Overweging van Ineke van Cuijk o.p.

Genesis 3, 9-15  Marcus 3, 20-35                                                          

U kent ze wel: die jongens of meisjes van een jaar of vijf, die stralend op je af komen, iets laten zien of vertellen en je denkt……’wat is er nu toch’….het lijkt wel of er iets niet klopt.   Dat overkwam mij toen onze jongste, net een jaartje op school, thuiskwam met hele mooie plaatjes/afbeeldingen - maar er was geen duidelijk reden van verjaardag of iets bijzonders en haar reacties op mijn vragen waren ook wat vreemd. Wat bleek even later….zij had, op aandringen van een vriendje uit haar klas, waar ze veel mee op trok (twee donderstralen) plaatjes uit de la van de juffrouw gepakt! Tja…. niet zoals het hoort. Onder tranen ’s middags naar school om tegen de juf te vertellen wat er gebeurd was. (Het is goed gekomen met haar hoor, zij is later naar de Politie Academie gegaan!!)

Die gebeurtenis schoot mij te binnen bij het lezen van de tekst uit Genesis. Adam denkt dat God niet weet wat er aan de hand is. Daarom verstopt hij zich, samen met Eva, in de hoop dat ‘alles goed komt’. Ontkenningsmechanismen zoals wij mensen dat wel kennen. Maar wie kent ons beter dan wij onszelf kennen? ‘Hij doorgrondt en kent ons. Hij kent ons zitten en ons opstaan; Hij verstaat van verre onze gedachten’(ps. 139). Het overbekende verhaal uit Genesis waar veel schilderijen en afbeeldingen van zijn gemaakt, werkt op onze fantasie maar ook op het gevoel én het weten van goed en kwaad. Ligt hier de oorsprong van al het kwaad? Of is het de verleiding die om de hoek komt kijken? En aanzet tot kwaad?                                                                                     

 Het is het verhaal waarin wij ons allemaal kunnen spiegelen. Zo gaat het, als het kwaad/het minder goede ons overmeestert. Er bestaat kwaad – daar kunnen wij niet omheen – in het groot en in het klein. Dat is een gegeven van ons mens-zijn. Een volmaakt leven bestaat niet. In de Bijbel wordt ook niemand een veilig en zorgeloos leven beloofd, integendeel. Christenen hebben weet van een uiteindelijke behouden aankomst. Maar het leven zelf is ‘vallen en opstaan’. En het Kwaad mag nooit het laatste woord hebben.       

Onlangs was ik in Utrecht voor de landelijke Ledenvergadering van de VPW. De Vereniging van Pastoraal Werkenden. Zij hadden voor deze dag Beatrice de Graaf uitgenodigd. Als u een trouwe DWDD (De wereld draait door) kijker bent, weet u wie zij is. Een jonge vrouw, zeer bevlogen die in eenvoudige taal kan vertellen over het ondoordringbare web van veiligheid en terrorisme.                Zij is historica en expert op het gebied van terrorisme, zij bekleedt de leerstoel: 'Conflict en veiligheid in historisch perspectief'. Zij heeft een boekje geschreven met de titel ‘Heilige Strijd’. Aan de hand van de theologie van Augustinus probeert zij een Bijbels fundament te leggen in het hedendaags debat over veiligheid. Want onder deze hele discussie zit natuurlijk de vraag rondom Het Kwaad. Zij zegt: ‘vanuit christelijk perspectief zijn er volop handvatten aan te reiken om mensen in hun verlangen naar veiligheid bij te staan en ze te laten zien hoe we kunnen aankijken tegen het Kwaad’.

Adam zoekt uitvluchten, heel menselijk, wie niet? God lijkt meedogenloos. ‘je bent vervloekt, zegt Hij tegen de slang. Tot de vrouw zegt Hij: (Naardense Bijbel) in veelvoud vermeerder ik je pijniging en je zwangerschap’.  En tegen de man: ‘in het zweet zul je werken voor je brood’. Maar voor Adam en Eva blijft de deur van de genade open staan.  Zij worden niet vervloekt!! De mens mag/moet ‘mens’ blijven en niet de menselijke maat te boven willen gaan. 

