Misschien hebben we niet zo veel met het thema: het gebed voor de eenheid van de christenen. Toch is eenheid een hartenwens van Christus zelf. Op het einde van zijn leven bidt Jezus voor alle gelovigen: ”niet voor hen alleen bid Ik, maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven opdat zij allen één mogen zijn zoals Gij, Vader, in Mij en Ik in U”. (Joh. 17, 20-22). De eenheid van de Vader en Jezus Christus is onze oriëntering. Jezus geeft de reden aan om te bidden voor eenheid namelijk: “Opdat de wereld geloven dat Gij Mij gezonden hebt”.

Eenheid heeft een doel: dat de wereld zal erkennen dat Jezus door de Vader gezonden is. Onze getuigenis is veel krachtiger als we een zijn in geloof. Ook vervolgde christenen hebben een geestelijk steun als ze de eenheid met mede gelovigen in hun getuigenis ervaren.

Verdeeldheid binnen de christenen maakt ons zwakker, geeft ons minder overtuigingskracht. Verdeeldheid doet vragen rijzen over de goddelijke oorsprong van onze zending. Dat geldt wereldwijd voor alle christenen. We delen hetzelfde doopsel en in hoofdlijnen hebben we dezelfde bijbel en geloofsbelijdenis. Maar ook de eenheid binnen de Maria Geboorte maakt onze getuigenis krachtiger. We zijn broeders en zusters van elkaar omdat we een gemeenschappelijke Vader in de Hemel hebben.

Nog dichtbij kerstmis ervaren we dat zowel herders, de vertegenwoordigers van het joodse Volk, als de wijzen uit alle andere werelddelen naar het Kind Jezus gaan. Ze komen uit verre landen en vertegenwoordigen verschillende culturen. Ze hebben hetzelfde verlangen om de pasgeboren koning te zien en te leren kennen. Ze komen samen om Hem te aanbidden. De wijzen laten ons iets zien namelijk de eenheid die God voor alle volken wenst.

We zijn door God geroepen om die eenheid tot stand te brengen en om zo een teken te zijn voor de wereld. Afkomstig uit verschillende landen, culturen en talen, hebben we een gemeenschappelijke zoektocht naar Christus en delen in het verlangen om Hem te aanbidden. Om een licht te zijn voor elkaar.

Door verdeeldheid onder de christenen wordt dat licht zwakker, waardoor anderen de weg naar Christus niet kunnen vinden. Samen bidden is een teken van eenheid. Bidden we met Jezus Christus, dan zal de Geest onze harten veranderen, zodat wij schijnen als licht in het duister.

pastor Jeroen Miltenburg

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Het lijkt alsof de Katholieke Kerk zich in een crisis bevindt. Wie de krantenberichten leest kan er niet omheen: kerksluitingen, financiële tekorten, een teruglopend aantal gelovigen en priesters. Toch is misschien de grootste crisis waarin de Kerk zich bevindt wel een andere: een identiteitscrisis. James Mallon, de auteur van Als God renoveert, lijkt daar op aan te sturen.

De Kerk is veel dingen niet. Ze is geen gezelligheidsvereniging; al mag het best gezellig zijn. Ze is geen muziekvereniging; al kunnen we gezegend zijn met mooie muziek. Ze is geen universiteit; al hopen we op goede catechese. Wat is de kerk dan wel? In Jesaja geeft God een antwoord: ‘Want mijn huis zal heten: Huis van gebed voor alle volken.’ (Js 56,7). Een huis van gebed dus, maar niet zomaar een huis van gebed maar een huis van gebed voor alle volken. Dit huis van gebed is er voor iedereen en we mogen iedereen dan ook uitnodigen om in dit huis te komen bidden. Jezus zegt ook aan zijn leerlingen: ‘Ga en maak alle volken tot leerling.’ (Mt 28-19)

Dat is een grote opgave. Een opgave waarvan we makkelijk denken dat andere mensen dat beter kunnen. Misschien denken we zelfs ‘laat die ander dat maar doen, dan hoef ik het niet.’ Maar de apostelen zijn tegelijk leerling én gezonden. Ze dienen elkaar, zoals ook wij ons steentje proberen bij te dragen aan onze kerkgemeenschap, maar proberen ook nieuwe mensen, nieuwe volken, te verwelkomen in het huis van de Heer.
De rollen lopen door elkaar heen. Ja, missionaris zijn en naar een ver land trekken om daar mensen leerling van Jezus te maken, is een bijzondere roeping. Maar we hebben in het klein allemaal die opdracht gekregen van onze lieve Heer. Wij zijn allemaal leerling van Jezus en we zijn allemaal gezonden om nieuwe leerlingen te maken.

