Overweging van Frits Muller.

Ex. 20, 1-17, en Joh. 2, 13-22.

Thema: Verbond .... kom aan het licht.

Beste mensen, naar aanleiding van de beide lezingen presenteer ik u een paar momenten uit de turbulente weken die achter ons liggen:

  • Een beschouwing van James Kennedy in dagblad Trouw naar aanleiding van het overlijden van Ruud Lubbers met als titel: “Afscheid van Lubbers markeert het verval van de christelijke politiek”. Kennedy schrijft over Lubbers’ “Werdegang” van gecharmeerdheid van de ideeën van het meer radicale christendom van de PPR naar een schijnbare overgave aan het neoliberalisme waarin weinig christelijks meer te herkennen viel. Niettemin had Lubbers grote moeite met het kernwapenvraagstuk en zagen we na zijn terugtreden een anders maatschappelijk betrokken Lubbers.
  • Ten tweede: het 75-jarig jubileum van datzelfde dagblad waarvan de hoofdredacteur de klassiek christelijke waarden als inspiratiebron noemt: barmhartigheid, solidariteit, gerechtigheid en rentmeesterschap. Dit in navolging van de oprichter van dit blad, Siewert Bruins Slot, die ooit het doen van barmhartigheid als onderscheidend kenmerk van een christelijke krant noemde.
  • Ten derde: een serieuze plaagstoot bij het maken van afwegingen voor vakantieplannen die veel mensen in deze tijd van het jaar maken: “daar sta je straks dan in de vertrekhal van Schiphol, jij met je zonnepanelen en je biologische komkommer”!
  • En tot slot trakteerde moeder natuur ons afgelopen week op een forse koude-periode, enkele weken nadat besloten werd de gaskraan tot onder het benodigde minimum terugdraaien. Duidelijk wordt daarmee dat wijzelf het niet voor het zeggen hebben en onze manier met omgaan met de schepping een bedenkelijke is. Gelukkig geeft de bloemsiergroep ons hoop gezien.....

Wat heeft deze opsomming nu te maken met de lezingen van vandaag?

Ik denk: Alles!

Het begint al met de eerste lezing waarin het “uithangbord” van ons christelijk geloof ter sprake komt: de tien geboden.

Dit gebeuren heeft een mooie voorgeschiedenis!

Mozes’ schoonvader Jetro ziet hoe Mozes bijna bezwijkt onder zijn verantwoordelijk-heidsgevoel: hij doet de hele rechtspraak voor zijn volk zelf !

Jetro geeft hem de raad God om regels te vragen, regels die vervolgens door verstandige mannen uit het volk bij de rechtspraak gehanteerd moeten worden.

Zo geschiedt.

Na een apocalyptisch ouverture met donder, bliksem en vuur spreekt God ten overstaan van het verzamelde volk van Israël de woorden die u zojuist hoorde.

!! Merk op dat het initiatief voor deze leefregels dus vanuit het volk komt en niet vanuit den Hoge...

Trouwens, de afbeelding op de voorzijde van uw liturgie lijkt terzake doende, maar betreft alleen niet deze lezing!

Wat is er namelijk gebeurd:

Veertig dagen en nachten verblijft Mozes op de berg Sinaï en krijgt hij tot in detail voorgeschreven hoe het volk God moet gaan vereren, vanaf de vormgeving van de tabernakel tot en met de gang van zaken bij de priesterwijding.

Tot slot krijgen de Mozes de stenen tafelen met de tien geboden mee. Eindelijk beneden gekomen merkt hij tot zijn verbijstering dat het ongeduldig en ongedurig geworden volk feestelijk een gouden kalf tot god heeft gekozen.

Hij smijt de stenen tafelen kapot en moet alle moeite doen om God, die in woede is ontstoken, te overreden zijn volk niet te verlaten en toch vooral mee te trekken naar het beloofde land.

Mozes hakt twee nieuwe platen uit en brengt opnieuw veertig dagen en nachten

op de berg Sinaï door. Ditmaal schrijft hij de geboden van de Heer zélf op.

De glazenier Eugene Laudy heeft zich door de afdaling die dáarop volgt laten inspireren voor het raam in onze kerk.

Ook in onze tijd vormen de tien geboden een minimale levensleer, een ondergrens ter bescherming van de meest fundamentele mensenrechten.

De frase “Gij zult niet...” is negatief geformuleerd maar opent daarmee ook een ruimte voor onbegrensde positieve beleving. Zo wil “niet doden” bijvoorbeeld zeggen:

ieder mensenleven tot zijn recht laten komen, volwaardig mensenleven zoveel mogelijk bevorderen.    

