Om de maagdelijkheid van Jozef te begrijpen kunnen we het beste beginnen met de ‘maagdelijkheid’ van Maria. In de traditie van de Kerk is de maagdelijkheid van Maria altijd belangrijk geweest. Al in het jaar 553 werd opgenomen in onze geloofsbelijdenis ‘… geboren uit de Maagd Maria’. We geloven dat Maria altijd maagd is gebleven, vóór de geboorte van Jezus, tijdens en na zijn geboorte. 

Zowel binnen als buiten de christelijke traditie worden bezwaren geformuleerd waar het gaat om het geloof dat Maria altijd maagd is en was. Het eerste bezwaar verwijst naar de teksten waarin Jezus nog meer ‘broers en zussen’ heeft (zie Mc. 3,31; 6,3; Mt. 13,55-56). Echter in het Oude Testament wordt het woord ‘broeders’ ook in breder zin gebruikt. Bijvoorbeeld in Gen. 13,8, waar Lot een ‘broeder van Abraham’ genoemd wordt, terwijl Lot een zoon van de broer van Abraham is. In de brieven van Paulus komt het woord ‘broeders’ en ‘broeder’ regelmatig voor en heeft betrekking op de gemeenschap van christenen, die God tot Vader hebben.


In een tweede bezwaar verwijst men naar de Bijbeltekst waar Jezus de ‘eerstgeborene’ wordt genoemd (Lc. 2,7; Kol. 1,15)’. De uitdrukking ‘eerst geborene’ wil zeggen dat het kind het eerste kind is; het niet perse dat er nog meer kinderen volgen. Er zijn nog andere bezwaren, maar die laat ik voor wat ze zijn.


Het is veel belangrijker om in te gaan op de betekenis van de maagdelijkheid van Maria en Jozef. Als Maria maagd is, is het logisch te geloven dat ook Jozef maagd is. De meeste mensen denken bij Jozef aan een oude man. Maar als we nagaan hoeveel Jozef gelopen heeft, dat is het geloofwaardiger dat hij een jonge man was. De reis van Nazareth naar Bethlehem (ongeveer 14 km), naar Egypte (ongeveer 750 km), de jaarlijkse bedevaart naar Jeruzalem (ongeveer 150 km). Jozef was een timmerman en dat is zwaar werk, want het gaat niet alleen om het maken van eenvoudige meubels. Het Griekse woord voor timmerman kan ook ‘bouwvakker’ betekenen. Jozef heeft met zijn aangenomen zoon ook huizen gebouwd.


Als we geloven dat Jozef een jonge man was die maagdelijk leefde, dan kunnen we ons ook voorstellen, dat dit een veel groter offer is. Het is voor een jonge man over het algemeen moeilijker zuiver te leven, dan voor oudere mannen. Ieder mens heeft immers gevoelens en dat geldt ook voor Jozef en Maria.


Voorop staat: zowel Jozef als Maria zijn gehoorzaam aan God. Beiden willen zij in volle overgave meewerken aan Gods plan. Het antwoord dat Maria geeft op de boodschap van de aarstengel Gabriel is: ‘Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord.’ (Lc. 1,38). De heilige Jozef doet wat God hem in zijn dromen zegt (Mt. 1,24; 2,13. 19). Wat Jozef en Maria beleven is heel bijzonder en dat zullen zij ongetwijfeld in alle openheid met elkaar besproken hebben. Het laat zien wat onderlinge eenheid inhoudt. Om onvoorwaardelijk op God te vertrouwen, is het – zeker op zo’n belangrijk punt - van fundamenteel belang alles in openheid met elkaar te bespreken. Maria kon met Jozef huwen omdat zij geloofde dat Jozef haar maagdelijkheid zou respecteren.


Maria en Jozef zijn gehoorzaam aan God, maar ook Jezus is onderdanig aan zijn ouders (Lc. 2,51). Wat een groot vertrouwen heeft God in Maria en Jozef: God kende hen zo goed, dat Hij kon verwachten dat zij in alles zochten om zijn wil te doen en wilden meewerken om zijn Rijk op aarde op te bouwen.

