Carnaval staat voor de deur. Dit jaar vieren we carnaval vanwege de corona wat bescheidener. De reden waarom we carnaval vieren is om nog één keer goed feest te vieren omdat daarna de 40- dagentijd begint die we ook wel de vastentijd noemen. De letterlijke betekenis van “carnaval” is dat we het vlees vaarwel zeggen. In de 40-dagentijd bereiden we ons voor op Pasen.

40-dagentijd
In de 40-dagentijd zijn er drie dingen belangrijk:
- We maken meer tijd vrij om te bidden en aandacht aan God te geven.
- Het is een tijd van versobering en inkeer; daardoor ervaren wij wat echt belangrijk
is in het leven en wat bijkomstig is.
- We staan stil bij het lijden van Jezus én bij het lijden van onze naasten, dichtbij
en ver weg. We helpen anderen die iets tekort komen.

Nieuw initiatief
Bij het eerste punt, tijd vrij maken om te bidden, is er een nieuw initiatief, namelijk: het gezamenlijk bidden van het getijdengebed/brevier op zaterdagmorgen.
Ik ervaar het getijdengebed als heel verrijkend. De psalmen die gebeden worden geven mij dikwijls een herkenning van wat ikzelf meemaak. Ik ervaar een grote verbondenheid met God en innerlijke vrede als ik dit gebed bid. Ik merk dat het mij goed doet, omdat ik weet dat op dezelfde dag over heel de wereld mensen dit ook bidden, dat geeft mij een verbondenheid met de wereldkerk, dat zou ik iedereen toewensen.

Ook Jezus en zijn leerlingen gingen op vaste tijden naar de synagoge om te bidden. In de tempel werd drie keer per dag gezamenlijk gebeden. Deze traditie heeft de kerk overgenomen. Ook het getijdengebed wordt op vaste tijden gebeden door alle monniken, zusters, broeders, diakens en priesters. Het gebed staat open voor iedereen om mee te bidden en zo de tijd te heiligen. Daarom nodigen we u uit om in de 40-dagentijd dit mee te bidden. Het morgengebed begint op zaterdagmorgen 8.15 uur en duurt ongeveer 15 minuten. Het bestaat uit een lied, enkele psalmen, een gedeelte uit de heilige Schrift wat voorgelezen wordt, een lofzang, voorbede en een afsluitend gebed.

Aansluitend is het mogelijk om ook de daglezing mee te maken. Ook hier bidden we enkele psalmen, maar een groter gedeelte uit de heilige Schrift en een commentaar op de lezing. Ook het tweede deel duurt ongeveer 15 minuten. Bij het begin geven we uitleg en helpen we bij het installeren van de gratis App zodat u geen boek hoeft te kopen. Ook zonder smartphone bent u van harte welkom. Ervaar hoe het is om deze eeuwen oude vorm, met en voor elkaar te bidden.

pastor Jeroen Miltenburg

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

We zijn allemaal geroepen tot heiligheid. We zijn allemaal geroepen om missionair te zijn. Dat zijn grote woorden waar James Mallon de aandacht op vestigt in zijn boek Divine Renovation. Misschien is dat wat teveel op de achtergrond geraakt. Vaak hoor je deze uitspraak: “Verkonding het evangelie altijd, gebruik indien nodig woorden.” We moeten ons vooral inzetten om goede dingen te doen voor de maatschappij. Dat is zeker waar, maar helaas is dat vaak een excuus om het evangelie te verzwijgen. Paulus vertelt ons in de Romeinenbrief: ‘Het geloof komt dus voort uit de boodschap, en de boodschap geschiedt in opdracht van Christus.’ (Rom 10,17) We hebben de opdracht om de boodschap van Jezus te brengen aan de wereld, maar wat brengen we dan eigenlijk?

