobering en inkeer; daardoor ervaren wij wat echt belangrijk
is in het leven en wat bijkomstig is.
- We staan stil bij het lijden van Jezus én bij het lijden van onze naasten, dichtbij
en ver weg. We helpen anderen die iets tekort komen.

Nieuw initiatief
Bij het eerste punt, tijd vrij maken om te bidden, is er een nieuw initiatief, namelijk: het gezamenlijk bidden van het getijdengebed/brevier op zaterdagmorgen.
Ik ervaar het getijdengebed als heel verrijkend. De psalmen die gebeden worden geven mij dikwijls een herkenning van wat ikzelf meemaak. Ik ervaar een grote verbondenheid met God en innerlijke vrede als ik dit gebed bid. Ik merk dat het mij goed doet, omdat ik weet dat op dezelfde dag over heel de wereld mensen dit ook bidden, dat geeft mij een verbondenheid met de wereldkerk, dat zou ik iedereen toewensen.

Ook Jezus en zijn leerlingen gingen op vaste tijden naar de synagoge om te bidden. In de tempel werd drie keer per dag gezamenlijk gebeden. Deze traditie heeft de kerk overgenomen. Ook het getijdengebed wordt op vaste tijden gebeden door alle monniken, zusters, broeders, diakens en priesters. Het gebed staat open voor iedereen om mee te bidden en zo de tijd te heiligen. Daarom nodigen we u uit om in de 40-dagentijd dit mee te bidden. Het morgengebed begint op zaterdagmorgen 8.15 uur en duurt ongeveer 15 minuten. Het bestaat uit een lied, enkele psalmen, een gedeelte uit de heilige Schrift wat voorgelezen wordt, een lofzang, voorbede en een afsluitend gebed.

Aansluitend is het mogelijk om ook de daglezing mee te maken. Ook hier bidden we enkele psalmen, maar een groter gedeelte uit de heilige Schrift en een commentaar op de lezing. Ook het tweede deel duurt ongeveer 15 minuten. Bij het begin geven we uitleg en helpen we bij het installeren van de gratis App zodat u geen boek hoeft te kopen. Ook zonder smartphone bent u van harte welkom. Ervaar hoe het is om deze eeuwen oude vorm, met en voor elkaar te bidden.

pastor Jeroen Miltenburg

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

We zijn allemaal geroepen tot heiligheid. We zijn allemaal geroepen om missionair te zijn. Dat zijn grote woorden waar James Mallon de aandacht op vestigt in zijn boek Divine Renovation. Misschien is dat wat teveel op de achtergrond geraakt. Vaak hoor je deze uitspraak: “Verkonding het evangelie altijd, gebruik indien nodig woorden.” We moeten ons vooral inzetten om goede dingen te doen voor de maatschappij. Dat is zeker waar, maar helaas is dat vaak een excuus om het evangelie te verzwijgen. Paulus vertelt ons in de Romeinenbrief: ‘Het geloof komt dus voort uit de boodschap, en de boodschap geschiedt in opdracht van Christus.’ (Rom 10,17) We hebben de opdracht om de boodschap van Jezus te brengen aan de wereld, maar wat brengen we dan eigenlijk?

Missionair zijn is Jezus brengen. Geloven is iets anders dan kennis hebben, je hoeft geen examen af te leggen. Nee, Jezus wil mensen ontmoeten. Ons missionair zijn heeft dat als doel: alle mensen door de Heilige Geest een persoonlijke ontmoeting met Jezus te laten hebben. Onze relatie met Jezus is het fundament van ons geloof.

Op dat fundament kunnen we onze relatie met elkaar bouwen. Zo kan de kerk een betekenisvolle gemeenschap zijn waar we rond Christus samenkomen om elkaar te steunen en te sterken. Om samen te groeien in ons geloof en in onze liefde voor elkaar en de wereld.

Samen verzamelen we ons rond het Woord van God. In het sacrament, maar ook in de Bijbel. We kunnen ontdekken hoe de Bijbel ons over Jezus leert. Samen het Woord van God bestuderen is meer dan alleen kennis opdoen over de Bijbel. Kennis opdoen is niet slecht, maar het is niet alles. We groeien als gemeenschap in de boodschap die de Bijbel ons geeft. Samen leven we de Bijbel. Samen leven we het Woord.

