Overweging van Wim Rigters

 Jeremia 23-1-6 en Marcus 6,30-34

Thema: Adem en briesje en stilte en aandacht

“Wees hier opnieuw verbeeldingskracht” zongen we in het openingslied. De lezingen van vandaag helpen daar wel bij: ik was op vakantie in Frankrijk met een collega en we bevonden ons op één van de causes: uitgestrekte hoogvlaktes. Het was warm. Er liep een grote kudde schapen te grazen – de herder zat op zijn paard, nee, làg achterover op zijn paard te slapen, en naast hem op de grond zat zijn hond, die ons in de gaten hield.

Het was een beeld dat ik niet gauw vergeet – ik was toen zelf herder van een parochie, en dit beeld sprak me wel aan.

Zo’n 26 eeuwen geleden sprak Jeremia namens God de herders van zijn tijd aan: ‘Wee de herders, door wie de schapen van mijn kudde omkomen en verloren lopen’. 

Hij had het toen over ‘de groten der aarde’ die toen wel wat kleiner was, de leiders van het volk: ‘Door uw schuld zijn mijn schapen verdwaald en uiteengedreven’ . . . . . .

26 eeuwen later lijkt er niet veel veranderd te zijn: over de hele wereld zijn miljoenen mensen verdwaald, uiteen-gedreven, op de vlucht, terwijl voor degenen die hen zouden moeten hoeden geldt:  ‘U hebt niet op ze gelet’;  je was niet bezig met zorg, maar met macht: zorgen is er zijn vóór en dat kan altijd beter, macht is hebben en dat zoekt altijd méér. Jeremia sprak ze aan namens God, maar als je jezelf God waant, heb je daar geen boodschap aan. Het nieuws volgend alléén al de laatste dagen, weken -  en dan bedoel ik niet over het weer -  verzucht u dan ook niet zo nu en dan: ‘Waar zijn we in Gods naam mee bezig’.

Maar nu ben ik op een gevaarlijk punt aangekomen, want met de vinger wijzen en namen noemen is wel heel gemakkelijk en vraagt weinig verbeeldingskracht, maar beter is zien wat er gebeurten daarvan leren.

Die andere herder, die goede, nodigt ons daartoe vandaag uit: ‘Kom mee, jullie zelf alleen, naar een stille plek en rust wat!’

Wat een bezorgdheid!  

Niets dan hectiek, massa’s mensen om ons heen, ruzie, moord, onrustbarende berichten, nepnieuws, trollen en bots . . .  en hij: ‘in weiden vol groen vlijt hij mij neer, hij voert mij naar wateren van rust; mijn ziel keert door Hem in mij terug’ . . .  

            Een blanke ontdekkingsreiziger in Afrika had een heel stel inlanders als dragers ingehuurd, en hij dreef ze haastig voort, want hij betaalde ze toch? Maar in de namiddag gingen ze neerzitten en ze weigerden nog een stap te zetten, want – zeiden ze – onze ziel is er nog niet, die kon niet zo snel meekomen . . . .

‘Mijn ziel keert door Hem in mij terug’ . . . .

We worden weer met elkaar verbonden – re-ligare – religie, bezinning, verdieping . . .

Allemaal niet meer nodig, zegt de Nederlands Publieke Omroep: op die programma’s kunnen we flink bezuinigen, want er is geen behoefte meer aan; dat zie je toch: de kerken lopen leeg! Nico de Fijter reageert in Trouw: “Omroep begrijpt rol religie niet goed”, en de EO protesteert hevig: “NPO weet blijkbaar niet welke taak een publieke omroep heeft”. Verder weinig reactie van kerken, hoeders van religie. En het NTR-programma ‘Kijken in de ziel’? hoeft dat ook niet meer?

‘Ik ben niet ik, niet waar’ zingen wij wel eens. 

‘Kom eens mee naar een stille plek en rust wat uit’ - is Jezus’ uitnodiging vandaag. Kijk ‘ns in je ziel, maak weer verbinding, ondek: Waar ben ik – in Gods naam – mee bezig? 

Met hebben of met zijn? 

Ed Hoornik dichtte:

Op school stonden ze op het bord geschreven,
het werkwoord hebben en het werkwoord zijn;
hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven,
De ene werklijkheid, de andre schijn.

Hebben is niets. Is oorlog. Is niet leven.
Is van de wereld en haar goden zijn.
Zijn is, boven die dingen uitgeheven,
Vervuld worden van goddelijke pijn.

Hebben is hard. Is lichaam. Is twee borsten.
Is naar de aarde hongeren en dorsten.
Is enkel zinnen, enkel botte plicht.

Zijn is de ziel, is luisteren, is wijken,
Is kind worden en naar de sterren kijken,
En daarheen langzaam worden opgelicht.

Ik wens ons allen:

“ADEM EN BRIESJE EN STILTE EN AANDACHT”

Amen