Missionair zijn is Jezus brengen. Geloven is iets anders dan kennis hebben, je hoeft geen examen af te leggen. Nee, Jezus wil mensen ontmoeten. Ons missionair zijn heeft dat als doel: alle mensen door de Heilige Geest een persoonlijke ontmoeting met Jezus te laten hebben. Onze relatie met Jezus is het fundament van ons geloof.

Op dat fundament kunnen we onze relatie met elkaar bouwen. Zo kan de kerk een betekenisvolle gemeenschap zijn waar we rond Christus samenkomen om elkaar te steunen en te sterken. Om samen te groeien in ons geloof en in onze liefde voor elkaar en de wereld.

Samen verzamelen we ons rond het Woord van God. In het sacrament, maar ook in de Bijbel. We kunnen ontdekken hoe de Bijbel ons over Jezus leert. Samen het Woord van God bestuderen is meer dan alleen kennis opdoen over de Bijbel. Kennis opdoen is niet slecht, maar het is niet alles. We groeien als gemeenschap in de boodschap die de Bijbel ons geeft. Samen leven we de Bijbel. Samen leven we het Woord.

Pas als we zijn samengekomen rond Jezus, hem kennen en gevormd zijn door Zijn Woord kunnen we missionair zijn. We kunnen mensen niet tot een ontmoeting met Jezus brengen als Hij voor ons slechts een theorie is. We kunnen niemand uitnodigen om bij onze gemeenschap te komen als we niet een gemeenschap zijn. We kunnen de diepgang van de Bijbel niet aanbieden als we die zelf niet ervaren. Maar als we dat wel hebben, dan kunnen we niet anders dan uitgaan in de wereld en mensen Jezus, zijn kerkgemeenschap en zijn woord aanbieden.

De eerste stap ligt altijd bij ons. De eerste stap is de keuze om Jezus te willen kennen en Hem te volgen. Jezus nodigt ons daartoe uit, elke dag weer. Als we Zijn aanbod accepteren, dan kunnen we verblijven in Zijn huis, het herbouwen en alle mensen uitnodigen om zich bij ons aan te sluiten.

Nick Kersten, stagiair

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

De eerste keer dat ik het sacrament van de biecht ontvangen heb, was ik ongeveer 26 jaar. Er was een nieuwe pastoor benoemd, die dit sacrament introduceerde als voorbereiding op Pasen. Voor mij was het de eerste keer. Mijn moeder had mij erop gewezen dat het goed was het sacrament te ontvangen, omdat ik weer in de kerk was teruggekeerd. Ik vond de stap te groot om met een priester een afspraak te maken. De aankondiging in het parochieblaadje verlaagde voor mij de drempel. Na de eucharistieviering konden de mensen, die dit wilden, dit sacrament ontvangen.

In de eucharistieviering was de homilie een soort gewetensonderzoek: welke dingen zijn goed gegaan en waar kan ik met Gods hulp nog aan werken? Het heeft mij geholpen zicht te krijgen op wat zonde is: ongehoorzaam zijn aan Gods stem, Gods liefde afwijzen, niet leven overeenkomstig het evangelie. Mede omdat ik een aantal jaren uit de kerk was, vond ik het in meerdere opzichten spannend. Hoe verloopt het sacrament en wat voor penitentie zou ik krijgen om het goed te maken met God? Aan het begin van de viering van het sacrament gaf de pastoor mij een blaadje waar het verloop van de viering op stond. Bij het belijden van mijn zonden stelde hij mij vragen. Het hielp mij beter zicht te krijgen op mijn geestelijk leven. Na de belijdenis van mijn zonden kreeg ik een penitentie en moest een oefening van berouw bidden, die ik van het blaadje kon lezen en kreeg ik de absolutie.
De penitentie die ik kreeg verbaasde mij, want het stond in mijn ogen niet in verhouding tot wat ik misdaan had. De afstand die er tussen mij en God was, heeft Hij hersteld. Ik hoef alleen mijn hand naar Hem uit te strekken. Zo voelde de absolutie ook voor mij: God heeft mij verlost van de ballast van zonden die ik vele jaren gedragen had. Ik was vrij en mocht weer opnieuw beginnen. Sinds die tijd probeer ik met enige regelmaat het sacrament te ontvangen. Eén van de vijf geboden van de Kerk zegt dat men tenminste eenmaal per jaar moet biechten, maar zelf zie ik het als een groot voorrecht en ontvang ik het sacrament ongeveer een keer per maand. Over het algemeen is het bij een priester thuis. In de tijd dat ik in het klooster te Keulen was, waren er verschillende kerken waar je met enige regelmaat kon biechten. Het was ook gebruikelijk om dit sacrament in de biechtstoel te ontvangen. Ik heb dit als prettig ervaren. Het geeft mij meer vrijheid om anoniem te spreken.

