Overweging van Jan van der Wal.

II Koningen 4, 42-44, en Johannes 6, 1-15.

Thema: Overvloed.

Tijdens een studiereis die ik vorig jaar organiseerde voor de katholieke beroepsvereniging waar ik bestuurslid van ben, bezochten wij Ravenna, Noord-Italië. In een van die oude bijzantijnse kerken is boven het altaar een mozaïek van de wonderbare broodvermenigvuldiging aangebracht. 

Als je echter goed naar die afbeelding kijkt, zie je dat Jezus geen vijf broden deelt, maar vier. De vraag is: waar is dat vijfde brood? Bestaat er soms een tekst waarin er slechts vier broden worden beschreven? Of was er geen ruimte voor het vijfde brood, en heeft de kunstenaar zijn vrijheid genomen?

Het evangelie-verhaal dat we zojuist gehoord hebben, vat het wonder van de Eucharistie samen. Er zijn boekenkasten vol geschreven over de eucharistie, hier lezen wij het begin van het oude ritueel. Is dit verhaal nu een weergave van een scène uit dat wonderlijke leven van Jezus en zijn gezellen, om indruk te maken op de wonderbare kracht van Jezus? 

Of is het een poging van de bijbelschrijvers - in alle evangelies komt dit verhaal voor - om de gegroeide eucharistische praktijk in de jonge kerk van een betekenisvolle laag te voorzien, en de oorsprong ervan in het leven van Jezus te verankeren?Tegelijkertijd bevat deze schijnbaar eenvoudige vertelling diverse lagen. Er is de laag van het wonder, dat vijf broden en twee vissen zovele mensen kunnen voeden. Hoe is het mogelijk?

Er is de laag van de eenvoud: een kind dat enkele gerstenbroden en vissen heeft verzameld is in staat om een teken te zijn van het Rijk Gods: de onaanzienlijken en kwetsbaren worden geëerd, rijken en machtigen gaan heen met lege handen. Gerstebrood was immers het brood voor de armen. 

Er is de politieke en religieuze laag: Jezus vervult de belofte van de messiaanse verwachting van Israël: Hij wordt herkend als de profeet die komen zal en het Rijk van koning David zal herstellen. Dat beseft iedereen, daarom wordt Hij als de komende koning aangezien.

Er is de laag van de menigte die hongert en dorst naar gerechtigheid, die gevoed wil worden en Jezus voortdurend achterna reist. Zij zijn als schapen zonder herder, zij verlangen geestelijk voedsel van deze wijsheidsleraar. 

Er is ten slotte de laag van het teken van Jezus: Jezus dankt en stelt een teken van overvloed: Hij is het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Hij is in staat op zijn gezag ieder te voeden; het wonder bestaat er uit dat er twaalf manden vol brokken overblijven. Twaalf manden met brood, vanuit vijf broden, duiden de volheid van de Wet aan: hier in die menigte waar iedereen verzadigd wordt, is heel Israël aanwezig, met al zijn 12 stammen en 12 apostelen. Jezus staat in het centrum van Israël, Hij geeft overvloed en is overvloed, want in Hem en zijn gave is God aanwezig. Heel het volk van God kan gevoed worden door de geest en persoon van Jezus: “Want mijn brood is waarlijk spijs” zegt Hij elders in het Johannes-Evangelie. Ziehier de nieuwe herder van Israël, die zijn volk naar grazige weiden van overvloedig voedsel voert.

Waar Jezus verschijnt is dus geen tekort, maar slechts overvloed om alle monden te voeden en harten en hoofden te inspireren.  En die ontelbare en onstelpbare vermenigvuldiging van brood houdt nooit meer op, maar zet zich voort in dagelijks breken en delen van Brood en wijn in onze kerken.

Waar Jezus verschijnt is overvloed, een centraal thema in het Johannes-Evangelie. Weet u nog wel, dat wonder in Kana waar niet brood maar wijn rijkelijk vloeit, want Jezus is immers in hun midden?

Wonderen, je kunt ze ontdekken in het kleine en geringe, maar valt dat nog op? Het zijn de kleine dingen die het doen. Wie wonderen verwacht moet leren om naar kleine en bescheiden dingen te verlangen en ze ook zo te zien: zoals dat kind met het brood der armen in zijn handen de basis van de eucharistische praktijk zal worden. 

Zoals het penningske van de weduwe van onschatbare waarde is, of het mosterdzaadje dat van nietig ding uitgroeit tot een struik. Dat is zien naar het geringe dat de potentie van overvloed in zich draagt. We kunnen zelf waarschijnlijk ook voorbeelden geven waarin wij zelf overvloed mogen uitstralen. Want wat geven wij zelf in onze overvloed? Beseffen wij die hier verzameld zijn rondom woord en tafel van Jezus, hoe rijk wij zijn?

Wij vieren wekelijks dit wonder van overvloed in onze gemeenschap, als gestalte van die gemeenschap die voedsel voor de wereld, om te beginnen onze eigen omgeving wil zijn. Hoe kunnen wij anderen overtuigen dat wij geraakt zijn door het vuur van Jezus? Waarmee laten wij zien dat wij kunnen delen van onze geestelijke overvloed, dat wij zelfs nog overhouden als we delen, ook al zijn naar onze smaak alle noden, monden en harten al gevuld? 

We mogen zelf plaats nemen in dat mozaïek in die oude Italiaanse kerk, waar Jezus zichzelf geeft als dat vijfde brood. Hij geeft zichzelf want Hij is overvloedig in genade. Wij worden uitgenodigd onze plaats evenzo in te nemen.

Laten we vooral niet stoppen onze goedheid te beperken, maar overvloedig en rijk in onze contacten zijn, zoals onze God rijk is aan genade, eindeloos geduldig en vol liefde.

Amen.