In de meimaand hebben we speciale aandacht voor Maria. Onze kerk is er naar genoemd: Maria Geboorte. Ieder van ons heeft wel een Mariabeeld of een Maria icoon op zijn kamer, misschien ook een rozenkrans om tot Maria te bidden.

Persoonlijke heb ik op twee manieren een band met Maria.
1. Maria is voor mij een voorbeeld. Ik zie hoe ze met God meewerkt, haar ja-woord geeft aan God via de engel. We horen haar zeggen: ’doe maar wat Hij (Jezus) u zeggen zal’ bij het eerste wonder wat Jezus doet bij de bruiloft van Kana. Ze is een voorbeeld van toegewijd zijn aan God, een voorbeeld van geloof en maagdelijke liefde. Iemand waar ik altijd naar toe kan, zoals je naar je moeder gaat, ze luistert met een liefdevolle aanwezigheid.
2. Ze is voor mij ook een voorspreekster bij God. Ze brengt alles wat ik aan intenties heb bij God.

Maria is een grote kracht voor onze kerk. Wat mij opvalt, is hoe veel mensen een kaarsje aansteken in één van de talloze Mariakapelletjes. Gelovig of niet zo we steken een kaarsje aan en bidden voor het slagen van een (rij)-examen, voor beterschap van een ziek familielid, voor vrede in de Oekraïne. De talloze warme vlammetjes die branden voor de Heilige Moeder geven ook precies aan waar zoveel mensen naar verlangen: nabijheid.

Maria is dicht bij God. Dicht bij haar Zoon Jezus en kan God dus ook alles vragen. Ze is een voorspreekster bij God. Daarom gaan we ook vaak met onze vragen naar Maria. En als we het niet goed onder woorden kunnen brengen, zijn bloemen voor haar of een kaarsje een manier om dit uit te drukken.

In onze duistere wereld waarin oorlog is, waar we ons soms eenzaam voelen, kan een kaarsje voor Maria licht brengen. Even de nabijheid van de moeder Gods, een arm om je schouder en een zachte stem die je influistert: ‘Ik begrijp je en ben bij je.’ Voor wie of wat zou jij een kaarsje willen opsteken …  Waarschijnlijk voor iemand die hulp nodig heeft. Je wilt iets goeds doen voor de ander, maar je hebt niet alles zelf in de hand. Daarom vragen we hulp van boven.

We ervaren dat Maria ons wilt helpen en dat we er niet alleen voor staan. Het is niet erg als we niet precies weten hoe we het moeten vragen. Maria ontvangt ons en helpt ons. We zien in de persoon van Maria iemand die onze zorgen dicht bij God brengt. Maria, die zo dicht bij God de Vader leeft dat haar stem in de hemel zeker wordt gehoord. Ze is onze voorspreekster in de Hemel. Zonder Maria wordt het koud. De wereld is vaak hard en functioneel. Met Maria voelen we ons verbonden, ieder op zijn eigen manier. Een moeder waar je alles kwijt kunt. Waar je altijd naartoe kunt gaan wie je ook bent en wat er ook is gebeurd. Maria brengt ons bij elkaar, geeft warmte aan ons leven en verbindt ons met God.

pastor Jeroen Miltenburg

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

 

Als de een zegt: ‘Ik ben van Paulus’, en de ander: ‘Ik ben van Apollos’, bent u dan niet al te menselijk?(1 Kor 3,4)