Het regelmatig ontvangen van het sacrament van de biecht helpt mij om geestelijk te groeien, de relatie met God te verdiepen. Het sacrament van de eucharistie kan ik alleen maar zien samen met de biecht en zie het niet als een plicht, maar een voorrecht. Bij God kun je altijd terugkeren, wat je ook gedaan hebt. De penitentie is om te werken aan het herstel in jouw persoonlijke relatie met God. De vergeving die God schenkt, kun je niet verdienen, je mag het ontvangen omdat je kostbaar ben in de ogen van God. God houdt van ieder mens, die Hij geschapen heeft. Hij is een goede Vader.

In de Maria Geboortekerk kun je op weekdagen, maandag, dinsdag, woensdag en vrijdag na de eucharistieviering van 19.00 uur de biecht te ontvangen. Op donderdag is dit ’s middags van 16.00-17.00 uur. Het is een regelmatig en vrij aanbod waar we gebruik van mogen maken. Het zal ons helpen in vrijheid te leven als Gods geliefd kind.

kapelaan Juan van Eijk

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Bij het begin van de corona moest ik er enorm aan wennen dat ik niemand een hand kon geven. Je maakt door het geven van de hand persoonlijk contact. Bij mensen die je nog niet eerder gezien hebt gaat het samen met je voorstellen. Gebarentaal zie je soms bij een persconferentie. Ik vind het wel leuk om te zien welke gebaren iets uitdrukken. Lichaamstaal is heel natuurlijk en authentiek. Het is een eerlijke uitdrukking van wie we zijn of wat we ervaren. We drukken er iets mee uit. Een hand geven, een kus, een lichamelijke uiting van respect en genegenheid. We zijn mensen van vlees en bloed, en niet alleen geestelijke wezens. Als het om ons geloof gaat kunnen we zeggen: ons lichaam bidt mee, het lichamelijke is mee ingeschakeld in onze relatie met God. Zo kennen we verschillende gebaren.

Kruisteken
Zo maken we een kruisteken om het begin van een gebed duidelijk te maken.
Een kruisteken herinnert aan ons doopsel. Voor corona hadden we wijwater daarmee doopten we onze vingers in het water. We slaan een kruis, het is een
kort gebed waarmee we ons geloof in de Drie-enige God belijden.

Knielen
In de kerk is het Heilig Sacrament, (de hostie waarin Jezus aanwezig is) dat bewaard wordt in het tabernakel. Bij het tabernakel brandt de godslamp. Christus is dan in de kerk aanwezig. We begroeten Hem bij binnenkomst, b.v. door uit eerbied een kniebuiging te maken. (Sommige mensen maken een buiging met het hoofd). Bij het knielen drukken we uit dat God groter is dan wijzelf zijn. God is groot en ik ben afhankelijk van Hem. Het belangrijkste is dat we ‘in ons hart’ knielen. Dat bevrijdt ons van hoogmoed, van alles zelfstandig of autonoom willen doen. Als we knielen voor God drukken we iets uit: namelijk de wil om in relatie te komen met God, de Schepper van al wat bestaat. Wij drukken ermee uit dat wij geschapen zijn en dat Hij de Schepper is. In het evangelie komen we regelmatig mensen tegen die een gunst van Jezus vragen en voor Hem knielen. De apostel Paulus schrijft aan de gelovigen van Fillipi “opdat bij het noemen van zijn Naam zich iedere knie zou buigen in de hemel, op aarde en onder de aarde..." (Filippenzen 2,9). Jezus zelf knielde toen Hij tot de Vader bad, zo lezen we in het evangelie van Lucas 22,41.