Kapelaan Juan van Eijk

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

In de veertigdagentijd leggen we ons toe op bidden, vasten en het geven van aalmoezen. Deze drie horen bij elkaar en dienen in het juiste evenwicht te staan. Iedere katholiek hoort gewoonlijk te vasten op woensdag (de dag dat Jezus ter door werd veroordeeld) en vrijdag (de dag van Jezus’ lijden en sterven). Het overwegen van het lijden en sterven van Jezus is een hulpmiddel om op een diepere manier te delen in zijn verrijzenis. We doen boete om terug te keren naar God. Het gaat niet alleen om het boete doen, maar we kunnen ook ons geloof verdiepen en ons inzetten voor onze naasten.


Aan het kruis heeft Jezus zijn leven voor ons gegeven. Hij heeft ons, onze zonden vergeven. Ook al vergeeft God ons en kunnen we Gods vergeving niet verdienen, mogen we toch wat doen. We mogen meewerken met Gods genade. Vasten is een inspanning, waarbij we in eerste instantie denken aan minder eten, vooral minder snoep en koekjes eten. Het doet ons beseffen, dat we in Nederland een overvloed aan eten hebben waar we dankbaar voor mogen zijn. Hoeveel eten wordt er niet dagelijks weggegooid? En hoeveel mensen komen er niet om van de honger?


Op internet heb ik gezocht naar ‘honger’. De cijfers zijn tamelijk schokkend. Elk jaar lijden ongeveer 850 miljoen mensen aan ondervoeding en per jaar sterven rond 25.000 mensen van de honger, of aan de gevolgen van ondervoeding. Onder hen zijn ongeveer 10.000 kinderen. Het zijn cijfers, die mij doen duizelen, het is bijna niet voor te stellen. Op het nieuws horen we hier af en toe wat van. Wat belangrijker is, om op zoek te gaan naar een systematische oplossing, maar die is niet eenvoudig te vinden. Alle beetjes helpen.


In de tijd dat ik in het klooster zat, was de maand augustus voor ons de woestijnmaand. We verbleven in Aubrac, een gebied in het Centraal Massief in Frankrijk. De leefomstandigheden waren tamelijk primitief, geen elektriciteit, alleen gasflessen om op een klein fornuis eten te koken, Er was geen verwarming en het water kwam uit een bron. Het betekende dat we een eenvoudige douchecabine moesten maken waar we ons met koud bergwater konden ‘douchen’. Douchen is een groot woord, want met kleine emmertjes water kon je je nat maken en met biologisch afbreekbare zeep mocht je je wassen. Aangezien er geen elektriciteit was, was er ook geen internet en TV. Het was voor mij niet vreemd, omdat mijn ouders eenvoudig leefden. Met dankbaarheid kijk ik terug naar de woestijnmaand, waar we in eenvoud leefden.


De veertigdagentijd zouden we ook kunnen zien als ‘de woestijn’ ingaan. In alle eenvoud leven en als het kan wat minderen. Aangezien we zoveel verleidingen om ons heen hebben, zal het voor veel mensen een hele opgave zijn om te minderen in eten, drinken (alcohol), TV kijken, internet en mobiele telefoon. De tijd die we over hebben, zouden we kunnen gebruiken om tijd aan onze naasten te besteden. Het geld dat we niet uitgeven, kunnen we aan mensen, die tekort aan eten hebben, geven.

Kapelaan Juan van Eijk

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Soedan is zwaar getroffen door oorlog en natuurrampen. Tegen de 300.000 kinderen zijn hierdoor ondervoed en dreigen te sterven. Zuster Viji en haar medezusters zetten zich in om ondervoeding tegen te gaan. Daar hebben ze onze financiële ondersteuning bij nodig. Tijdens de vastenactie willen wij geld inzamelen voor voedsel en medicijnen. Voor ca. € 5200 kunnen wij 50 kinderen in de leeftijd van 3 maanden tot 5 jaar redden. U kunt uw donatie deponeren in het offerblok achter in de kerk of overmaken op de bankrekening van de Maria Geboortekerk, ING: NL05INGB0000824236, onder vermelding van “vastenactie 2021 Soedan”. Laten wij er naar streven 50 kinderen te redden!