Pas als we zijn samengekomen rond Jezus, hem kennen en gevormd zijn door Zijn Woord kunnen we missionair zijn. We kunnen mensen niet tot een ontmoeting met Jezus brengen als Hij voor ons slechts een theorie is. We kunnen niemand uitnodigen om bij onze gemeenschap te komen als we niet een gemeenschap zijn. We kunnen de diepgang van de Bijbel niet aanbieden als we die zelf niet ervaren. Maar als we dat wel hebben, dan kunnen we niet anders dan uitgaan in de wereld en mensen Jezus, zijn kerkgemeenschap en zijn woord aanbieden.

De eerste stap ligt altijd bij ons. De eerste stap is de keuze om Jezus te willen kennen en Hem te volgen. Jezus nodigt ons daartoe uit, elke dag weer. Als we Zijn aanbod accepteren, dan kunnen we verblijven in Zijn huis, het herbouwen en alle mensen uitnodigen om zich bij ons aan te sluiten.

Nick Kersten, stagiair

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

De eerste keer dat ik het sacrament van de biecht ontvangen heb, was ik ongeveer 26 jaar. Er was een nieuwe pastoor benoemd, die dit sacrament introduceerde als voorbereiding op Pasen. Voor mij was het de eerste keer. Mijn moeder had mij erop gewezen dat het goed was het sacrament te ontvangen, omdat ik weer in de kerk was teruggekeerd. Ik vond de stap te groot om met een priester een afspraak te maken. De aankondiging in het parochieblaadje verlaagde voor mij de drempel. Na de eucharistieviering konden de mensen, die dit wilden, dit sacrament ontvangen.

In de eucharistieviering was de homilie een soort gewetensonderzoek: welke dingen zijn goed gegaan en waar kan ik met Gods hulp nog aan werken? Het heeft mij geholpen zicht te krijgen op wat zonde is: ongehoorzaam zijn aan Gods stem, Gods liefde afwijzen, niet leven overeenkomstig het evangelie. Mede omdat ik een aantal jaren uit de kerk was, vond ik het in meerdere opzichten spannend. Hoe verloopt het sacrament en wat voor penitentie zou ik krijgen om het goed te maken met God? Aan het begin van de viering van het sacrament gaf de pastoor mij een blaadje waar het verloop van de viering op stond. Bij het belijden van mijn zonden stelde hij mij vragen. Het hielp mij beter zicht te krijgen op mijn geestelijk leven. Na de belijdenis van mijn zonden kreeg ik een penitentie en moest een oefening van berouw bidden, die ik van het blaadje kon lezen en kreeg ik de absolutie.
De penitentie die ik kreeg verbaasde mij, want het stond in mijn ogen niet in verhouding tot wat ik misdaan had. De afstand die er tussen mij en God was, heeft Hij hersteld. Ik hoef alleen mijn hand naar Hem uit te strekken. Zo voelde de absolutie ook voor mij: God heeft mij verlost van de ballast van zonden die ik vele jaren gedragen had. Ik was vrij en mocht weer opnieuw beginnen. Sinds die tijd probeer ik met enige regelmaat het sacrament te ontvangen. Eén van de vijf geboden van de Kerk zegt dat men tenminste eenmaal per jaar moet biechten, maar zelf zie ik het als een groot voorrecht en ontvang ik het sacrament ongeveer een keer per maand. Over het algemeen is het bij een priester thuis. In de tijd dat ik in het klooster te Keulen was, waren er verschillende kerken waar je met enige regelmaat kon biechten. Het was ook gebruikelijk om dit sacrament in de biechtstoel te ontvangen. Ik heb dit als prettig ervaren. Het geeft mij meer vrijheid om anoniem te spreken.

Het regelmatig ontvangen van het sacrament van de biecht helpt mij om geestelijk te groeien, de relatie met God te verdiepen. Het sacrament van de eucharistie kan ik alleen maar zien samen met de biecht en zie het niet als een plicht, maar een voorrecht. Bij God kun je altijd terugkeren, wat je ook gedaan hebt. De penitentie is om te werken aan het herstel in jouw persoonlijke relatie met God. De vergeving die God schenkt, kun je niet verdienen, je mag het ontvangen omdat je kostbaar ben in de ogen van God. God houdt van ieder mens, die Hij geschapen heeft. Hij is een goede Vader.

