Overweging van Wim Rigters.

Hand. 1, 1-11, en Mc. 16, 15-20.

Gisteren was ik aanwezig bij de uitvaart van Leo Olivers – die naam zegt u misschien niets, maar ik ontmoette hem zo’n 6 keer per jaar in de “bende van 6” – zoals hij onze gespreksgroep noemde. Drie maanden geleden nog kerngezond. Wij vormden met alle aanwezigen een lange erehaag terwijl hij op weg ging naar het crematorium.

Zo verging het ook onze medeparochiaan Ans Wibier; zondagmorgen is zij overleden en morgen zullen wij hier afscheid van haar nemen en begeleiden naar haar laatste rustplaats.

Voor geen van beiden een hemelvaart, tenminste niet zoals traditioneel afgebeeld bij de feestdag van vandaag.

Volgens Lucas in zijn boek Handelingen werd “Jezus ten aanschouwen van hen omhoog geheven”. De leerlingen stonden er dus op te kijken. Als je getuige mag zijn van zo’n evenement, ben je daar wellicht zo van onder de indruk dat het beeld van die hemelvaart voor eeuwig op je netvlies gebrand staat, en dat je daar links en rechts, zeker binnen de eigen kring, in geuren en kleuren over zult vertellen. En toch lezen we over dat imposante gebeuren niets bij Marcus, niet bij Matteüs noch bij Johannes; en ook Paulus en de andere briefschrijvers uit het nieuwe testament schijnen nooit gehoord te hebben van een hemelvaart. Ze zeggen wel dat “Jezus is opgenomen in de heerlijkheid van God” (dat hopen wij van onze dierbare overledenen ook) en dat hij “zetelt aan zijn rechterhand”, maar over het gebeuren zelf- dat ten hemel varen waar de leerlingen op stonden te kijken tot een wolk hem aan hun ogen onttrok – daar lijkt niemand iets van te weten. Behalve dus Lucas.

Hemelvaartsverhalen zijn dus zeker geen reportages, geen beschrijvingen van iets dat zus of zo gebeurd is, maar verhalen met een boodschap. Geen boodschap over de wijze waarop iemand de aarde heeft verlaten, maar een boodschap over de wijze waarop iemand op aarde geleefd heeft. Een hemelvaart wordt alleen maar verteld over mensen met een zo hoogstaande levenswandel dat de nabestaanden vinden dat aan al dat goeds niet zo maar een einde mocht komen door een banale dood die het lot is van elke gewone sterveling.

Het is dat het lectionarium vandaag Marcus voorschrijft – zoals we ook gelezen hebben - , maar liever had ik Lucas laten horen – de schrijver van de Handelingen, maar ook van een evangelie, - en daarom doe ik dat toch maar: hij vertelt: “Jezus nam hen mee de stad uit, tot bij Bethanië. Daar hief hij zijn handen op en zegende hen. Terwijl hij hen zegende, ging hij van hen heen en werd opgenomen in de hemel.”

Wat Matteüs, Marcus en Lucas In ieder geval gemeen hebben is, dat bij alle drie het verhaal eindigt met een opdracht: bij de eerste twee woordelijk uit de mond van Jezus: “Ga, trek de wereld in om de Goede Boodschap te verkondigen, en leer hun mijn geboden te onderhouden” en bij Lucas een gebaar: “Hij hief zijn handen en zegende hen; en zegenend ging Hij van hen heen”.

2x Hemelvaart: Handelingen en Evangelie, verschillend verteld, maar nu zie ik het verband:

Ik zie mezelf daar staan tussen die leerlingen, gespannen hem na starend: hoe nu verder? Zijn boodschap verkondigen – maar wat haalt dat uit – we doen dat al eeuwen! Soms zie je het niet meer, zie je Hem niet meer . . . Ja, we willen wel samen kerk, maar die grote kerk, waar de ene bisschop de hoogste bisschop schoffeert, . . . bruggenbouwer . . .

Wat sta je daar naar de hemel te staren? Hoor ik ineens, - weet je niet wat je te doen staat, je opdracht: Hij liet het net zien: hij hief zijn handen en zegende ons, zoals hij zijn hele leven heeft gedaan, mensen zegenen, de handen opleggen, omhelzen, tot zegen zijn.

De hemel is zo ver weg, die ander is zo dichtbij.

Wat staan jullie daar toch naar de hemel te staren! Blijf liever op ooghoogte.

Straks zullen we zingen:                

Ga voor ons uit in nacht en duister,
wek in ons hoop voor elke dag,
maak U niet waar in macht en luister,
maar in een mens die op ons wacht.

Moge het zo zijn.