Werkgroep Solidariteit

Terug naar welkompagina

In een eerder artikel heb ik geschreven over de Werkgroep Pastoraat van de Maria Geboortekerk. Bij nader inzien zou ik dit het ‘Kernteam’ willen noemen, omdat zij in eenheid zorgdraagt voor het pastoraat en de eenheid tussen de verschillende werkgroepen bevordert. Zoals eerder gezegd gaat het om samen met de kapelaan (en de pastoor) zorg te dragen voor het pastoraat in de parochiegemeenschap. Zij hebben dus een grotere verantwoordelijkheid en kunnen gemakkelijker de continuïteit waarborgen in de Maria Geboortekerk, die deel uitmaakt van de H. Stefanusparochie. Welke verantwoordelijkheden de verschillende leden van het Kernteam dragen, zal in de loop van de tijd geleidelijk duidelijk worden.

Een belangrijk hulpmiddel in het ontdekken van de verantwoordelijkheden is het schrijven van een visiedocument. Dit document bevat drie kernpunten: een missie, een visiestatement en een strategie. De missie gaat over de identiteit van de parochie. Een parochie is missionair. Zoals Jezus gekomen is om het evangelie uit te dragen, zo deelt de parochie in deze missie. De visie ofwel een visiestatement wordt uitgedrukt in een korte slogan, dat uitdrukt waar we naartoe gaan. En als laatste wordt de strategie beschreven, die de weg aangeeft die we moeten gaan. In dit artikel wil ik me beperken tot het visiestatement.


Een eerste stap in het formuleren van een visiestatement is samen spreken over onze ‘ontevredenheid’. Positief gezegd: ‘wat kan beter in onze gemeenschap?’ Wat beter kan, gaat verder dan wat ieder persoonlijk vindt, want we willen gezamenlijk op weg gaan. Vervolgens zoeken we naar een korte slogan die dit uitdrukt. James Mallon gebruikt in zijn boek ‘Als God renoveert’ het beeld van ‘the sign on the bus’. Op de voorkant van de bus staat een nummer en meestal de bestemming. De mensen die deze richting willen opgaan, stappen in.


In de Maria Geboortekerk zijn onder de parochianen veel geëngageerde vrijwilligers. Dit maakt het gemakkelijker om samen op weg te gaan. De visie gaat over ons geloof in God, de Vader, Zoon en Heilige Geest. Het is aan de ene kant wat we als gemeenschap geloven en aan de andere kant gaat het geloof ook over een persoonlijke weg. Daar het over ons geloof gaat is tijd voor gebed en het met elkaar delen van de visie fundamenteel. Het kost tijd.


In ons bisdom was het visiestatement van onze vorige bisschop Hurkmans ‘Groeien in geloof en geloven in groei’ en van de huidige bisschop De Korte ‘bouwen in vertrouwen’. Voor onze parochie zijn we ook aan het denken. Een zin die me de laatste tijd bezig houdt is ‘Gezonden om te genezen’. De bron van inspiratie is het Angelus van Paus Franciscus op 28 augustus 2019, waarin hij het beeld van de Kerk als ‘veldhospitaal’ schetst. De eerste keer dat de paus dit beeld gebruikt is in de Homilie van 2 februari 2015 in Casa Martha.

“Dit is de missie van de Kerk: de Kerk geneest en is heilzaam. Soms spreek ik over de Kerk alsof het een veldhospitaal is. Het is waar: er zijn vele gewonden! Zo veel mensen hebben het nodig dat hun wonden worden genezen. Dit is de missie van de Kerk: de wonden van het hart genezen, de deuren open, mensen bevrijden, om hen te zeggen dat God goed is, God ons vergeeft, God onze Vader is, God is hartelijk, God wacht altijd op ons.”