Staan
Bij het voorlezen van het evangelie gaan we staan. Dit drukt uit dat we alert zijn op wat er komen gaat. Een woord van leven wordt tot ons gesproken. Staan is dan ook een verwijzing naar de opstanding, naar het nieuwe leven van Pasen. Ook is het uitdrukking van respect voor het evangelie, het Woord van God. Acolieten omringen het evangelie staande met kaarslicht. Het woord van God is een licht op onze levensweg.

pastor Jeroen Miltenburg

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Als kerk zijn we het lichaam van Christus. Elke zondag komen we samen om dat te vieren en ons te verenigen met Jezus. Samenkomen als lichaam van Christus om in Zijn nabijheid te zijn, het raakt de kern van ons geloof. Toch kan het voorkomen dat iemand langere tijd niet in staat is om de mis mee te vieren. Hoor je dan nog wel bij dat lichaam van Christus? Doe je dan nog wel mee?

Natuurlijk wel! Al in de vroege kerk gingen mensen erop uit om zieken en anderen, die niet naar de kerk konden komen, te bezoeken. Ze bezochten de zieken om hen bij te staan, maar niet alleen dat. Ze namen de eucharistie mee naar de zieken, zodat ook zij het konden ontvangen. Als je niet naar Jezus toe kunt komen, dan komt Jezus naar jou toe.

Maar de ziekencommunie, zoals we dat tegenwoordig noemen, is meer dan het komen brengen van de eucharistie. Ook als je niet aanwezig kunt zijn in de kerk, ben je volledig onderdeel van het volk van God. Je ben volledig onderdeel van de gemeenschap van de kerk. De ziekencommunie drukt dat uit.

Er zijn veel mensen die de eucharistie brengen naar zieke familieleden, vrienden of kennissen. Zo geven zij handen en voeten aan de naastenliefde en de eenheid van de kerk. Ook priesters, diakens en zelfs priesterstudenten bezoeken de zieken om hen de eucharistie te brengen.
Tijdens zo’n bezoek is er ruimte om samen te bidden, samen te praten of samen een stukje uit de Bijbel te lezen. Het is een uitdrukking van een kernwaarde van ons geloof: geloven doe je samen. Jezus zegt het zelf: “Waar er twee of drie verenigd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun midden.” (Mt. 18,20)

Het is belangrijk om stil te staan bij deze belangrijke taak van de kerk om iedereen te betrekken in onze gemeenschap. Als gemeenschap moeten we in de gaten houden of iemand behoefte heeft om door het ontvangen van de ziekencommunie onderdeel te blijven van onze gemeenschap. De missie van de kerk is om ook buiten de kerkmuren te zijn, want ook daar zijn we één gemeenschap.

Nick Kersten, stagiair

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Afgelopen zondag, 16 januari, hebben tien communicanten zich tijdens de eucharistieviering voorgesteld aan de parochianen. Een van de accenten van de viering was dat aan het begin ervan de ouders herinnerd werden aan de belofte die zij bij de doop van hun kind gedaan hadden, nl. dat zij hun kinderen gelovig willen opvoeden. De ouders hebben een belangrijke rol in de geloofsopvoeding en daarnaast wil ook de geloofsgemeenschap haar bijdrage leveren en dat hebben zij aan het begin van de viering beloofd. Het geloof in God groeit geleidelijk. We hebben elkaar nodig om te groeien in geloof. De geloofsgemeenschap helpt ook mee, door middel van de bijeenkomsten ter voorbereiding op de Eerste H. Communie.

