Overweging van Frits Muller o.p.

Daniël 7, 13-14, en Joh. 18, 33b-38.

Christus, Koning van het heelal. Dankbaarheid.......

Ook vorige week, beste mensen, was in de eerste lezing het boek Daniël aan de orde. Onze voorganger legde van daaruit een direct verband tussen de beelden uit die lezing en ons leven, hier en nu, vandaag de dag.

“Ook wij mogen vertrouwen hebben” concludeerde hij, “bescherming verwachten, want ook wij staan opgetekend in het boek waarover bij Daniël wordt gesproken”. 

En “Ook wij zijn uitverkoren wanneer we de weg volgen die Jezus ons heeft gewezen” hoorden we naar aanleiding van het evangelie.

Vandaag opnieuw een beeldende eindtijd-lezing uit datzelfde boek Daniël!

Mooi, zo’n visioen, geschreven ter bemoediging, in de tijd van het Makkabeese verzet tegen dreigende Griekse invloeden op het joodse geloof (100 - 150 v. Chr.).

Maar hoe kunnen we dit in onze tijd verstaan?

Een redder komt, met een goddelijke allure, die het beste met de wereld voorheeft en absolute zeggenschap heeft. Zou in deze tijd ook welkom zijn? Ook nu staat onze wereld op vele gebieden onder druk, ik zal u de voorbeelden besparen.

“Waarheid” is echter dat we moeilijk kunnen afzien van de “toestand in de wereld”. 

Een gevoel van machteloosheid kan ons overspoelen, zeker nu een groot deel van ons leven achter ons ligt. Toch ervaren we in onszelf een actieve houding. 

“Zal het mijn, zal het onze tijd wel duren”…? Ja de kans daarop is groot, maar gelukkig wijzen allerhand activiteiten in onze geloofsgemeenschap de andere kant op: vandaag begint bijvoorbeeld de kerstpakkettenactie. 

Wat er in wereld gebeurt laat ons niet koud, ook gezien het symposium over duurzaamheid in onze parochie twee weken geleden.…!

In de lezing uit het boek Daniël wordt de komst van een hemelse koning beschreven die een eeuwigdurend rijk zal vestigen. De katholieke kerk heeft in 1925 het feest van Christus Koning *) ingesteld om de nadruk te leggen op de allesomvattende betekenis van het koningschap van Christus voor de mens en de wereld.

“Mijn koningschapis niet van deze wereld” horen we Jezus zeggen in de Johanneslezing. We hoorden verder:

“Ik ben koning: met geen andere bestemming ben Ik geboren en in de wereld gekomen, dan om te getuigen van de waarheid. Iedereen die uitde waarheid is, luistert naar mijn stem.’

‘Waarheid?’ kaatst Pilatus. ‘Watis waarheid?’

Een bewering en vraag omtrent waarheid.  

“Iedereen die uitde waarheid is, luistert naar mijn stem.’ wist Jezus. 

We mogen vaststellen dat dít de stem is die ons elke zondag inspireert. 

Wij zijn aangeland op de laatste zondag van het kerkelijk jaar, voordat wij de komende zondagen gaan toeleven naar de komst van God op aarde, in de meest kwetsbare gedaante, die van een mensenkind.

Doorgaans speken we onze dank aan onze leidsman ten leven vooral uit in het grote dankgebed, de eucharistie. Maar juist op deze dag – is het goed   op dit moment in de viering te beseffen, dat wij innig dankbaar mogen zijn voor het licht, de waarheid die hij in onze wereld gebracht heeft!

De tegenkrachten in de wereld, ook vandaag de dag volop werkzaam en zichtbaar, vinden hun vertolker in Pilatus. “Wat is waarheid?” is zijn vraag. 

Het is een stop-vraag vanuit nonchalance en des-interesse waarmee Pilatus het verhoor van Jezus afsluit. Voor hem doet het zoeken naar een andere waarheid dan de zijne er niet toe. Hij zit immers gevangen in het machtsspel met de Joden...

Voor ons, een kleine twintig eeuwen later, ligt dat anders. 

“Die mijn waarheid is geworden” dicht Huub Oosterhuis in het gebed “die naar menselijke gewoonte”, een lied dat wij geregeld zingen alvorens de eucharistie te vieren. 

“Die mijn waarheid is geworden, hem gedenk ik hier, hem noem ik, als een dode, die niet dood is, als een levende geliefde die gekozen heeft te leven voor de armsten van de armen, helpman, reisgenoot en broeder van de allerminste mensen...

Een levende geliefde!

Deze wereld liefhebben. Ga er maar aanstaan. Toch is dat de enige manier om te blijven geloven in dat wat komen zal, “in 't laatste van de dagen”. 

Het is je durven toevertrouwen aan Christus, in wie God en mens één geworden zijn. In Christus heeft God concreet gestalte gekregen, is hij volledig mens geworden als wij. Is hij ten volle van deze wereld geworden. Deze wereld, geen andere dan de onze.

In zijn voetspoor, in zijn licht en in de stilte die hij vaak zocht, mogen wij gaan. 

Mogen wij zijn waarheid horen en ervaren in de stilte van ons hart.

Mogen wij de wereld liefhebben, mogen wij elkaar liefhebben zoals God zelf ons liefheeft en zich heeft gegeven in Jezus Christus. 

En mogen wij volharden in dat vergezicht dat het eens komen zal: 

God, alles in allen. 

Zo moge het zijn. 

 

*) Het feest werd in 1925 ingesteld door paus Pius XI naar aanleiding van de 1600-jarige viering van het Concilie van Nicaea om tegen het laïcisme en atheïsme nadruk te leggen op de allesomvattende betekenis van het koningschap van Christus over de mens en de wereld. Pius XI wijdde de encycliek Quas Primas aan dit feest dat telkens het kerkelijk jaar afsluit.