De woorden van de paus sluiten aan bij dat wat Jezus gedaan heeft. Het zijn de mensen die de keuze maken om naar Jezus toe te gaan, om door Hem genezen te worden. Het gaat om alle vormen van genezing; lichamelijk, relationeel, psychologisch, emotioneel en geestelijk. Deze mensen maken een keuze voor Jezus en zijn bereid om Hem te volgen.

Kapelaan Juan van Eijk

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

In mijn leven neemt het gebed een belangrijke plaats in. Dat is logisch, want een priester is op een heel bijzondere wijze geroepen te werken aan het Rijk van God en niet aan zijn ‘eigen’ Rijk. Om op een goede manier aan Gods Rijk te kunnen werken is het belangrijk tijd voor God te maken. Tijd maken helpt mij om te onderscheiden wat God van mij vraagt en te doen wat God wil. Dit gaat met vallen en opstaan.


Het bidden van de Getijden, waarvoor de priesters het getijdenboek gebruiken, helpt mij hierbij. Het Getijdenboek, dat ook wel het Brevier wordt genoemd, is de verkorte versie van de Getijdengebeden die de contemplatieve monniken, zoals de Benedictijnen, bidden.


Het Tweede Vaticaans Concilie heeft het bidden van de getijden herzien. Het woord Getijden zegt waar het om gaat: het heiligen van de tijd. Op vaste momenten van de dag maak je tijd voor God. Het Getijdenboek heb ik leren bidden toen ik op het Seminarie zat. Het kan een heel geblader zijn. Bij mijn priesterwijding heb ik beloofd deze getijden trouw te bidden. Na al deze jaren bidden, heb ik de Getijden leren waarderen. Ik vind het mooi ze te bidden.


Als ik opsta kleed ik me aan, verzorg ik mezelf en ga ik naar de huiskapel om de Lauden (dit is de officiële naam voor het ochtendgebed) te bidden. In de middag bid ik het middaggebed, in de avond de Vespers en kort voor het slapen gaan, bid ik de Completen, ofwel de dagsluiting. Deze gebeden hebben een vast moment op de dag, zij heiligen de dag. Daarnaast is er ook nog de lezingendienst, die ik bid na het ontbijt of na het middaggebed.


De psalmen nemen een centrale plaats in. Het is het langste boek van de Bijbel en telt 150 psalmen. Psalm 119 is de langste en telt 176 verzen. De kortste, psalm 117 telt 2 verzen. Het mooie van het bidden van de psalmen is dat alles wat je in het leven kan overkomen weergegeven wordt: dankbaarheid, dat vijanden je belagen, stilte, vragen om vergeving, boetedoening, klagen, smeken en nog meer. Sommige psalmen zijn een roep van de gemeenschap, anderen persoonlijk.


Na al de jaren dat ik de Getijden bid, merk ik dat door de dag heen spontaan psalmverzen in mij opkomen. Het geeft mij voeding bij dat wat ik doe. Er zijn ook psalmen die ik uit het hoofd kan bidden. Dat is een wat ongelukkige Nederlandse uitdrukking; want het komt uit mijn hart en niet uit mijn hoofd! Het woord van God komt in mij tot leven. Ik treed binnen in de geschiedenis die God met en door de mensen schrijft. Het is een geschiedenis van heil, die in alle tijden klinkt en levend mag worden in en door de mensen.

Alleen de Getijden bidden zou minimalistisch zijn, want het hele leven mag een gebed zijn. De dingen doen vanuit een verbondenheid met God. In de wereld waarin we leven moet alles efficiënt zijn en worden er hoge eisen gesteld. Als het even kan moet je altijd bereikbaar zijn. Op de eerste plaats mogen we bereikbaar zijn voor God, samen werken aan zijn Rijk, luisteren naar wat Hij vraagt.


Het bidden van de Getijden helpt mij om tijd voor stil gebed te nemen en te geloven dat ik mag leven in Gods aanwezigheid, dat in het verlengde staat van mijn leven.