Leerling zijn is nooit klaar. Elke dag is een kans om verder te groeien in ons geloof, met vallen en opstaan. We zijn dus allemaal leerling, altijd en overal. Niemand is ‘klaar.’ Nieuwe leerlingen maken helpt ons zelf ook verder. Je begrijpt iets pas echt goed als je het aan een ander kunt uitleggen en stiekem leer je er veel van. Zo kunnen wij ook veel leren van de mensen die wij mogen helpen op hun weg met Jezus. Door die weg met hen te bewandelen kunnen ook wij groeien in ons geloof.

Een kerk die missionair wil zijn is een kerk die haar identiteit goed heeft begrepen. Het is een kerk waar mensen hongerig zijn naar Jezus en die andere mensen ook hongerig naar Hem willen maken. Een missionaire kerk zit goed in haar vel en staat open voor haar weg met Jezus. Laten we daarom ons best doen om welkom en missionair te zijn en zo een huis van gebed voor alle volken te worden.

Nick Kersten, stagiair

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Op Nieuwjaarsdag, of eventueel in de dagen daarna, kunnen de mensen die in de Maria Geboortekerk komen aan het eind van de viering een afbeelding van een jaarheilige ontvangen. Deze heilige kiest jou. Jij gaat met deze heilige op weg en omgekeerd wil de heilige met jou op weg gaan. Van heiligen kunnen we veel leren, zij laten zien dat het mogelijk is Christus na te volgen en mee te werken aan Gods Rijk hier op aarde. God durft het aan door de mensen geschiedenis te schrijven. Wij maken deel uit van dat grote plan, van de grote heilsgeschiedenis waaraan iedereen een bijdrage kan leveren.
We moeten onderscheid maken tussen mensen die heilig verklaard zijn en de andere ‘heiligen’. Het is immers noodzakelijk heilig te zijn om na de dood in Gods aanwezigheid verder te leven. In de Rooms Katholieke Kerk is een grote verscheidenheid aan heiligverklaringen. Jong, oud, gewone gelovigen, kloosterlingen en gewijde mensen. Er zijn heiligen uit zeer vele landen over de hele wereld.

De laatste decennia zijn er aan de heiligenkalender heel wat nieuwe namen toegevoegd. Een paar van hen wil ik noemen. De zalige Antonietta Meo (1930- 1936), die op jonge leeftijd overleed aan kanker. In de brieven die zij aan Jezus schreef, beluisteren we haar diepe geloof. De heilige Josephine Bakhita (1870- 1947), die een slavin was. Als zij 20 jaar is wordt zij gedoopt en ziet wat het betekent om in de vrijheid van Gods kind te zijn, te leven. De heilige Juan Diego (1474-1548), die een verschijning van de heilige maagd Maria heeft gehad. Maria moeder van eenheid, verdrijft de cultus rond de Maja tempel waar mensen en kinderen geofferd werden en brengt verzoening tussen de Spanjaarden en de Mexicanen. De heilige Martin de Porres (1579-1639), die op 15-jarige leeftijd wilde intreden bij de Dominicanen in Lima (Peru), maar dat niet mocht omdat hij niet blank was. Hij werd bediende in het klooster en vervolgens lekenbroeder. Na 20 jaar ontvangt hij het habijt om als broeder deel uit te maken van de gemeenschap van Dominicanen. Dit is een greep uit de grote schare van heiligverklaringen, waar ik een bijzondere verering voor heb.