Wie van ons is van Apollos? Niemand? Mooi, dan kunnen we dit negeren en verder doorgaan. Als we echter bij onszelf gaan kijken, blijken we misschien wel zo te zijn. Zijn we niet vaak al te menselijk? Denken we niet vaak dat onze groep in de kerk beter is dan de andere? Houden we ons soms alleen bezig met onze eigen groepjes en vergeten we dat die groepjes onderdeel zijn van de grotere gemeenschap?
We bouwen allemaal op hetzelfde fundament: Jezus Christus (1 Kor 3,11). Dat is een hele geruststelling, want het is een goed fundament. Samen bouwen we de Kerk van Christus op dit fundament. Daarin heeft iedereen een plaats en een rol. De een plant het zaadje, de ander begiet. We zijn allemaal welkom met onze eigen voorkeuren, eigenaardigheden, spiritualiteit en achtergrond. Ieder komt op zijn eigen manier tot geloof en beleeft het op een andere manier.
In onze gemeenschappen vinden we veel aardige mensen. Mensen die we kennen, mensen waarmee we vriendschappen opbouwen. Misschien beleven zij het geloof wel op dezelfde manier als wij, vinden ze dezelfde dingen belangrijk of zetten ze zich voor dezelfde dingen in. Dat is allemaal waardevol, maar het is ook een risico. Hoe vaak komen er nieuwe mensen bij in een vriendengroep? Als ik vooral uitkijk naar de ontmoeting met de mensen die ik al ken, dan richt ik mijn blik naar binnen en niet naar buiten. De mensen binnen de groep voelen zich welkom en gezien. En de mensen buiten de groep dan?
Ik ben van Paulus, hij van Apollos. En eigenlijk spreken we elkaar nooit. Hoe kunnen we ooit een uitnodigende kerk voor anderen zijn, als we niet over onze eigen muren heen kunnen kijken? Als we over onze eigen muren heen kijken, zullen we waarschijnlijk heel veel mensen zien die nog niet bij een Paulus of een Apollos horen. Misschien horen ze zelfs nog niet bij de kerkgemeenschap als geheel.
Week 18

Buiten je eigen groep kijken is een hele uitdaging, maar het kan veel moois opleveren. Door met elkaar op te trekken en open te staan voor elkaar, kunnen we een open en verwelkomende kerkgemeenschap zijn voor nieuwe mensen. Maar niet alleen dat: we worden ook meer verwelkomend voor elkaar.

Nick Kersten, priesterstudent

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

God is barmhartig, dat kunnen we lezen in de verhalen van de Bijbel. Het woord ‘barmhartig’ wordt niet in alle verhalen expliciet gebruikt Een paar voorbeelden: De zondeval, de mens is ongehoorzaam en verstopt zich voor God. Maar God zoekt de mens op en zegt: ‘Waar zijt gij’ (Gen. 3,9). In het verhaal van Kaïn en Abel, doodt Kaïn zijn broer Abel. God echter beschermt Abel met een merkteken (Gen. 4,15). Of David, die overspel gepleegd had met Bathseba. Nadat de profeet Nathan David tot inzicht gebracht heeft, zegt koning David ‘Ik heb gezondigd tegen de Heer’ (2 Sam. 12,13).

De meeste bekende verhalen over Gods barmhartigheid vinden we in het Nieuwe Testament bij de evangelist Lucas: het verloren schaap, de verloren drachme, de barmhartige vader en de barmhartige Samaritaan om er maar een paar te noemen. De barmhartigheid van God is een uitnodiging aan de leerlingen ‘om evenzo te doen’ (Lc. 10,37). Als God barmhartig is, verwacht God van hen die zijn wil willen doen ook barmhartig te zijn naar de naaste. ‘Weest barmhartig, zoals uw Vader barmhartig is (l6,36).

De verhalen van de verrijzenis van Jezus tonen Gods barmhartigheid. De verrezen Heer verschijnt aan de leerlingen, ook aan hen die Hem verloochend hebben. Ook al zijn de leerlingen ontrouw, God blijft trouw, zichzelf verloochenen kan Hij niet (1 Tim.). Het laat zien, dat God voor ons kiest, ons niet verlaat of afschrijft. God geeft ons een nieuwe kans, maar laat ons vrij om voor Hem te kiezen, te antwoorden op zijn onvoorwaardelijke liefde.

De mensen die geloven in Gods barmhartigheid durven zich tot God te wenden in hun nood of als zij iets misdaan hebben. Als zij iets misdaan hebben vertrouwen zij op God, zij bekeren zich en gaan terug naar God. In dit proces van terugkeren naar God doorlopen zij een aantal stappen. Ten eerste het inzicht dat zij iets mis- daan hebben. Na het kraaien van de haan, ziet Petrus dat hij ontrouw is aan wat hij heeft beloofd. Vervolgens komt het berouw en de bereidheid om zijn leven te veranderen. Mensen die misdaan hebben ‘vertrouwen op Gods liefde en zijn bereid te leven naar zijn geboden.’ (Vlg. Ex. 20,6; Deut. 5,10).