Kapelaan Juan van Eijk

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

In het Nieuwe Testament vinden wij de uitdrukking ‘Met de Heilige Geest gedoopt worden’ zes keer. Deze profetie wordt vier keer door Johannes de Doper gebruikt (Mat. 3,11; Mc. 1,8; Lc. 3,16; Joh. 1,33), één keer door Petrus in herinnering geroepen (Hand. 11,16) en één keer uit de mond van Jezus zelf. De wortels van deze belofte vinden we in het Oude Testament: God stort zijn Geest uit over alle mensen. Het voert voor dit artikeltje te ver hier dieper op in te gaan.

Paus Benedictus heeft op 11 mei 2008 iedereen uitgenodigd om ‘de schoonheid van ons doopsel in de Heilige Geest te ontdekken’. In de Kerk van de eerste eeuwen was het normaal dat met de Heilige Geest gedoopt worden samen viel met het werkelijk ontvangen van het doopsel. Het waren immers volwassenen die zich gedurende drie jaar voorbereid hadden om het sacrament van het Doopsel te ontvangen. 

Als zij in de Paasnacht werden gedoopt wisten zij dat zij een ander mens werden. Voordat zij werden gedoopt, wezen zij in de richting van de ondergaande zon, de duivel af. (Wij doen dat nog steeds in de Paaswake met de woorden ‘Verzaakt u aan de satan? En aan al zijn werken? En aan zijn verleiding?) In de richting van de opgaande zon, het licht van de verrijzenis van Jezus Christus, beleden zij het ‘geloof’ wat wij kennen als het credo. Het was voor hen dus een definitief toekeren naar God, in zijn richting gaan.


De volwassenen verzamelden zich bij de grote doopvont. Het water, waarin zij drie keer ondergedompeld werden, betekent het oude leven afleggen en een nieuwe mens worden. Daarom werden zij ook met een witte albe bekleed.


Het is voor de meeste mensen van tegenwoordig anders, omdat wij als kind kort na onze geboorte gedoopt zijn, en op latere leeftijd, rond 12 jaar, gevormd. Wij mogen geloven dat God zijn genade aan ons schenkt door de sacramenten, sterker nog, God woont in ons door de sacramenten. Om met de Heilige Geest gedoopt te worden is het nodig dat wij ‘de deksel’ van de put waar Gods genade in zit openen. Aan de ene kant is dat ons werk. Het belijden van onze zonden in het sacrament van de biecht kan een ervaring geven van met de Heilige Geest gedoopt te worden. Wij hebben dit niet in de hand, niet wij bepalen, maar God. Wij mogen verlangen en alles in het werk stellen, maar kunnen God niet afdwingen. De andere manier om met de Heilige Geest gedoopt te worden is van ‘buiten’ af. Een van de mogelijkheden is het volgen van een cursus van zeven weken. Ik heb deze cursus eind jaren 90 een keer gevolgd en een paar keer gegeven in de vorige parochie.


Een heel bijzondere ervaring van met de Heilige Geest gedoopt te worden heb ik ervaren tijdens een genezingsretraite. De eerste dagen kregen wij de opdracht om een gebed van overgave te schrijven. Deze zouden wij uitspreken als er voor ieder persoonlijk onder handoplegging gebeden werd. Het was de eerste keer dat ik mocht ‘rusten in de Geest’. Het was een hele bijzondere ervaring van overspoeld te worden door Gods genade. Ik had een verlangen de Bijbel te lezen, de sacramenten te ontvangen, me in te zetten voor mijn naasten. Ik ontdekte de charisma’s en dat er nog veel meer te ontdekken was om in eenheid met Christus te leven en te doen wat Hij vraagt: me in volle overgave laten leiden door de Heilige Geest.