Naast de jaarheilige heeft iedereen een naamheilige. Toen ik naar het seminarie ging (augustus 1998) dacht ik dat Juan de la Cruz mijn naamheilige was. Mijn moeder vertelde mij echter dat Johannes de Doper mijn naamheilige is. De naamheilige is over het algemeen een heilige die ‘dichtbij’ je geboortedatum zijn feestdag heeft. Dichtbij is een relatief begrip, want tussen de datum dat Johannes de Doper gevierd wordt en mijn geboortedatum zitten twee maanden.

Of we ons nu verdiepen in onze jaarheilige of onze naamheilige, we hebben allemaal de opdracht om heilig te worden. Dat is wat het Tweede Vaticaans Concilie ons zegt. De roeping tot heiligheid is niet voor enkelen, maar voor iedereen. In de kern gaat het heilig worden om wat Johannes de Doper zegt: ‘Hij moet groter worden en ik kleiner’ (Joh. 3,30). Een heilige laat zien dat Gods Rijk zich midden onder ons bevindt.

kapelaan Juan van Eijk

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Klik op play knop (driehoek midden op scherm)
Meer info over onze kerk en de vieringen

pastor Jeroen Miltenburg

Terug naar welkompagina

Wij kunnen vanwege de corona maatregelingen niet de hele familie voor het kerstfeest uitnodigen. Die afstand die er nu is, is natuurlijk jammer want kerstmis vieren we ook het liefst als familiefeest.

Onze paus Franciscus heeft de nabijheid van God zo verwoord: “Laten wij onszelf gunnen te worden omhuld door de nabijheid van God, deze nabijheid vol compassie, tederheid.” Het kerstkind houdt geen ander halve meter afstand. Dichter kon Hij ons niet nabij zijn, doordat Hij één van ons is geworden. Heel eenvoudig, in een stal. Hij heeft het menselijk leven, ook met al de moeilijkheden, met ons gedeeld. Ook daarin is Hij ons heel nabij. God zelf gaat met ons op weg. Hij wijst ons niet alleen de weg, Hij wil die weg ook voor ons worden.

Het kerstkind nodigt ons uit om die weg samen te gaan. Zoals de herders en de wijzen op zoek zijn gegaan naar het pasgeboren kind, naar de nieuwe koning. Een koning die niet alleen zegt wat je moet doen, maar vooral een koning die je iets goeds heeft te geven, omdat Hij ons geluk op het oog heeft.
In een wereld die onzeker is horen we een kerstboodschap: “Vrees niet, wees niet bang”, zei de engel tegen de herders in de nacht op het veld: “vandaag is voor jullie, in de stad van David, een Redder geboren; Christus de Heer.” Geboren als een klein kind. We hoeven niet bang te zijn om dicht bij Hem te zijn. Om Hem te ontmoeten moeten we soms opzoek gaan, zoals de herders en de wijzen ons leren. Soms vinden we Hem op een plaats waar we het niet verwachten. Dat vraagt een open blik.

Zo kun je naar een kindje kijken. Je ziet hoe het beweegt, je ziet hoe het je aankijkt en contact met je maakt. Als je een kindje in de ogen kijkt dan kun je al het andere even vergeten. Een tedere liefde. Ik ervaar zijn nabijheid als ik naar het kerststalletje kijk, naar Maria, Jozef en het pasgeboren kindje. Dat geeft een warm gevoel, een ervaring dat God goed voor mij is.

Alles wat op ons hart ligt aan vragen, zorgen, of waar we dankbaar voor zijn, kunnen we uitspreken bij het kindje in de kribbe. Onze paus die de zorgen van de hele kerk met zich draagt heeft eens gedeeld wat hij doet. Op het einde van de dag schrijft hij op een briefje al de moeilijkheden waar hijzelf niet uitkomt. Het briefje legt hij bij het beeld van Sint Jozef. Zo kunnen ook wij onze zorgen aan Hem toevertrouwen en zijn nabijheid ervaren.

pastor Jeroen Miltenburg

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

alpha cursus

Inmiddels ben ik al enige tijd in deze parochie en kan ik met zekerheid zeggen dat ik hartelijk ben ontvangen. Ik heb in de Maria Geboortekerk een warme en gelovige gemeenschap aangetroffen die open staat voor anderen en hen wil verwelkomen. Een gemeenschap die nu samen op weg is naar Kerst. Samen kijken we uit naar de geboorte van Jezus en ook daarbij willen we anderen verwelkomen.