Het fundamentele bij de barmhartigheid is dat God zijn volk uitkiest. Nog voordat het volk iets goeds gedaan heeft, heeft God hen lief. De heilige Maagd Maria bezingt het in haar lofzang, het Magnificat: ‘Daar zag Hij welwillend neer op de kleinheid zijner dienstmaagd’ (Lc. 1,48). God kiest de Maagd Maria uit, ook al is zij maar een eenvoudige vrouw. Maria heeft haar leven aan de Heer gegeven en zij is zonder zonde. Dit laat de grootsheid van God uitverkiezing zien. In Maria kiest God voor zijn volk, Hij kiest voor ieder van ons. God toont zijn wonderwerken en wil aan ieder van ons zijn wonderwerken voltrekken. We kunnen het op geen enkele manier verdienen, want God geeft het aan wie Hij wil.

kapelaan Juan van Eijk

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Het is mooi dat we weer Pasen kunnen vieren, zoals vóór de Corona, met de vieringen in de kerk zonder beperkingen.

Met Pasen vieren we het nieuwe leven. We vieren dat we verlost zijn, het kwaad is overwonnen. Het gaat om de overgang van de duisternis van het graf naar het licht, van haat naar liefde, van onrecht naar menselijkheid, van dood naar leven. Jezus haalt ons weg bij de zonde, Hij geeft verlossing, een prachtig geschenk, nieuw geestelijk leven.
Aan ons de vraag of we die verlossing ook ervaren? Of de mensen om ons heen aan ons kunnen zien dat we Pasen vieren: dat we verlost zijn?

Het zou een gemiste kans zijn als onze omgeving aan niets kan merken dat we Christen zijn. Het vraagt moed en vertrouwen om ons geloof te vernieuwen. Om onze uitingen van geloof te vernieuwen. Pasen is de uitnodiging om een vitaler geloof te beleven.

Het zou mooi zijn als we in heel de Maria Geboortekerk die vitaliteit mogen ervaren. Dat ook nieuwe parochianen zich in onze gemeenschap thuis weten. Dat kan als we de ander zien staan en betrekken bij ons geloof wat we met elkaar delen en vieren.

Getuigen van de verlossing die we vieren met Pasen. Dat gaat ons eigen geloof versterken en vernieuwen. De leerlingen, en de vrouwen als eerste, vertellen van de verrijzenis, als wij dat ook doen wordt het voor iedereen een betekenisvol Pasen.

pastor Jeroen Miltenburg

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Met Palmpasen zien we in de meeste kerken in Nederland iets bijzonders gebeuren. Alle kerkgangers krijgen een palmtakje. Maar als je heel goed kijkt, zul je zien dat het eigenlijk geen palmtakje is: het is een buxustakje dat doet alsof het een palmtakje is.

Natuurlijk. Dat is logisch. In Nederlands groeien weinig palmbomen, maar er is meer dan dat. We hadden kunnen zeggen: in onze palmvrij landje hebben we geen palmtakken, dus dat laten we weg. Dat hebben we niet gedaan. We hadden ook kunnen zeggen: we importeren palmtakken om het zo echt mogelijk te maken. Dat hebben we ook niet gedaan. Nee, we hebben takjes genomen die hier wél groeien en hebben het ritueel daarmee voltrokken.

Dat leert ons iets belangrijks. Wat we doen is niet alleen een herdenking. Het is geen herinnering waar we uiteindelijk alleen onze gedachten voor nodig hebben en alle hulpmiddelen weg kunnen laten. Het is ook geen reconstructie die we zo echt mogelijk moeten laten lijken. Films met miljoenenbudgetten kunnen dat veel beter. We behouden het ritueel en hebben het aangepast aan een manier die uitvoerbaar is in onze tijd en plaats.