In de Maria Geboortekerk kun je op weekdagen, maandag, dinsdag, woensdag en vrijdag na de eucharistieviering van 19.00 uur de biecht te ontvangen. Op donderdag is dit ’s middags van 16.00-17.00 uur. Het is een regelmatig en vrij aanbod waar we gebruik van mogen maken. Het zal ons helpen in vrijheid te leven als Gods geliefd kind.

kapelaan Juan van Eijk

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Bij het begin van de corona moest ik er enorm aan wennen dat ik niemand een hand kon geven. Je maakt door het geven van de hand persoonlijk contact. Bij mensen die je nog niet eerder gezien hebt gaat het samen met je voorstellen. Gebarentaal zie je soms bij een persconferentie. Ik vind het wel leuk om te zien welke gebaren iets uitdrukken. Lichaamstaal is heel natuurlijk en authentiek. Het is een eerlijke uitdrukking van wie we zijn of wat we ervaren. We drukken er iets mee uit. Een hand geven, een kus, een lichamelijke uiting van respect en genegenheid. We zijn mensen van vlees en bloed, en niet alleen geestelijke wezens. Als het om ons geloof gaat kunnen we zeggen: ons lichaam bidt mee, het lichamelijke is mee ingeschakeld in onze relatie met God. Zo kennen we verschillende gebaren.

Kruisteken
Zo maken we een kruisteken om het begin van een gebed duidelijk te maken.
Een kruisteken herinnert aan ons doopsel. Voor corona hadden we wijwater daarmee doopten we onze vingers in het water. We slaan een kruis, het is een
kort gebed waarmee we ons geloof in de Drie-enige God belijden.

Knielen
In de kerk is het Heilig Sacrament, (de hostie waarin Jezus aanwezig is) dat bewaard wordt in het tabernakel. Bij het tabernakel brandt de godslamp. Christus is dan in de kerk aanwezig. We begroeten Hem bij binnenkomst, b.v. door uit eerbied een kniebuiging te maken. (Sommige mensen maken een buiging met het hoofd). Bij het knielen drukken we uit dat God groter is dan wijzelf zijn. God is groot en ik ben afhankelijk van Hem. Het belangrijkste is dat we ‘in ons hart’ knielen. Dat bevrijdt ons van hoogmoed, van alles zelfstandig of autonoom willen doen. Als we knielen voor God drukken we iets uit: namelijk de wil om in relatie te komen met God, de Schepper van al wat bestaat. Wij drukken ermee uit dat wij geschapen zijn en dat Hij de Schepper is. In het evangelie komen we regelmatig mensen tegen die een gunst van Jezus vragen en voor Hem knielen. De apostel Paulus schrijft aan de gelovigen van Fillipi “opdat bij het noemen van zijn Naam zich iedere knie zou buigen in de hemel, op aarde en onder de aarde..." (Filippenzen 2,9). Jezus zelf knielde toen Hij tot de Vader bad, zo lezen we in het evangelie van Lucas 22,41.

Staan
Bij het voorlezen van het evangelie gaan we staan. Dit drukt uit dat we alert zijn op wat er komen gaat. Een woord van leven wordt tot ons gesproken. Staan is dan ook een verwijzing naar de opstanding, naar het nieuwe leven van Pasen. Ook is het uitdrukking van respect voor het evangelie, het Woord van God. Acolieten omringen het evangelie staande met kaarslicht. Het woord van God is een licht op onze levensweg.

pastor Jeroen Miltenburg

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Als kerk zijn we het lichaam van Christus. Elke zondag komen we samen om dat te vieren en ons te verenigen met Jezus. Samenkomen als lichaam van Christus om in Zijn nabijheid te zijn, het raakt de kern van ons geloof. Toch kan het voorkomen dat iemand langere tijd niet in staat is om de mis mee te vieren. Hoor je dan nog wel bij dat lichaam van Christus? Doe je dan nog wel mee?

Natuurlijk wel! Al in de vroege kerk gingen mensen erop uit om zieken en anderen, die niet naar de kerk konden komen, te bezoeken. Ze bezochten de zieken om hen bij te staan, maar niet alleen dat. Ze namen de eucharistie mee naar de zieken, zodat ook zij het konden ontvangen. Als je niet naar Jezus toe kunt komen, dan komt Jezus naar jou toe.