Kapelaan Juan van Eijk

Het is alweer een paar maanden geleden dat Jessica van Beuningen de Maagdenwijding heeft ontvangen. Het was bijzonder deze plechtigheid mee te mogen vieren in de kathedrale basiliek St. Jan te ’s-Hertogenbosch. Afgelopen december heeft onderstaand artikeltje in de Nieuwsbrief van het bisdom ’s-Hertogenbosch gestaan:

“Op zondag 22 november 2020 vierden wij het hoogfeest van Christus Koning. Tijdens deze viering ontvingen in de Sint-Janskathedraal in ‘s-Hertogenbosch, twee vrouwen, Jessica van Beuningen en Petra van Esch, de maagdenwijding uit handen van bisschop Gerard de Korte. De maagdenwijding is een van de onbekendste wijdingen binnen de katholieke kerk maar daardoor niet minder van betekenis. Vrouwen, wonend en werkend in de wereld, willen Christus nadrukkelijk volgen en tot de dood trouw blijven aan de dienst van de Heer en zijn Kerk. Zij zien af van een christelijk huwelijk maar geven voorkeur aan datgene waarvan het huwelijk een heilig teken is. Zij getuigen van evangelisch leven en onderlinge liefde. De gelofte die deze vrouwen afleggen wordt bekrachtigd met een plechtig wijdingsgebed. Na de wijding ontvangen zij als bruid van Christus, de bruidegom, een sluier en als teken van blijvende trouw aan Christus een ring. Ook het getijdengebed krijgen zij overhandigd als teken en oproep tot onophoudelijk gebed voor het heil van de gehele wereld in eenheid met de gehele Kerk”.


Net als bij kloosterlingen, religieuzen en priesters gaat het om het leven van de evangelische raden: kuisheid, armoede en gehoorzaamheid. De kuisheid ofwel het celibaat betekent dat je als niet gehuwde door het leven gaat. Zij die in het celibaat leven zijn een teken dat Gods Rijk midden onder ons is en waar we naartoe op weg zijn. Het drukt het geloof in het eeuwig leven uit. De armoede houdt in dat je in eenvoud wilt leven, genoegen neemt met het gewone. Gehoorzaamheid is over het algemeen aan de bisschop. Als je in het klooster bent ingetreden is het een gehoorzaamheid aan de overste en de kloosterregel.


In de tijd dat ik in de Monastieke Gemeenschappen van Jeruzalem was, was ik priester van het bisdom ’s-Hertogenbosch. Dit blijft tot de eeuwige professie, dan incarneer je in de religieuze gemeenschap of het klooster. Toen ik op het punt stond om de tijdelijke gelofte af te leggen, werd duidelijk dat het niet mijn roeping was. Aangezien ik priester van het bisdom Den Bosch ben, kon ik gemakkelijk terug.


De maagdenwijding is te vergelijken met een eeuwige professie. Zij, de maagd, bindt zich aan het bisdom en kan dus niet zomaar buiten het bisdom verhuizen. Net als de priester belooft zij trouw en gehoorzaamheid aan de bisschop. Wat haar onderscheidt van de priester is dat zij in haar eigen levensonderhoud moet voorzien. Dus heeft zij een baan in de maatschappij en belooft zij dienstbaar te zijn aan de lokale gemeenschap, de parochie, of de kerk waar zij zich thuis voelt. Verder leeft zij alleen midden in de wereld en dat is een hele worsteling. In zekere zin geldt het voor ieder van ons, ieder kiest persoonlijk voor Jezus Christus en tegelijk mogen we samen op weg gaan met de Heer.

Kapelaan Juan van Eijk

Het afgelopen jaar is er in de Stefanusparochie veel gebeurd. Sinds 1 juni 2020 zijn er een nieuwe pastoor en kapelaan benoemd. Een paar maanden later ver-trokken tweepriesters van de Gemeenschap Emmanuel naar andere parochies. Voor de parochianen, de Gemeenschap Emmanuel en mij een grote verande-ring. Aanvankelijk was de afspraak dat ik in de luwte zou herstellen van een bijna burn-out. De veranderingen die kort na elkaar volgden gaven veel onrust. De grootste verandering was dat ik de verantwoordelijkheid kreeg voor de Maria Ge-boortekerk. De laatste tijd merk ik dat het een stuk beter gaat en ik genezen ben van de bijna burn-out.