Palmpasen, en straks de Goede Week en Pasen, bestaan uit vieringen en rituelen waar wij zelf aan deelnemen. Niet als toeschouwers of acteurs, maar zoals we zelf zijn. Wij onthalen Jezus in Jeruzalem. Op Witte Donderdag zijn wij aanwezig bij het Laatste Avondmaal. Op Goede Vrijdag staan wij onder het kruis en als Pasen daar is, zijn wij bij zijn verrijzenis.

Dat is een uitnodiging om het verhaal van Jezus niet alleen te aanhoren, maar ook écht te ontvangen. We krijgen handvatten aangereikt om met ons hele mens zijn, met lichaam en geest, deel te nemen aan het verhaal van Jezus.

We mogen aanwezig zijn bij al die belangrijke momenten. We kunnen niet tijdreizen en Jezus in Jeruzalem binnenhalen. Juist door de rituelen en symbolen kunnen we de tweeduizend jaar overbruggen en er toch een beetje bij zijn. In de menigte van Jeruzalem, met onze buxustakjes.

Nick Kersten, stagiair

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Donderdag 24 en vrijdag 25 maart zijn acht parochianen afgereisd naar Breda om de conferentie bij te wonen over de missionaire parochie. In totaal waren er ca. 1000 mensen uit Nederland en Vlaanderen (naast honderden via de livestream). Onder hen alle geledingen van de kerk.

Doel van de conferentie was om met elkaar na te denken over de toekomst van de parochies in Nederland en Vlaanderen. Uitgangspunt was de theologische visie van James Mallon (Als God renoveert). Mallons visie kent drie sleutels:
1. vertrouwen op de kracht van de Heilige Geest,
2. de voorrang van de evangelisatie op alle parochie-activiteiten, en
3. de vorming van leiderschap in de gemeenschap.

Mallon sprak meerdere malen tijdens de tweedaagse over deze onderwerpen. Beide dagen hing er een positieve sfeer en het gevoel dat mensen met elkaar de schouders eronder willen zetten om zorg te dragen voor de katholieke kerk in Nederland / Vlaanderen.

Wat mij gedurende de dag heeft geraakt is, dat ik met zoveel mensen samen was, die allemaal de kerk als belangrijk onderdeel zien van hun leven. Ik ervoer een gevoel dat we een grote familie met elkaar zijn. In die lijn bevestigde Mallon dat we allemaal dezelfde Hemelse Vader hebben. Een interessante vraag die gedurende de dag voorbijkwam was hoe nieuwe parochianen onderdeel kunnen worden en blijven van Gods familie en hoe wij met ons geloof onze omgeving kunnen stimuleren.
James Mallon sprak in de eerste lezing over visie. Inspirerend aan zijn verhaal vond ik dat hij de focus legde op de Eucharistie en de Heilige Geest als een van de belangrijkste uitgangspunten. Door ontmoeting met Christus durven mensen te dromen en ervaren zij de drang om met anderen te praten over ervaringen met God. Het gevoel van passie dat is ingegeven door de Heilige Geest kan worden gevoeld in de onderbuik, aldus Mallon. De passie voor de Vader, Zoon en Heilige Geest is het vertrekpunt voor het formuleren van een visie. Sterker nog breng de visie in het gebed. Gebed is het fundament voor parochievernieuwing. Maar ook benadrukte hij de betekenis van de Alpha-cursus om de parochie te vernieuwen.

In de middag zat ik bij de workshop over evangelisatie in de cultuur. Ik realiseerde mij dat ik weinig met parochianen en niet-parochianen praat over geloofsbeleving, laat staan met mensen buiten de kerk. In de workshop leerde ik dat evangelisatie in eerste instantie gaat over getuigen wat Christus in mijn eigen leven doet. Op verzoek van paus Franciscus werd ook bij ons op vrijdagmiddag Rusland en Oekraïne door een toewijdingsgebed aan het Onbevlekt Hart van Maria toevertrouwd.

Vermeldenswaardig is nog; de geweldige sfeer, versterkt door een veelkoppige band; dat binnenkort het nieuwe boek van father Mallon uitkomt en dat wij met velen zijn die uitzien naar een vervolg op de conferentie. Volgend jaar?!

