Overweging van Hans Hamers.

Kol. 3, 5-17; 23.

Thema: In Gemenschap.

Omdat het vandaag vrijwilligersdag is hebben we niet de voorgeschreven lezingen genomen, maar één lezing, uit de brief van Paulus aan de Colossenzen. Het thema dat aan deze dag gekoppeld is “In gemeenschap”. Voor die woorden “In gemeenschap” hoort iets voor te staan, een werkwoord zoals, geloven, bidden, werken, huilen, rouwen, ruziën. Noem maar op. Vandaag gaat het om ons, ja met wie bedoel ik met ‘ons’, als gemeenschap. Laten we maar even uitgaan van deze Effata-gemeenschap, met zijn unieke agapè-viering of zoals ik ook wel eens hoor (buiten deze gemeenschap): agápe-viering. En met deze vorm van vieren, althans tenminste in aanduiding, wordt verwezen naar het liefdesmaal in de eerste vroegchristelijke gemeenten.

Die Colossenzen zijn zo’n vroeg christelijke gemeente, door Paulus gesticht. Maar Paulus vindt ook dat ze er een potje van maken. Hij gaat er hard in met de woorden: “Maak de aardse praktijken dood: ontucht …etc” en ook “woede, drift, kwaadaardigheid, gevloek, etc.  Paulus spoort aan tot ander gedrag. Hij gebruikt het beeld van oude kleding om die uit te trekken en om het kleed van de nieuwe mens aan te trekken. Het is een beeld van een kleed verwisselen, maar zo gemakkelijk als een andere jas aantrekken is het veranderen van je eigen gedrag niet. 

Met dit beeld wordt ook gesuggereerd dat er onder het kleed van dat dubieuze gedrag een blanke pit aanwezig is, iets onbedorvens. En daar stevent Paulus ook op af. Op het hart en de liefde, Gods liefde, die daar huist. En vandaaruit maakt hij de weg weer naar buiten. Met dit bekleden met de nieuwe mens is altijd de relatie met anderen, met medemensen, en ook Jezus, aanwezig. Uit het laatste vers blijkt dit: “Wat jullie ook doen, doe het van harte (met hart en ziel), alsof voor de Heer was en niet voor mensen”. 

In een andere brief (de eerste brief aan de Korintiërs) gebruikt hij het beeld van het lichaam en de ledematen om deze verwevenheid met de anderen duidelijk te maken. De onderdelen van het lichaam kunnen niet zonder elkaar: “God heeft het lichaam zo samengesteld dat hij aan het mindere meer eer gaf, opdat er in het lichaam geen verdeeldheid zou zijn en de lichaamsdelen eensgezind voor elkaar zouden zorgen”(1Kor 12, 24-25). Niemand staat op zichzelf. Paulus maakt dit heel expliciet. Hij zegt: “U(de gemeenschap van Korintiërs) bent het lichaam van Christus, en ieder van u is van dit lichaam een onderdeel”. Als gemeenschap, wij dus ook als Effata-gemeenschap, of breder als parochie H Stefanus, mogen onszelf zien als een lichaam bezield door de geest van Christus waarvan ieder deel andere delen nodig heeft om te kunnen doen wat hij/zij wil doen.

Terug naar de Collossenzen-brief: kijkend in de ziel legt Paulus de nadruk op de liefde en dankbaarheid en impliciet ook op het verlangen naar vrede als drijvende kracht voor de omgang met elkaar in gemeenschap. Als het in de gemeenschap om alledaagse zaken gaat, er moet eea geregeld worden, afspraken gemaakt, in handel, onderwijs etc, dan zijn wij in onze tijd vooral gefocust op de organisatie het effect ervan: wat is het resultaat? Nagenoeg in elke grotere organisatie wordt tegenwoordig een cursus ‘resultaatgericht leiding geven aangeboden’. Die focus op effect en resultaat vindt ook plaats in onze christelijke gemeenschappen waarin we christelijk geïnspireerd handelen. Onze eigen Effata-gemeenschap is daar niet echt een uitzondering op. We wéten echter dat de omgang met elkaar is als een weg en het samen gaan van die weg veel waardevoller is dan het einddoel van die weg.

Paulus’ woorden, zijn aansporing om een werkelijke christelijke gemeenschap te worden nu nog steeds actueel, maar minder gemakkelijk verstaanbaar in deze tijd. Ruim een jaar geleden zijn we hier begonnen met een project dat nu juist precies hier extra aandacht voor vraagt. Dat is het project Vol Vertrouwen Verder, om aan onszelf een toekomst te geven, als een christelijke, religieuze, Effata-gemeenschap, en in breder verband als parochie H. Stefanus. In meer eigentijds jargon kun aan je een christelijke gemeenschap drie dimensies onderscheiden: 1. Gemeenschap met elkaar, 2. Dienst aan de wereld, 3. Omgang met God.

Het laatste, de omgang met God, maakt dat een religieuze gemeenschap zich écht onderscheidt van bijvoorbeeld een lokale vereniging voor behoud van een stadsgezicht, of noem maar op, of een voetbalclub. Deze omgang met God, ieder voor zich, maar ook met elkaar, bijvoorbeeld op de zondagmorgen, en het met elkaar hier ook over spreken, dat maakt ook juist dat we elkaars hoop kunnen delen, vertrouwen kunnen uitspreken, vertrouwen in elkaar, vertrouwen in een toekomst, vertrouwen in God. Dit maakt ook dat de kerk al 2000 jaar bestaat. 

De gemeenschap met elkaar behelst het zorgen voor elkaar, het omzien naar elkaar, elkaar op de weg houden, letterlijk, maar ook als het op ons geloof aankomt. Onze geloofsgesprekgroepen dragen daar aan bij. De dienst aan de wereld behelst o.a. de diaconie, en ook onze aanwezigheid in en voor de wijk. Afgelopen donderdag nog hebben we samen met de AvP en MG in het kader van NGC in een estafette zwerfvuil geruimd. Die aanwezigheid buiten, STIP o.a., is tevens verkondiging. Dienst aan de wereld is ook laten weten wat ons drijft en de goede boodschap doorvertellen.

Als je het zo bekijkt, dan wordt een geloofsgemeenschap, of een kerkgemeenschap, ook groter, breder. Wie geeft en/of ontvangt in het werk dat gedaan wordt, in de wijk of waar dan ook, hoort en verstaat wat wij doen, en mogelijk ook meedoet, regelmatig of af en toe, die maakt dán óók deel uit van onze geloofsgemeenschap. Dat is dan een ander soort van gemeenschap. Een gemeenschap die voortdurend ook verandert van vorm, samenstelling. In ieder geval een gemeenschap die méér is dan de verzamelde kerkgangers.

Dit alles wordt gedragen door het PT en alle vrijwilligers. Zij leveren veel inspanning om onze Effata-geloofsgemeenschap vitaal te laten zijn. Daar staan we vandaag na de viering uitgebreid bij stil. Al dat werk doen vrijwilligers niet voor de keizer zijn baard, maar uiteindelijk voor God, onze oorsprong, onze bestemming.

Moge we zo voortgaan op onze weg.

Amen