Overweging van Peter Nissen.

1 Kor. 13,1-8 en Lucas 12,22-34

Vijftigjarig huwelijk Rudie en Willy Luiken,

Kunt u het zich nog herinneren: het interview van Godfried Bomans met de honderdjarige? Het verscheen voor het eerst in 1946, al meer dan zeventig jaar geleden, in het weekblad Elsevier, maar het was nog steeds een succesnummer in de jaren zestig. Ik heb het als kind door Bomans zien voorlezen op televisie, en u misschien ook. 

Bomans stelt de honderdjarige de voor de hand liggende vraag: 

“hoe bent u zo oud geworden?”. 

“Het ging vanzelf,” antwoordt de jubilaris dan, “elk jaar word je een jaar ouder, dat ligt in de natuur der dingen.”

“Doet u er iets voor?”, vraagt Bomans vervolgens.

“Neen, ik doe er niets voor, het gaat vanzelf. Dat is het leuke van dit soort werk.”

“Waaraan schrijft u het toe?” De honderdjarige antwoordt dan: “Het is een kwestie van geduld. De aanhouder wint, wie het laatst lacht, lacht het best, eind goed al goed, in die richting moet u het zoeken.”

Oud worden lijkt dus een kwestie van gewoon volhouden. Het komt vanzelf, zolang ziekte en ongelukken maar op afstand blijven. Vroeger leek het met relaties ook zo te zijn: gewoon volhouden en voor je er erg in hebt, ben je vijftig jaar getrouwd. Het gaat vanzelf. Maar wij weten allemaal dat dit al lang niet meer zo is. Meer dan een derde van de huwelijken in Nederland eindigt in een echtscheiding. Het echtscheidingspercentage schommelt in Nederland de laatste vijf jaar rond de veertig procent, het ene jaar net iets er boven, het andere net iets er onder. In veel gevallen zijn die echtscheidingen het resultaat van een verstandig besluit, in goede verstandhouding genomen. Maar toch gaat er altijd een zekere tragiek achter schuil: je had in iets geloofd en dat bleek toch niet te werken.

Rudie en Willy Luiken, beiden zeer actief in deze geloofsgemeenschap, vieren vandaag dat zij vijftig jaar met elkaar getrouwd zijn. Toen ik deze dienst – de keuze van de lezingen en de liederen - met hen heb voorbesproken, zeiden ook zij: het is geen bijzondere verdienste om vijftig jaar getrouwd te zijn, het is een kwestie van gewoon doorgaan. Zoiets als met de honderdjarige van Bomans dus: het gaat vanzelf. Dat is waar en het is tegelijk ook niet waar. 

De twee lezingen van vandaag helpen ons om te begrijpen waarom het waar is en ook waarom het niet waar is. Het is niet waar dat het vanzelf komt, omdat je er iets voor moet doen: je moet elkaar met liefde bejegenen. Een huwelijk dat uit onderdrukte of getemperde haat bestaat, kan misschien ook wel vijftig jaar standhouden, maar het is de vraag of het de naam huwelijk wel verdient. Want het woord huwelijk heeft te maken met ‘houwen’ – dat was het middeleeuwse woord voor ‘huwen’ – en dat ‘houwen’ heeft weer te maken met ‘houden van’: met gehecht zijn aan de ander. En die diepe gehechtheid noemen wij liefde. De eerste lezing van vandaag, dat beroemde loflied op de liefde van Paulus, vertelt ons dat die liefde iets van ons vraagt. Zij heeft te maken met hoe wij elkaar bejegenen: geduldig en vriendelijk, zonder jezelf te zoeken, zonder je kwaad te laten maken en zonder rancune, zoals Paulus het beschrijft. Liefde is voluit uitgaan naar de ander, er zijn voor de ander, die ander ook zichzelf laten zijn. Liefde heeft dus ook te maken met ruimte maken voor de ander. En dat gaat niet vanzelf. Dat vraagt om een actieve beweging naar de ander toe. Je moet er iets voor doen, of vaak ook iets voor laten.

En toch, en toch: het is op een bepaalde manier ook waar dat het vanzelf gaat. Ik bedoel daarmee: het laat zich niet organiseren als het er al niet is. Je kunt duizend relatietherapeuten aan het werk zetten, maar als er geen liefde is, kunnen ook die therapeuten haar niet tevoorschijn toveren. Liefde vraagt dus ook om een zekere berusting in wat is, of liever: om ontvankelijkheid voor wat je geschonken wordt. Op die houding van ontvankelijkheid maakt de tweede lezing ons attent. Jezus vermaant zijn leerlingen om zich niet te zeer bezorgd te maken over alles wat zij in het leven willen realiseren. Laat je niet gek maken, zo lijkt hij te zeggen. Natuurlijk moet er voor het nodige gezorgd worden, maar laat je leven daar niet door beheersen. Iedereen moet natuurlijk zorgen dat er te eten is en dat je kleren hebt om aan te trekken, maar overdrijf die zorg niet. Laat de zorg om het materiële niet tot iets worden dat je hele leven beheerst. Laat je niet onnodig ongerust maken. Houd aandacht voor wat wezenlijk is. Zoek het koninkrijk, zo drukt Jezus dat in bijbelse taal uit. Daarmee bedoelt hij: zoek naar wat wezenlijk is in het leven. Liefde, gerechtigheid, barmhartigheid, dat zijn de schatten van het koninkrijk. Dat wil zeggen: dat zijn de dingen waar het echt om draait. Laat daar je hart ook zijn, bij die dingen: ‘want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn’, zoals de prachtige slotzin luidt van de evangelielezing die wij gehoord hebben.

Waar Jezus voor pleit, is een leven in vertrouwen. Laat je niet ongerust maken, laat je niet gek maken. Stel je open voor wat je gegeven wordt, vertrouw op het leven en vertrouw op Hem die je leven draagt en voedt: de Eeuwige, die voor jullie zal zijn als een Vader of een Moeder. Bij een echte liefdevolle vader of moeder mag je er zijn, zoals je bent. Zo is het ook in de liefde tussen partners: je mag er zijn bij elkaar, er hoeft niets, je mag op elkaar vertrouwen, je hoeft je niet tegenover elkaar te verantwoorden. Het is goed zo. Wees er zoals je bent. Schenk elkaar vertrouwen, dan schenk je elkaar liefde. Want liefde is naast vele andere dingen, naast passie en overgave, naast volharding en verdraagzaamheid, naast geduld en vriendelijkheid, misschien wel vooral dat: vertrouwen hebben in elkaar. En dat vertrouwen kun je elkaar schenken omdat je ook mag vertrouwen op de Eeuwige, op de God die Liefde is. En daarom is het goed om na vijftig jaar huwelijk dat vertrouwen niet alleen in elkaar uit te spreken, maar ook in God. 

Dat zullen wij dadelijk, samen met Rudie en Willy en met allen die zich met hen verbonden weten, doen in de woorden van de geloofsbelijdenis van Dietrich Bonhoeffer, de Duitse protestantse theoloog die in verzet kwam tegen het Hitler-regime en die dat in gevangenschap met de dood moest bekopen, nauwelijks een maand vóór het einde van de Tweede Wereldoorlog. Zijn belijdenis spreekt van vertrouwen in een God die van alles iets goeds kan maken, maar daarvoor ook van ons verantwoord handelen vraagt. Maar vooral vraagt hij van ons vertrouwen: een gelovig vertrouwen dat alle angst voor de toekomst mag overwinnen.

Moge het zo zijn.