Meer info: ‘Als God renoveert’- interview met James Mallon (bisdomvanbreda.nl)

Jeroen Pouw, lid kernteam Maria Geboortekerk

 

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

De veertigdagentijd wil ons uitnodigen te reflecteren op ons geloof in God. Met reflecteren bedoel ik, je leven in het licht van de verrijzenis van Jezus zetten. Als je je leven in het licht van de verrijzenis zet, komt de zonde aan het licht. Het goede nieuws is dat Jezus jou daarvan heeft bevrijd. Aan het kruis heeft Hij de zonde en de dood vernietigd. Met Pasen hopen we geestelijk een stapje gegroeid te zijn in gelijkvormigheid met Jezus.

Ieder mens heeft bepaalde gewoontes. Deze kunnen goed en minder goed zijn. Onze minder goede gewoontes brengen onze gebrokenheid aan het licht. Op weg naar Pasen mogen we ons toeleggen op bidden, vasten en aalmoezen geven, die ons willen helpen een leven te leiden dat dieper in Christus geworteld is. Gelukkig hangt het niet alleen af van onze inspanning. We mogen geloven dat God ons meer geeft dan dat we ons kunnen voorstellen. Jezus geeft zichzelf, wij mogen delen in het goddelijk leven. Dat is wat de priester bidt als hij in de eucharistieviering een beetje water bij de wijn doen: ‘Water en wijn worden één, Gij deelt ons menszijn en neemt ons op in uw goddelijk leven’. Ook de communie waarin we het lichaam en bloed van Christus ontvangen, wil ons doen groeien gelijkvormig met God. Of anders gezegd; we worden meer ‘heilig’, zoals God heilig is.

Het evangelie is de Blijde Boodschap, het is een boodschap dat God ons bevrijdt. Door de Bijbel heen is bevrijding een belangrijk thema. Het begint al bij de schepping. De mens, die geschapen is naar beeld en gelijkenis met God (Gen. 1,26), leeft in het paradijs waar tal van bomen staan. Van één boom mag de mens niet eten: de boom van de kennis van goed en kwaad. De slang verleidt de mens om van de vrucht van deze boom te eten. Aan de buitenkant ziet de vrucht er goed uit, hij is ‘een lust voor het oog en aantrekkelijk om inzicht door te krijgen.’ (Vgl. Gen. 3,6). Maar als de mens van de vrucht eet, blijkt dat deze vrucht een slechte nasmaak heeft. De ogen van de mens gaan open en het eerste wat zij ontdekken is dat zij naakt zijn. Een ander gevolg is dat zij de stem van de Heer als ‘donder van de Heer’ vernemen. Het kost de mens moeite Gods stem te herkennen en op het horen van de donder van de Heer verbergt de mens zich. Maar voor wie verbergt de mens zich? Is het voor zichzelf of voor God? Het bijzondere is dat God de mens, die zich verstopt heeft, zoekt. Hij zegt tot hem: ‘Waar zijt gij?’ (Gen. 3,9).

God zoekt ons, Hij spreekt ons toe, Hij roept ons tot leven. God straft de mens niet voor zijn ongehoorzaamheid, maar roept hem weer tevoorschijn te komen voor de wereld, God en zichzelf. God roept de mens opnieuw tot leven, maar door de zondeval is het een ander leven geworden.

Beseffen we, dat we delen in Gods bevrijding die ons vrij maakt om altijd naar Hem terug te keren. Wat we ook verkeerd doen, we hoeven voor God niet bang te zijn. Dat was in het Oude Testament zo en dat geldt des te meer voor het Nieuwe Testament. Jezus Christus heeft ons, door zijn lijden, sterven en verrijzen bevrijd. We delen in de erfenis van de verlossing die God ons geeft.

Kapelaan Juan van Eijk 

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Paus Franciscus heeft de synodale weg ingezet. Die oproep van de paus tot een wereldwijde synodale weg waarin alle gelovigen meedenken over de toekomst van de kerk is iets nieuws; nog nooit is zo’n oproep gedaan. Hij vraagt onze medewerking. Het gaat erom een gezamenlijke weg te vinden, zodat we onze taak als kerk kunnen vervullen in deze tijd. We willen ook graag horen wat je van de parochie vindt. Hoe we verder kunnen bouwen aan onze parochie. Iedere inbreng is van waarde, van ieder van ons.

