Overweging van Jan van der Wal.

Sef. 3, 14-20, en Lucas 3, 10-18.

Centraal thema van de adventperiode: “Wegbereider zijn”.

Thema van de zondag: "Het licht toelaten ....".

Derde Advent.

Tijdens een bezoek aan het museum van schone kunsten in Lyon stuitte ik ooit op een schilderij waarop Christus, de wan in de hand, vanuit de hemel terugkeert om het kaf van het koren te scheiden. Beneden op aarde staan verschrikte heiligen, waar vooral Franciscus en Dominicus opvallen omdat zij in hun armbewegingen trachten dit uur der wrake te verhoeden, door de Christus te bewegen af te zien van het oordeel.

Aan deze scene moest ik denken bij de zojuist gelezen evangelietekst. Lucas kadert het leven van Jezus in door Hem al voor zijn geboorte een voorname plaats te geven in het verhaal van Gods weg met zijn volk. In de loop van die tijd staan steeds nieuwe profeten op om te waarschuwen als het volk van Gods weg afdwaalt, en meent eigen wegen te gaan die los van God verlopen. De boodschap van deze profeten gaat gepaard met scherpe aanklachten, ze zijn vervat in een dreigende taal van wraak en ondergang. Maar tegelijk worden ook woorden van hoop en bemoediging meegegeven. 

Goed nieuws en oordeel gaan steeds hand in hand in profetische teksten over Gods beslissende tussenkomst. De profeet Sefanja stamt uit de periode van de ballingschap, hij velt een scherp oordeel over de kwade machten die Israël hebben verdrukt, maar door Gods straffende hand zijn vernietigd. Redding en terugkeer uit verstrooiing is nu het erfdeel van hen die hun hoop op de Heer hebben gevestigd. En de boodschap is vreugdevol: juicht en verheugt u, want het oordeel is geweken.

Lucas presenteert ons die mysterieuze figuur van de Doper. In zijn kameelharen mantel roept hij velen op tot bekering van hun kwalijke levensloop. Het merkwaardige is, dat zij hem niet uitlachen, of onverschillig hem voorbijlopen. Neen, de mensen komen massaal naar hem toe. Ze laten zich dopen, ook hen, die veel te vrezen hebben zoals de tollenaars en de soldaten. Hij raakt blijkbaar diepere gevoelens van onbehagen en van wroeging. 

Het opvallendste is echter dat zij nadien vragen: wat moeten wij doen? Johannes geeft hen regels mee, die letterlijk een omkering teweeg kunnen brengen. De pas gedoopten moeten hun eigen bekering nu zichtbaar maken door zich letterlijk naar mensen om te keren: naar hen omzien die zij voorheen plunderden, afpersten en uitzogen. Dat is de goede boodschap: dat het oordeel afgewend kan worden door je eigen omkering uit te voeren, mensen die je niet ziet staan, nu respecteert; hen die je belast en belastert aandacht geeft, erkent als naaste. Hulp niet afhoudt, maar biedt waar mogelijk.

Johannes leert ons om vruchten van bekering voort te brengen die passen bij, volgen op die rituele reiniging van in het doopsel. Maar hij is bescheiden, hij wijst erop dat hij slechts een teken stelt. Maar in de komende Verlosser waar zovelen met hem naar uitzien ziet hij de belofte vervuld die God zijn volk zal schenken. Deze figuur zal dopen in heilige geest en vuur. Het is dat doopsel van die andere profeet die tot Verlosser zal uitgroeien, dat het aanschijn van de wereld kan veranderen. Want dan is het Rijk Gods nabij als mensen in die goede boodschap gaan geloven en ernaar handelen. 

Nu zijn het niet meer de tollenaars en soldaten, nu zijn wij het die op diezelfde oever van de Jordaan zitten, onze vriend de Doper aangaande dat andere, geheimzinnige doopsel van heilige geest en van vuur vragen: “wat moeten wij doen?”

Het antwoord is het thema van deze Adventszondag: ‘Gaudete in Domino semper’, Verheugt u steeds in de Heer, want Hij is nabij. Het is zo eenvoudig om het goede te doen en het kwade te laten. Een samenvatting van de goede boodschap zou in deze tijd kunnen zijn: het licht toelaten. Als we licht in ons eigen leven toelaten, dan bereiden we de weg, niet alleen voor onszelf, maar ook voor anderen, door te leven naar het licht.

Lichtpunten toelaten maakt ons leven gemakkelijker en zuiverder, we worden ontvankelijk gemaakt voor iets dat groter is dan onszelf, en we groeien er ook naar toe: noem het toekomst, ruimte, liefde, vrede, gezondheid. We kijken niet meer naar wat ons scheidt, we delen wat we hebben, we zijn tevreden met wat er is, we missen niets meer, we vertrouwen dat het goed komt.

Wie het oordeel vreest, roept het oordeel over zich af indien het niet gepaard gaat aan die goede boodschap door jezelf te bezinnen op wat beter kan, en door scherp om je heen te kijken wat beter moet. We kunnen het oordeel keren, zoals Dominicus en Franciscus, door een juiste keuze in ons leven te maken.

Onze opdracht als christenen is om lichtend door de wereld te gaan, hoop en vertrouwen te hebben als het onderweg tegen zit. In afwachting van de komst van onze Verlosser kunnen we dus nu onze voorbereidingen treffen.

Wij zijn onderweg naar God, maar ook het licht is onderweg naar ons. God is immers zeer nabij, wat hebben wij nu eigenlijk te vrezen?

Amen.