Kerst is niet alleen een herdenking van de geboorte van Jezus, we vieren het ook. We mogen het samen beleven en in ons hart ontvangen. We weten inmiddels allemaal dat kerkelijke vieringen en activiteiten na 17.00 uur niet fysiek kunnen plaatsvinden. Dat is voor ons allen pijnlijk en jammer; we willen samen vieren.
Juist Kerst is één van de feesten die in de maatschappij breed leeft. Velen leven toe naar Kerst, ook al zijn ze niet kerkelijk. Voor veel mensen is Kerst juist een moment dat ze wel naar de kerk komen. Jezus die bij ons komt, kwetsbaar en klein, werkt ontwapenend. De geboorte van Jezus werkt verbindend. Het is een mooi moment waar de vaste kerkgangers hen mogen verwelkomen en mogen uitnodigen om de geboorte van Jezus met elkaar te vieren.

De pandemie maakt dat al een paar jaar lastig en ook dit jaar lijkt corona roet in het eten te gooien. De maatregelen werpen ons terug op onze eigen kring. Hoe houden we onze gemeenschappen bij elkaar? Hoe kunnen we in de nieuwe situatie zoveel mogelijk door laten gaan op een verantwoorde manier? Het vraagt veel van ons allemaal en het is hartverwarmend om te zien hoe iedereen zijn schouders eronder zet om er het beste van te maken.

Jezus is gekomen als licht in de duisternis. Dat licht willen we delen met elkaar. Nee niet alleen met elkaar, maar met iedereen. Op kerstavond kunnen we helaas geen volle kerk hebben. Toch willen we de vreugde van Jezus’ geboorte delen met velen. Dit jaar kunnen we dat niet doen door op kerstavond naast elkaar in de kerstbanken te zitten, gelukkig kunnen we dat op eerste kerstdag wel. Daar mogen we dankbaar voor zijn. We mogen en kunnen Kerst toch in gemeenschap met elkaar vieren.

En kerstavond dan? Wat doen we met de mensen die we alleen op kerstavond kunnen verwelkomen in onze kerk? Natuurlijk willen we ook de vreugde van Kerst met hen delen. Dat vraagt misschien wel iets van ons. Aan het einde van elke mis worden wij de wereld ingezonden. Het licht kwam in de wereld en nu moeten wij een lichtje in de wereld zijn. Niet door hoog van de toren te blazen, maar door kwetsbaar en klein het licht van Jezus aan te bieden aan de mensen van goede wil. 

Nick Kersten, stagiair

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

De laatste zondagen van het kerkelijke jaar en de eerste zondag van de Advent staat in het evangelie de ‘eindtijd’ ofwel ‘apocalyps’ centraal. We kennen het Bijbelboek de Apocalyps, dat ook wel de grote Apocalyps wordt genoemd. Daarnaast omvat de Bijbel ook kleine ‘apocalypsen’, te vinden in Matteus 24, 25, Marcus 13 en Lucas 21. Het boek Daniël in het Oude Testament bevat ook een kleine apocalyps.

Het woord apocalyps betekent ‘openbaring’, want het openbaart het mysterie van de toekomst en/of het hemelse Rijk en hangt samen met de komst van Gods Rijk. In de christelijke traditie is het een drievoudige komst; 1) de geboorte van Jezus ruim 2000 jaar geleden; 2) de komst van Jezus midden onder ons, vooral als we de eucharistie vieren en 3) de definitieve komst van Jezus. In het Rijk van God, dat anders is dan het aardse koningschap, heerst God, Hij is Koning. Van de drie ‘komsten’ is de wederkomst van Christus iets wat veel mensen bezighoudt.