De synodale weg is een weg waarop we gaan luisteren. Luisteren in dubbele zin. Het begint met het luisteren naar het Gods woord en luisteren naar elkaar om te ontdekken waar dat woord op vruchtbare bodem viel tot opbouw van de Kerk. De synodale weg is een weg van onderscheiding bij onszelf en in onze gemeenschap: waar en hoe heb ik, hebben wij, geluisterd naar Gods woord en vrucht gedragen?

Waartoe inspireert de H. Geest ons.
We willen iedereen in de gelegenheid stellen om daaraan deel te nemen. Daarom organiseren we op zondag 27 maart een bijeenkomst in het parochiecentrum aansluitend aan de koffie na de Eucharistieviering van 10.30 uur.

Na een korte toelichting vragen we in gebed om de H. Geest die ons helpt te onderscheiden wat de weg is die Hij ons wijst voor de kerk en in het bijzonder voor onze locatie Maria Geboorte. We bidden dat we, geleid door de Heilige Geest, in gesprek met elkaar die gezamenlijke weg kunnen vinden. We doen dit niet alleen voor onze paus maar ook voor onze parochie die uit verschillende locaties bestaat.

We richten ons op een drietal thema’s die de Nederlandse bisschoppen hebben vastgesteld. Deze keuze is ingegeven door de zorg voor de evangelisatie:
a. Communio ofwel gemeenschap, zowel met God als met elkaar, b.v. het vieren van ons geloof o.a. in de sacramenten.
b. Participatie: We nemen actief deel aan die gemeenschap, aan de missie oftewel de evangelisatie waarin we ons geloof openlijk uitdragen.
c. Dialoog in Kerk en samenleving.

We sluiten ons aan bij de uitnodiging van de paus. U bent van harte welkom voor de bijeenkomst over de synodale weg op 27 maart, aansluitend aan de koffie. We ronden af rond 13.00 uur.

pastor Jeroen Miltenburg

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

De veertigdagentijd is al even onderweg en voor velen van ons is dat wat wennen, voor mij in elk geval wel. Carnaval was een volksfeest waar velen zich bij aansloten, maar voor de vastentijd haakte de menigte af. Dan sta je ineens alleen tussen vrienden, familie en collega’s voor wie dit geen voorbereidingstijd is, maar een periode zoals alle andere. Wil je ook nog een gebakje? Wat moeten we daar dan mee?

We kunnen het overduidelijk maken: wij vasten. Kijk, wij zijn anders! Kijk, wij leggen ons toe op bidden en onthouding! En wat ontzeggen we ons toch veel. Misschien levert dat zelfs goede dingen op. Nieuwsgierige vragen van collega’s en vrienden, zodat we de mooie dingen van ons geloof met hen mogen delen. Dat is mooi, maar er schuilt ook een gevaar in. Jezus zegt: “Wanneer je vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen, want zij vertrekken hun gezicht om met hun vasten op te vallen bij de mensen.” (Mattheüs 6,16) Hij doet er zelfs een schepje bovenop en zegt: “Maar als jij vast, zalf dan je hoofd en was je gezicht, opdat het bij de mensen niet opvalt dat je vast, maar wel bij je Vader die in het verborgene is; en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je lonen.” (Mattheüs 6,17-18)

Mag dan niemand zien hoe we de veertigdagentijd beleven? Moeten we alles stiekem doen en vooral niet opvallen? Gewoon het gebakje aannemen als we ons hadden voorgenomen niet te snoepen? Nou, niet helemaal. Jezus roept ons op om de veertigdagentijd te beleven als een periode van voorbereiding. Om verder toe te groeien naar Hem en onze relatie met Hem te verdiepen. Dat doen we voor ons, dat doen we voor Hem. Dat doen we niet om heiliger te lijken dan we zijn.

Door onszelf iets te ontzeggen breken we uit onze dagelijkse sleur. We dwingen ons het aardse genot een beetje los te laten en ons te realiseren: we zijn op doorreis door het aardse. We zijn op reis met God en naar God. Het echte genot vinden we in Hem. Vasten kan ons daaraan helpen herinneren.