De ideale voorbereiding is aandacht voor catechese, het vieren van het geloof en het dienen van de naasten. De kern van het geloof is dat God ons daarin laat groeien en ons heiligt. In de mate dat wij meewerken met zijn genade zullen we steeds meer het beeld en gelijkenis van God zichtbaar maken.

De communicanten komen een aantal keren samen in de pastorie om het geloof te leren. De ouders op hun beurt helpen in het welslagen door het goede voorbeeld dat zij geven. We gaan ervan uit dat zij met hun kind of kinderen op zondag naar de kerk komen en dat zij hun kind thuis helpen met het maken van de opdrachten in de communiemap. Het kenmerk van ons geloof is dat we altijd leerling van Jezus blijven. Of we nu veel van het geloof weten of pas het geloof ontdekt hebben. Elke dag leren we bij.

Het geloof is een geschenk en het grootste geschenk is Jezus zelf. Hij geeft zichzelf aan ons, onder de gedaante van het brood, dat zijn lichaam (en bloed) is, en het Woord, de Bijbel. Hij schenkt zichzelf in de gemeenschap en haar bedienaar. De eucharistieviering is de bron en het hoogtepunt van het christelijke leven. Deelnemen aan de eucharistie, waarin we ons mogen voeden met Jezus zelf, doet ons groeien in geloof in Hem. Het is als een cadeau dat we uit mogen pakken om te ontdekken wat erin zit en wat we ermee kunnen doen.

De communicanten bereiden zich voor op het ontvangen van Gods grootste geschenk: de eucharistie waarin zij Jezus Christus ontvangen. Dat is heel bijzonder. De kinderen hebben zich gepresenteerd aan de geloofsgemeenschap of beter gezegd, zij hebben zich gepresenteerd aan de Heer. Het is een stap in het geloof, die staat in het verlengde van hun doopsel en dat door het vormsel wordt voltooid. Het grootste geschenk dat wij God kunnen geven is onszelf door te doen wat God van ieder van ons wil.

kapelaan Juan van Eijk

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Misschien hebben we niet zo veel met het thema: het gebed voor de eenheid van de christenen. Toch is eenheid een hartenwens van Christus zelf. Op het einde van zijn leven bidt Jezus voor alle gelovigen: ”niet voor hen alleen bid Ik, maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven opdat zij allen één mogen zijn zoals Gij, Vader, in Mij en Ik in U”. (Joh. 17, 20-22). De eenheid van de Vader en Jezus Christus is onze oriëntering. Jezus geeft de reden aan om te bidden voor eenheid namelijk: “Opdat de wereld geloven dat Gij Mij gezonden hebt”.

Eenheid heeft een doel: dat de wereld zal erkennen dat Jezus door de Vader gezonden is. Onze getuigenis is veel krachtiger als we een zijn in geloof. Ook vervolgde christenen hebben een geestelijk steun als ze de eenheid met mede gelovigen in hun getuigenis ervaren.

Verdeeldheid binnen de christenen maakt ons zwakker, geeft ons minder overtuigingskracht. Verdeeldheid doet vragen rijzen over de goddelijke oorsprong van onze zending. Dat geldt wereldwijd voor alle christenen. We delen hetzelfde doopsel en in hoofdlijnen hebben we dezelfde bijbel en geloofsbelijdenis. Maar ook de eenheid binnen de Maria Geboorte maakt onze getuigenis krachtiger. We zijn broeders en zusters van elkaar omdat we een gemeenschappelijke Vader in de Hemel hebben.