Op de 33ste zondag door het jaar hebben we een gedeelte uit de kleine apocalyps van Marcus 13 gelezen. Oorlogen van volk tegen volk, aardbevingen en hongersnood (Mc. 13,8) en het oprichten van de ‘gruwel der verwoesting’ zijn tekenen die de eindtijd aankondigen. Het beste wat de leerlingen kunnen doen, zegt Jezus, is waakzaam zijn en zich niet laten misleiden. Mensen zullen optreden in zijn Naam, volgt hen niet na, maar volhardt in het geloof.

De ‘gruwel der verwoesting’ is het beeld van de romeinse heerser dat in de tempel wordt geplaatst. Hij moet aanbeden worden in plaats van God. Het gaat om meer dan alleen de letterlijke betekenis van oorlog, aardbevingen en de ‘gruwel der verwoesting’. De geestelijk betekenis van oorlog kan geestelijke strijd zijn; die van aardbevingen de verschuivingen in de samenleving; en het oprichten van de ‘gruwel der verwoesting’ het aanbidden van de vijand, de tegenstander van God. In wezen gaat het om de keuze voor God. Hem aanbidden, die de oorsprong van het leven is. De vijand, ofwel de duivel is alleen maar gekomen om ons in het verderf te storten. Dit doet hij door de mensen te misleiden, mensen ‘los’ te maken van God en door verdeeldheid te zaaien in de gemeenschap. Een tactiek die hij gebruikt om te proberen ons te doen geloven dat God geen goede Vader is en niet om ons geeft en dat wij helemaal niet Gods geliefde kind zijn. Deze en alle andere tactieken zijn erop gericht dat mensen hem in plaats van God aanbidden.

We zien het bij de beproevingen van Jezus in de woestijn, waar de tegenstander tegen Jezus zegt: ‘Als Gij de Zoon van God zijt’. Hoezo als? Jezus gelooft dat Hij Gods veelgeliefde Zoon is (Mc. 1,11). God is een goede Vader. Dat zien we in wat Jezus voor ons doet: de genezingen, wonderen en tekenen. Het zijn tekenen dat Gods Rijk midden onder ons is. Laten wij een gemeenschap zijn, die mensen helpt de eenheid met Christus te zoeken. We zijn allemaal zwakke en zondige mensen, die erop vertrouwen dat God ons wil laten delen in zijn Rijk. De erfenis van het Rijk hebben we al ontvangen en wij mogen in alle nederigheid hieraan meewerken.

kapelaan Juan van Eijk

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Oud en nieuw
Het oude kerkelijk jaar loopt ten einde en het nieuwe staat voor de deur. We gaan ons voorbereiden op Kerst en kijken al uit naar een kerstdiner onder de schemering van theelichtjes. Zo ver is het nog niet. We sluiten het kerkelijk jaar eerst af met een hoogfeest: Christus, Koning van het heelal. Een grandioze titel die als siervuurwerk het kerkelijk jaar afsluit zodat het nieuwe kerkelijk jaar met advent kan beginnen.

Met oud en nieuw hebben veel mensen goede voornemens: we willen meer gaan sporten, meer boeken lezen, of vaker bij familie op bezoek. Vanaf het nieuwe jaar ben ik een nieuw mens! Na een paar maanden komen we onszelf dan tegen. Ik betrap mezelf op de bank met een zak chips en denk: hé dat was niet mijn voornemen. Dan blijkt dat ik om klokslag twaalf uur niet veranderd was in een ander mens, maar mezelf ben gebleven. De zak chips heeft me ingehaald. De praktijk is lastig, maar de goede bedoeling is er.

We vieren nu Christus, Koning van het heelal. Met Jezus kunnen we de wereld aan. Wat kan er mis gaan als de Koning van het heelal met ons is? Op oudejaarsavond denken we dat we het nieuwe jaar wel de baas zijn. Vol goede voornemens treden we het nieuwe jaar tegemoet. Laten we een paar goede voornemens maken voor het nieuwe kerkelijk jaar. Niet om meer te sporten of weer eens te gaan lijnen, maar om te groeien in ons geloof. Wat kan er mis gaan? De kerk kent vele heiligen met indrukwekkende levensverhalen. Misschien denken we dat we zo gaan worden. Misschien zijn we bang nooit zo te kunnen worden. Gelukkig hoeven we niet allemaal een heiligenleven te leiden waar een spannende film van gemaakt wordt. Onze goede voornemens mogen veel kleiner zijn, als we maar goede voornemens maken. Als we maar proberen om steeds een klein stapje te zetten. Als we onszelf betrappen met een zak chips op de bank, dan zeggen we gewoon: morgen probeer ik het weer!

