Overweging van Marcel Becker.

Hand. 1, 15-26, en Joh. 17, 11b-19.

Thema: Op zoek naar de waarheid.

U kon zeker ook niet de verleiding weerstaan om een blik te werpen op het glitter en glamour evenement dat afgelopen week over Europa is uitgestort. Een evenement waarin het meer lijkt te gaan om het ‘festival’ dan om de ‘song’. Bij al die optredens moet ik wel denken aan het antwoord van een artiest op de vraag of hij last heeft van zenuwen. “Vooral vlak voordat ik op moet voor het optreden”. Als hij alleen staatn, naast de gordijnen. Wanneer hij niet meerde steun heeft van anderen, en als hij nog nietmeegesleept wordt door de spirit (om het woord geest maar eens te gebruiken) van de andere artiesten en het publiek. 

In de lezingen van vandaag treffen we de leerlingen aan in eenzelfde situatie aan, tussen Hemelvaart en Pinksteren. Hun leidsman Jezus is ten Hemel gevaren; hij is er niet meer, en van de geest van Pinksteren hebben ze nog nietweet. Ze zijn even helemaal op zichzelf aangewezen. 

Wat is dan het eerste wat ze gaan doen? Panikeren? Klagen? Zeuren? De liturgie vandaag geeft het antwoord: eerst werken ze aan de organisatie. De eerste lezing vertelt dat ze de taak oppakken iemand te kiezen in de plaats van de weggevallen Judas. De zaak moet getalsmatig op orde worden gebracht. Waarom eigenlijk? Waarom kunnen ze niet met zijn elven verder? Omdat de 12 apostelen staan voor de 12 stammen van Israel. Dat is te zien als symbool dat de boodschap voor het gehele volk is bestemd, voor iedereen, niet voor een beperkte groep, de boodschap is voor iedereen. 

En als ze dan weer ‘compleet’ zijn in de organisatie, dan is de volgende stap: bezinning op de missie: wat gaan we doen, hoe gaan we het doen, wat is onze identiteit? Doorgaans wordt zoiets opgeschreven in een ‘mission statement’. Maar de liturgie van vandaag geeft geen mission statement. Zij biedt een evangelielezing … die de vorm heeft van een gebed van Jezus aan God. Jezus bidt er voor de leerlingen. Is dat gebed misschien te lezen als omschrijving van wat de leerlingen te doen staat? Ja, zou ik zeggen, en hopelijk u straks ook. Geen ‘mission statement’ als opdracht maar een ‘mission statement’ als vraag aan de Euwige om het zo te laten gebeuren.   

{Zo een gebed is overigens niet vreemd. Het staat in het jodendom in de traditie van het ‘hogepriesterlijk gebed’. Jezus doet niets anders dan wat de Hogepriester in de tempel doet: bidden voor zijn volk. Alleen wordt in deze tekst niet gesproken over een tempel als plaats van gebed. Het gaat in het gebed uiteindelijk om de woorden, hun betekenis en intentie. Niet om de plaats waar die woorden worden uitgesproken. Alle gehechtheid van katholieken aan hun mooie kerkgebouwen ten spijt.} 

Kijken we naar dat gebed/mission statement. De grootste eigenaardigheid erin is misschien wel, dat er twee keer in heel korte tijd dezelfde zin voorkomt. Zoiets moet de schrijver van een mission statement tegenwoordig niet doen; dan wordt één keer geschrapt. (misschien dacht u ook wel dat het een typefout was, maar dat is niet zo.) De zin: ‘Zij zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben’. Daar zit iets paradoxaals in: de leerlingen hebben juist een taak in deze wereld, maar nu wordt gezegd dat ze zijn niet van deze wereld zijn. Wat cru gezegd: je moet er wat in gaan doen, ook al hoor je er niet bij. 

Kijken we even naar onszelf. Vergeleken met de leerlingen en hun taak hadden hebben wij het makkelijk: tegenwoordig is de kerk een groot instituut, onderdeel van de samenleving. Maar toch: wij leven in een van de meest geseculariseerde landen van de wereld, waar religie steeds minder van betekenis is. Soms hoor je nog in de omgeving dat iemand er juist trots op is dat hij het geloof van zich af heeft durven werpen. Ook in zo een wereld kan het een uitdaging zijn om uit te komen voor je achtergrond. Dat geldt voor de Effata-gemeenschap die er actief beleid van maakt om de wijk in te gaan. Hulde aan die initiatieven. Maar die uitdaging in de wereld uit te komen voor je achtergrond geldt ook voor ieder van ons individueel. 

Het wordt nog uitdagender als we kijken naar het woordje ’wereld’ in de zin ‘Zij zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben’. In het Grieks staat er ‘kosmos’. U associeert dat wellicht met ‘heelal’, maar in het Grieks heeft het de bijklank van ‘orde’, ‘harmonie’ - cosmetica komt daar ook vandaan-. Kosmos heeft zelfs de bijklank van ‘regelmaat’. Voor de Griekse lezer heeft die zin dus de klank ‘de leerlingen zijn niet van de gewone orde van alledag’. Ze zijn buitengewoon …  zijn ontregelend ... Dat was Jezus natuurlijk ook, ontregelend. Ook daarin grondt de christelijke aandacht voor de mensen die buiten de orde staan. Iets wat de paus heel nadrukkelijk laat zien …  

En het wordt helemaal uitdagend als Jezus in zijn beschrijving van dat ontregelende bidt dat dat moet dan gebeuren in ‘toewijding in de waarheid’. Toe maar. De waarheid ligt dus niet aan de kant van de orde of de regel, de waarheid ligt bij de ontregelaar. Een ‘waarheid’ die ontregelend is. Een waarheid die steeds een appel op ons doet om niet helemaal op te gaan in de dingen. Om af en toe even de andere kant op te kijken. Dat kan verschillende vormen aannemen. Ik noemde al de pauselijke aandacht voor mensen die buiten de orde vallen. Een heel ander voorbeeld. Een aantal jaren terug ging ik een paar dagen naar een Benedictijnenklooster, gewapend met een stel boeken, om eens even rustig bij te komen, ik dacht vooral ‘bij te lezen’. Zeker heb ik daar veel gelezen, maar er blijft me ook een heel andere ervaring bij. Ik volgde het kloosterritme, deed dus keurig mee met de gebeden: vijf keer per dag naar de kapel voor de psalmen. Maar die vijf keren waren wel een … onderbreking. Was je net verdiept in dat boek, maakte je net even een wandeling door het bos … en daar luidde de klok die je naar de kapel riep. Dat had voor mij een symbolische betekenis: het ritme van het gebed voorkwam dat je helemaal opging in de (wereldse) zaken.