De veertigdagentijd kan ons veel verdieping brengen en ons inniger met Jezus en elkaar verbinden. Het kan ook een uitnodiging zijn om met anderen in gesprek te gaan. “Waarom vast jij eigenlijk?” Maar dat kunnen we alleen als we zelf op Jezus’ uitnodiging in zijn gegaan en die voorbereidingstijd mogen beleven.

Nick Kersten, stagiair

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Afgelopen Aswoensdag is de veertigdagentijd begonnen. Het is een tijd van boetedoening, een tijd waarin we ons inspannen om ons met God te verzoenen. We mogen ons dingen ontzeggen, omwille van de naasten: vasten en aalmoezen geven. Het positieve is dat we meer tijd en aandacht mogen besteden aan onze relatie met God. De inspanning die we doen is om ‘los’ te komen van het aardse om dieper geworteld te zijn in Christus. We openen ons om Gods liefde te ontvangen en deze vervolgens aan de naasten te geven.

In Nederland en andere Europese landen is er een overvloed aan eten en drinken, terwijl er ook landen zijn waar mensen sterven van de honger en de dorst. Dit besef zou ons ertoe aan kunnen zetten om bijvoorbeeld minder ‘luxe’ etenswaren te nuttigen zoals snoep en koekjes. We zouden ook iets minder kunnen eten. Het geld dat we ‘uitsparen’ kunnen we als aalmoes aan mensen geven die een tekort aan financiële middelen hebben. Het is ook mogelijk iets meer te geven aan hen die het nodig hebben.

Het woord ‘ascese’ werd vroeger vaker gebruikt dan tegenwoordig. Dit woord hadden de christenen van de eerste eeuwen overgenomen uit de Griekse sport. Het betekent ‘oefenen’ ofwel ‘trainen’. Een verwijzing kunnen we terugvinden in de eerste brief van Paulus aan de christenen van Korintië: “Gij weet het: de hardlopers in het stadion lopen allen, maar slechts een wint de race. Loop zo dat ge wint! En de atleten ontzeggen zich bij de training allerlei dingen. Zij doen dat om een vergankelijke krans, wij om een onvergankelijke” (1 Kor. 9,24-25). Het woord ‘ontzeggen’ is voor de christenen meer in overdrachtelijke zin bedoeld. Het gaat om ‘het winnen van een onvergankelijke krans’ ofwel het eeuwig leven. In het eeuwige leven “zullen we God zien zoals Hij is” (1 Joh. 3,2). “Thans zien we Hem in een spiegel, onduidelijk, maar dan van aangezicht tot aangezicht (Vlg. 1 Kor. 13,12). Je dingen ontzeggen heeft tot doel Christus te ontmoeten. We ontzeggen ons iets om binnen te gaan in zijn aanwezigheid, ofwel in Gods Rijk.

Abraham gehoorzaamt God en gaat op weg. Hij verlaat zijn land, stam en familie om op weg te gaan naar het land dat God hem wijzen zal. Hetzelfde geldt voor het volk van God, dat uit het slavenhuis van Egypte vertrekt op weg naar het beloofde land. Onderweg mort het volk. Ze missen “de komkommer, de meloenen, de prei, de uien en het knoflook. Ze drogen uit! Er is niets! Wij krijgen alleen maar manna te zien” (vgl. Num. 11,5).

Het is de worsteling van de oude en de nieuwe mens. In Christus zijn we een nieuw mens geworden en toch blijft er werk aan de winkel. De veertigdagentijd is
een gunstige tijd om je te vernieuwen. We kunnen ons leven in het licht van Christus zetten en Hem vragen ons hart te verlichten. Wij mogen ons inspannen ons iets te ontzeggen, beseffend dat we het niet kunnen verdienen. God geeft ons eeuwig leven. De kleine inspanningen die we doen in het ons iets ontzeggen,
helpen ons om in Christus een nieuwe mens te worden.

kapelaan Juan van Eijk

Vorige artikel

Terug naar welkompagina