Advent
De advent opent een nieuw jaar. Dit nieuwe jaar beginnen we met de voorbereiding op Kerst. Voorbereiding op een nieuw begin. Voorbereiding op de geboorte van Jezus. Het nieuwe kerkelijk jaar geeft ons dus tijd en ruimte. We hoeven er nog niet te zijn. We weten dat we er nog niet zijn. We mogen nog groeien. In de advent maken we zelfs ruimte vrij in het kerkelijk jaar om te kunnen groeien naar Kerst toe.

Ik hoop dat we deze advent de ruimte mogen voelen om te groeien in geloof. Dat we terugkijkend op het afgelopen kerkelijk jaar de mooie momenten mogen koesteren en de vol goede moed het nieuwe kerkelijk jaar in mogen gaan.

Nick Kersten, stagiair

Vorige artikel

Terug naar welkompagina

Mgr. De Korte spreekt vaak over sprakeloosheid als het over het geloof gaat. Wat bedoelt hij ermee? Mijn ervaring is dat regelmatige kerkgangers heldere antwoorden kunnen geven op geloofsvragen, niet tot in detail, maar men komt een heel eind in de verbinding van het eigen leven met God.

Bij degenen die zelden naar de kerk gaan is dat anders, heb ik gemerkt. Velen zijn waarnemers op afstand geworden. Of hebben alleen een binding met de kerkgemeenschap bij speciale gelegenheden, en gaan de overige tijd hun eigen weg. Als ik met hen in gesprek ga, ervaar ik bij velen een sprakeloosheid als het om ons geloof gaat.

Je eigen geloof niet onder woorden kunnen brengen, heeft tot gevolg dat je het niet met anderen kunt delen. Ik hoor dan makkelijk antwoorden als: “er moet wel iets zijn”, maar wat dat iets is, blijft vaag. Daardoor is het geloof niet een steun en inspiratiebron in het leven.
Dit hangt samen met de kennis en beleving van het geloof. Je kunt pas van God houden als je Hem kent. Voor een heel aantal mensen is de kennis blijven steken bij wat vroeger op school is aangereikt, maar de vragen en problemen van toen zijn anders dan nu. Als het geloof niet is meegegroeid dan lijkt het geloof geen antwoord te geven.

Naast kennis is er de eigen beleving van het geloof. Hoe ervaar ik God? Als Vader, als Heilige Geest, als vriend, of op een andere manier. Hoe kan ik aan mijn omgeving duidelijk maken waar God met mij bezig is? Of waar zie ik een Bijbelverhaal wat op mijn leven van toepassing is? Als we daarop een antwoord hebben, doorbreken we de sprakeloosheid.

Kwetsbaarheid
Sprakeloosheid maakt ons kwetsbaar en gesloten. Het raakt de kwaliteit van ons geloof. Geloof geeft dan minder houvast. Een goede relatie met God geeft houvast en vertrouwen. Het geeft ons inspiratie. Als we de sprakeloosheid overwinnen dan worden we open en mondige mensen, die met kennis van zaken ons geloof onder woorden kunnen brengen. Zo zijn we een steun voor veel mensen om ons heen.

Uitdaging
Hoe komen we daar? Belangrijk is om bij de bron te komen, bij God zelf. We vinden Zijn woord in de Bijbel, we onderhouden de relatie door gebed en sacramenten, en bij de mensen met wie we het geloof delen. We kunnen dan voor anderen een licht zijn dat hen helpt uit de sprakeloosheid te komen. We helpen hen in het vinden van het geluk, als we leven in vriendschap met Jezus Christus en dat onder woorden brengen.

pastor Jeroen Miltenburg

Vorige artikel

Terug naar welkompagina