Maar de ziekencommunie, zoals we dat tegenwoordig noemen, is meer dan het komen brengen van de eucharistie. Ook als je niet aanwezig kunt zijn in de kerk, ben je volledig onderdeel van het volk van God. Je ben volledig onderdeel van de gemeenschap van de kerk. De ziekencommunie drukt dat uit.

Er zijn veel mensen die de eucharistie brengen naar zieke familieleden, vrienden of kennissen. Zo geven zij handen en voeten aan de naastenliefde en de eenheid van de kerk. Ook priesters, diakens en zelfs priesterstudenten bezoeken de zieken om hen de eucharistie te brengen.
Tijdens zo’n bezoek is er ruimte om samen te bidden, samen te praten of samen een stukje uit de Bijbel te lezen. Het is een uitdrukking van een kernwaarde van ons geloof: geloven doe je samen. Jezus zegt het zelf: “Waar er twee of drie verenigd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun midden.” (Mt. 18,20)

Het is belangrijk om stil te staan bij deze belangrijke taak van de kerk om iedereen te betrekken in onze gemeenschap. Als gemeenschap moeten we in de gaten houden of iemand behoefte heeft om door het ontvangen van de ziekencommunie onderdeel te blijven van onze gemeenschap. De missie van de kerk is om ook buiten de kerkmuren te zijn, want ook daar zijn we één gemeenschap.

Nick Kersten, stagiair

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Afgelopen zondag, 16 januari, hebben tien communicanten zich tijdens de eucharistieviering voorgesteld aan de parochianen. Een van de accenten van de viering was dat aan het begin ervan de ouders herinnerd werden aan de belofte die zij bij de doop van hun kind gedaan hadden, nl. dat zij hun kinderen gelovig willen opvoeden. De ouders hebben een belangrijke rol in de geloofsopvoeding en daarnaast wil ook de geloofsgemeenschap haar bijdrage leveren en dat hebben zij aan het begin van de viering beloofd. Het geloof in God groeit geleidelijk. We hebben elkaar nodig om te groeien in geloof. De geloofsgemeenschap helpt ook mee, door middel van de bijeenkomsten ter voorbereiding op de Eerste H. Communie.

De ideale voorbereiding is aandacht voor catechese, het vieren van het geloof en het dienen van de naasten. De kern van het geloof is dat God ons daarin laat groeien en ons heiligt. In de mate dat wij meewerken met zijn genade zullen we steeds meer het beeld en gelijkenis van God zichtbaar maken.

De communicanten komen een aantal keren samen in de pastorie om het geloof te leren. De ouders op hun beurt helpen in het welslagen door het goede voorbeeld dat zij geven. We gaan ervan uit dat zij met hun kind of kinderen op zondag naar de kerk komen en dat zij hun kind thuis helpen met het maken van de opdrachten in de communiemap. Het kenmerk van ons geloof is dat we altijd leerling van Jezus blijven. Of we nu veel van het geloof weten of pas het geloof ontdekt hebben. Elke dag leren we bij.

Het geloof is een geschenk en het grootste geschenk is Jezus zelf. Hij geeft zichzelf aan ons, onder de gedaante van het brood, dat zijn lichaam (en bloed) is, en het Woord, de Bijbel. Hij schenkt zichzelf in de gemeenschap en haar bedienaar. De eucharistieviering is de bron en het hoogtepunt van het christelijke leven. Deelnemen aan de eucharistie, waarin we ons mogen voeden met Jezus zelf, doet ons groeien in geloof in Hem. Het is als een cadeau dat we uit mogen pakken om te ontdekken wat erin zit en wat we ermee kunnen doen.

De communicanten bereiden zich voor op het ontvangen van Gods grootste geschenk: de eucharistie waarin zij Jezus Christus ontvangen. Dat is heel bijzonder. De kinderen hebben zich gepresenteerd aan de geloofsgemeenschap of beter gezegd, zij hebben zich gepresenteerd aan de Heer. Het is een stap in het geloof, die staat in het verlengde van hun doopsel en dat door het vormsel wordt voltooid. Het grootste geschenk dat wij God kunnen geven is onszelf door te doen wat God van ieder van ons wil.

kapelaan Juan van Eijk

Vorige artikel

Terug naar welkompagina