Het thema van deze viering: Het leven winnen of verliezen staat hier op zijn scherpst.  In een bepaald opzicht verliest de mens hier zijn leven, maar hij/zij krijgt besef van goed en kwaad en dat mag je winst noemen??!!

Ook bij Jezus speelt dit thema. Wij zijn nog maar net op weg in het Marcus Evangelie. Pas hoofdstuk 3. Na de roeping van de leerlingen en vele genezingen die bijna allemaal te maken hebben met onreinheid, komt ook in de perikoop van vandaag dit heikele standpunt naar voren. De perikoop begint en eindigt met de familie. Zij hebben zorgen om Jezus. Zij vinden dat het onverantwoord is wat Hij doet. ‘Hij is niet zichzelf’ en een andere vertaling zegt zelfs ‘Hij is gek geworden’. En behalve zijn familie, die aan Hem begint te twijfelen, doen de Schriftgeleerden uit Jeruzalem er nog een schepje bovenop ‘Hij is in de macht van de demonen’. Van meerdere kanten wordt er aan Jezus getwijfeld! Is ook Hij bezeten van kwade machten? Vanuit dit perspectief handelt Jezus helemaal verkeerd in hun ogen. Daar tegenover staan de enthousiaste volgelingen: op de eerste plaats zijn pasbenoemde leerlingen en inmiddels is er een grote menigte die Hem trouw volgt. Jezus schuwt de discussie niet ‘Hij riep hen (de schriftgeleerden) bij zich: Hoe kan de satan de satan uitdrijven. Als een koninkrijk, als een familie verdeeld raakt, kan het niet standhouden’. 

Bij Marcus komt de satan vaker voor: bij de verzoeking in de woestijn (1,13), bij het wegroven van het gezaaide woord (4,15) en als Petrus het aangekondigde lijden van Jezus wil ontkennen (8,33).                                                                       Aan de hand van ‘deze’ satan wil Jezus laten zien dat wanneer je verdeeld raakt, en dat geldt voor een familie, een koninkrijk en ook voor ieder mens, dan kan dat niet standhouden. Wij hoorden het al in de eerste lezing: Adam raakt verdeeld, hij had een afspraak met God maar raakt verdeeld door de gift (appel) die Eva hem aanreikt. Het grote gevaar van de innerlijke verdeeldheid kan leiden tot kwaad: in het groot en in het klein. Als relaties verstoord worden is er altijd sprake van ‘verlies’: van ongelijk, van verdriet, onmacht en verdeeldheid. Dan kan de Heilige Geest leidend zijn: zij/hij brengt verbinding tussen mensen tot stand. Wie verdeeldheid zaait, lastert de Heilige Geest. 

Jezus nodigt zijn gehoor en ook ons uit zelf de verantwoordelijkheid te nemen en te dragen voor je besluiten, voor je doen en laten – voor je leven en je daarbij te laten leiden door de Geest. We weten dat wij dagelijks leven in de ‘gebrokenheid van dit leven’ maar ieder moment, iedere dag, kunnen wij zelf kiezen! Als je je wilt laten leiden door de eenheid van het Koninkrijk dan ben je ‘gewapend’ tegen de aanvallen van de ‘satan’. En natuurlijk lukt dat niet altijd, vaak niet zelfs, maar de deur van genade van God blijft altijd voor ons open staan. En dan spelen bloedbanden geen rol. Een ieder die de wil van de Vader doet, is mijn broeder en zuster. Zo kun je – met vallen en opstaan – met wanhoop en moed – het leven winnen. Iedere dag opnieuw! Moge het zo zijn en moge de Barmhartige God ons genadig zijn.