Nog dichtbij kerstmis ervaren we dat zowel herders, de vertegenwoordigers van het joodse Volk, als de wijzen uit alle andere werelddelen naar het Kind Jezus gaan. Ze komen uit verre landen en vertegenwoordigen verschillende culturen. Ze hebben hetzelfde verlangen om de pasgeboren koning te zien en te leren kennen. Ze komen samen om Hem te aanbidden. De wijzen laten ons iets zien namelijk de eenheid die God voor alle volken wenst.

We zijn door God geroepen om die eenheid tot stand te brengen en om zo een teken te zijn voor de wereld. Afkomstig uit verschillende landen, culturen en talen, hebben we een gemeenschappelijke zoektocht naar Christus en delen in het verlangen om Hem te aanbidden. Om een licht te zijn voor elkaar.

Door verdeeldheid onder de christenen wordt dat licht zwakker, waardoor anderen de weg naar Christus niet kunnen vinden. Samen bidden is een teken van eenheid. Bidden we met Jezus Christus, dan zal de Geest onze harten veranderen, zodat wij schijnen als licht in het duister.

pastor Jeroen Miltenburg

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Het lijkt alsof de Katholieke Kerk zich in een crisis bevindt. Wie de krantenberichten leest kan er niet omheen: kerksluitingen, financiële tekorten, een teruglopend aantal gelovigen en priesters. Toch is misschien de grootste crisis waarin de Kerk zich bevindt wel een andere: een identiteitscrisis. James Mallon, de auteur van Als God renoveert, lijkt daar op aan te sturen.

De Kerk is veel dingen niet. Ze is geen gezelligheidsvereniging; al mag het best gezellig zijn. Ze is geen muziekvereniging; al kunnen we gezegend zijn met mooie muziek. Ze is geen universiteit; al hopen we op goede catechese. Wat is de kerk dan wel? In Jesaja geeft God een antwoord: ‘Want mijn huis zal heten: Huis van gebed voor alle volken.’ (Js 56,7). Een huis van gebed dus, maar niet zomaar een huis van gebed maar een huis van gebed voor alle volken. Dit huis van gebed is er voor iedereen en we mogen iedereen dan ook uitnodigen om in dit huis te komen bidden. Jezus zegt ook aan zijn leerlingen: ‘Ga en maak alle volken tot leerling.’ (Mt 28-19)

Dat is een grote opgave. Een opgave waarvan we makkelijk denken dat andere mensen dat beter kunnen. Misschien denken we zelfs ‘laat die ander dat maar doen, dan hoef ik het niet.’ Maar de apostelen zijn tegelijk leerling én gezonden. Ze dienen elkaar, zoals ook wij ons steentje proberen bij te dragen aan onze kerkgemeenschap, maar proberen ook nieuwe mensen, nieuwe volken, te verwelkomen in het huis van de Heer.
De rollen lopen door elkaar heen. Ja, missionaris zijn en naar een ver land trekken om daar mensen leerling van Jezus te maken, is een bijzondere roeping. Maar we hebben in het klein allemaal die opdracht gekregen van onze lieve Heer. Wij zijn allemaal leerling van Jezus en we zijn allemaal gezonden om nieuwe leerlingen te maken.

Leerling zijn is nooit klaar. Elke dag is een kans om verder te groeien in ons geloof, met vallen en opstaan. We zijn dus allemaal leerling, altijd en overal. Niemand is ‘klaar.’ Nieuwe leerlingen maken helpt ons zelf ook verder. Je begrijpt iets pas echt goed als je het aan een ander kunt uitleggen en stiekem leer je er veel van. Zo kunnen wij ook veel leren van de mensen die wij mogen helpen op hun weg met Jezus. Door die weg met hen te bewandelen kunnen ook wij groeien in ons geloof.

Een kerk die missionair wil zijn is een kerk die haar identiteit goed heeft begrepen. Het is een kerk waar mensen hongerig zijn naar Jezus en die andere mensen ook hongerig naar Hem willen maken. Een missionaire kerk zit goed in haar vel en staat open voor haar weg met Jezus. Laten we daarom ons best doen om welkom en missionair te zijn en zo een huis van gebed voor alle volken te worden.