De Maria Geboortekerk is een nieuwe plek, waar ik de komende jaren mag wer-ken in de wijngaard van de Heer. In het voetspoor van mijn voorgangers wil ik graag met alle parochianen verder gaan. Het is een hele uitdaging, omdat we in een tijd van krimp zitten. De Maria Geboortekerk is een plek van hoop, omdat hier veel jonge gezinnen en jongeren komen.


Een van de dingen waar ik komende jaren met alle parochianen aan wil werken is parochievernieuwing. Mijn voorganger, Cyrus van Vught, heeft hiermee een begin gemaakt. In mijn vorige parochie heb ik hiermee ook enige ervaring opge-daan. Met de parochianen daar hebben we hiervoor het boek van James Mallon ‘Als God renoveert’ gebruikt. Belangstellende parochianen lazen thuis een be-paald gedeelte uit het boek, dat tijdens de bijeenkomst met elkaar besproken werd.


In parochievernieuwing gaat het om het herontdekken van de charismatische dimensie van de Kerk. De mensen weten dat de Kerk institutioneel is. Het geeft de Kerk structuur door de paus, bisschoppen, de inhoud van het geloof en het vieren van de sacramenten. De charismatische dimensie heeft betrekking op hoe de Heilige Geest de Kerk leidt. In zijn toespraak op 27 mei 1998 zegt Paus Jo-hannes Paulus II tot de Nieuwe bewegingen:


‘De institutionele dimensie en de charismatische dimensie zijn 'co-essentieel' voor de goddelijke constitutie van de Kerk zoals ze werd ge-sticht door Jezus, omdat ze samen bijdragen aan het present stellen van het mysterie van Christus en zijn heilswerk in de wereld. Bovendien rich-ten zij zich samen, ieder op zijn eigen manier, op de vernieuwing van het zelfbewustzijn van de Kerk, die zich in zekere zin ook zelf 'beweging' kan noemen, in zoverre zij een gebeurtenis is in de tijd en in de ruimte van de zending van de Zoon door middel van de Vader in kracht van de Heilige Geest.’

De Kerk is gezonden om het mysterie van Christus en zijn heilwerk in de wereld present te stellen. De Nieuwe bewegingen beleven het door Jezus gezonden te zijn. De Katholieke Charismatische Vernieuwing noemt paus Franciscus een ‘stroom van genade in de Kerk’. De Nieuwe bewegingen gaan erop uit, zij bele-ven de zending die Jezus aan de leerlingen gegeven heeft. Vlak voor zijn He-melvaart zendt Jezus zijn leerlingen uit met de woorden: ‘Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en leert hen te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb.’ (Mat. 28,19-20). In deze zin staan vier werkwoorden cursief en vet gedrukt. Wel-ke is het belangrijkste?

Het antwoord is ‘leerlingen maken’. Alle gedoopten hebben de opdracht het ge-loof door te geven. Allereerst in ons eigen gezin en vervolgens ook aan alle andere mensen. Veel katholieken hebben moeite om hun geloof met anderen te delen. In mijn jeugd had ik protestantse vrienden. Voor hen is het normaal om met elkaar over het geloof te spreken. Als ik daar was, kon ik over mijn geloof spreken en het heeft mij geholpen mijn geloof te beleven. Ik ben daar heel dankbaar voor. Van harte hoop ik dat we allemaal bereid zijn het geloof met an-deren te delen, moedig zijn om met anderen het evangelie durven uit te dragen en te ontdekken waar God ons toe geroepen heeft.

Kapelaan Juan van Eijk

Kinderen op het balkon bij ingang parochiecentrum

De MKC kerstbijeenkomst is op vrijdag 18 december om 18.45 uur. Alle kinderen van groep 5 t/m 8 zijn van harte welkom. Geef je nog snel op vóór woensdag 16 december en neem vooral ook vriendjes en vriendinnetjes mee. Meer info en opgave).

TeenerTime

Voor de tieners organiseren we  maandelijks TeenerTime! Zit jij al op de middelbare school en ben je nog geen 18 jaar? Dan ben jij van harte welkom bij TeenerTime!