Nick Kersten, stagiair

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Op Nieuwjaarsdag, of eventueel in de dagen daarna, kunnen de mensen die in de Maria Geboortekerk komen aan het eind van de viering een afbeelding van een jaarheilige ontvangen. Deze heilige kiest jou. Jij gaat met deze heilige op weg en omgekeerd wil de heilige met jou op weg gaan. Van heiligen kunnen we veel leren, zij laten zien dat het mogelijk is Christus na te volgen en mee te werken aan Gods Rijk hier op aarde. God durft het aan door de mensen geschiedenis te schrijven. Wij maken deel uit van dat grote plan, van de grote heilsgeschiedenis waaraan iedereen een bijdrage kan leveren.
We moeten onderscheid maken tussen mensen die heilig verklaard zijn en de andere ‘heiligen’. Het is immers noodzakelijk heilig te zijn om na de dood in Gods aanwezigheid verder te leven. In de Rooms Katholieke Kerk is een grote verscheidenheid aan heiligverklaringen. Jong, oud, gewone gelovigen, kloosterlingen en gewijde mensen. Er zijn heiligen uit zeer vele landen over de hele wereld.

De laatste decennia zijn er aan de heiligenkalender heel wat nieuwe namen toegevoegd. Een paar van hen wil ik noemen. De zalige Antonietta Meo (1930- 1936), die op jonge leeftijd overleed aan kanker. In de brieven die zij aan Jezus schreef, beluisteren we haar diepe geloof. De heilige Josephine Bakhita (1870- 1947), die een slavin was. Als zij 20 jaar is wordt zij gedoopt en ziet wat het betekent om in de vrijheid van Gods kind te zijn, te leven. De heilige Juan Diego (1474-1548), die een verschijning van de heilige maagd Maria heeft gehad. Maria moeder van eenheid, verdrijft de cultus rond de Maja tempel waar mensen en kinderen geofferd werden en brengt verzoening tussen de Spanjaarden en de Mexicanen. De heilige Martin de Porres (1579-1639), die op 15-jarige leeftijd wilde intreden bij de Dominicanen in Lima (Peru), maar dat niet mocht omdat hij niet blank was. Hij werd bediende in het klooster en vervolgens lekenbroeder. Na 20 jaar ontvangt hij het habijt om als broeder deel uit te maken van de gemeenschap van Dominicanen. Dit is een greep uit de grote schare van heiligverklaringen, waar ik een bijzondere verering voor heb.

Naast de jaarheilige heeft iedereen een naamheilige. Toen ik naar het seminarie ging (augustus 1998) dacht ik dat Juan de la Cruz mijn naamheilige was. Mijn moeder vertelde mij echter dat Johannes de Doper mijn naamheilige is. De naamheilige is over het algemeen een heilige die ‘dichtbij’ je geboortedatum zijn feestdag heeft. Dichtbij is een relatief begrip, want tussen de datum dat Johannes de Doper gevierd wordt en mijn geboortedatum zitten twee maanden.

Of we ons nu verdiepen in onze jaarheilige of onze naamheilige, we hebben allemaal de opdracht om heilig te worden. Dat is wat het Tweede Vaticaans Concilie ons zegt. De roeping tot heiligheid is niet voor enkelen, maar voor iedereen. In de kern gaat het heilig worden om wat Johannes de Doper zegt: ‘Hij moet groter worden en ik kleiner’ (Joh. 3,30). Een heilige laat zien dat Gods Rijk zich midden onder ons bevindt.

kapelaan Juan van Eijk

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Klik op play knop (driehoek midden op scherm)
Meer info over onze kerk en de vieringen

pastor Jeroen Miltenburg

Terug naar welkompagina