En “Gij zult...” betekent immers ook: zo zal het met u gaan gebeuren.

De tien woorden zijn het visioen van een rechtvaardige, solidaire samenleving die aan ons mensengemeenschap is toebedacht.        

De realisatie van dat visioen staat in meerdere opzichten onder grote druk.

Om dat zichtbaar te maken is het griekse woord oikos een bruikbare kapstok.

Het woord heeft meerdere betekenissen maar de belangrijkste zijn:

huis, tent, gezin en familie.

Zo kennen wij het begrip oikumènè – bewoonde aarde. Maar ook in: economie, ofwel huishoudkunde - in ecologie, de studie van levensgemeenschappen en in oecumene, het samenwerken van diverse geloofsgemeenschappen – staat oikos aan de basis.

Steeds is “gezamenlijkheid” daarbij het uitgangspunt.

Paus Franciscus zegt in dit[1] verband:

“De zorg voor materieel en spiritueel welzijn voor elke mens op aarde is het uitgangspunt en de maatstaf van elke politieke en economische oplossing”.

In de encycliek “Laudato si” spreekt hij over de planeet aarde als ‘ons gemeenschappelijke huis’ waarvoor we ook een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid hebben.

Hij legt daarbij de nadruk op verbondenheid met al wat leeft.

Peter Nissen schrijft hierover een lezenswaardig stuk in ons nieuwe parochieblad.

Het neoliberalisme, het economisch en financieel regime dat deze wereld beheerst,

is in dit alles maar matig geïnteresseerd. Zo worden wij verleid met goedkope aanbiedingen van wegwerp-producten, vaak geproduceerd onder erbarmelijke omstandigheden en met vervuilende vliegvacanties tegen volstrekt onverantwoord lage prijzen.

Aandeelhouders en durfkapitalisten die gokken op korte termijnwinsten bepalen de levensvatbaarheid van bedrijven en bedreigen daarmee de werkgelegenheid.

Tot nu toe kunnen ze nauwelijks gehinderd hun gang gaan en is het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid in die wereld eerder uitzondering dan regel.

De mensheid heeft deze aarde in beheer gekregen en weet, door schade en schande wijs geworden – plus door al het wetenschappelijk onderzoek – donders goed wat er gaande is. Niettemin aanbidden velen nog steeds het gouden kalf van de materiële welvaart en wordt iemand die bij wijze van spreken stenen tafelen kapotsmijt node gemist. Een centraal gezag en een dwingend verbond ontbreken.

En daar komt Jezus in de tweede lezing het tempelplein op! Hij smijt het geld van de wisselaars op de grond, gooit hun tafels omver en roept tegen de duivenverkopers: ‘Weg ermee! Jullie maken een markt van het huis van mijn Vader!’ 

Zijn leerlingen dachten aan wat er geschreven staat: ‘De hartstocht voor uw huis zal mij verteren.’ 

Jezus zal niets tegen de duivenverkopers en de geldhandelaars persoonlijk hebben gehad, maar wel tegen hun bedrijvigheid op die gewijde plaats.

De parallel is helder: de wereld van het grote geld schaadt de oikumènè, de samen-leving, het gemeenschappelijk huis, zoals door God bedoeld.

Ook in onze tijd zijn mensen nodig die zich - in oude taal -: “in heilige ijver”, soms ook met gevaar voor eigen leven - als heelmeesters inzetten voor een nieuw “handvest van ontferming” waar deze aarde zo naar hunkert.

Een nieuwe verbond tussen God en mensen dat vorm krijgt in een eigentijdse en verplichtende variant. Want er moet linksom of rechtsom een nieuw verbond “aan het licht” gebracht worden, dat is helder.

Maar hoe moet dat? Is er een eigentijdse Mozes te vinden die opnieuw “de berg opgaat”?

De schrijver Gerard Koolschijn zegt daarover onlangs in dagblad Trouw:

“de huidige wereldomspannende problemen vragen om vergaande maatregelen die onze democratieën niet kunnen nemen. Korte termijn politiek en de mateloze consumptiedrang verhinderen dat. En dan het gruwelijk ontmoedigende feit dat in onze “beschaafde democratische wereld” de ergste vorm van onze diersoort kan komen bovendrijven, vertegenwoordigd door de president van de V.S.”[2]

Over dit alles is het laatste woord nog lang niet gezegd.

Maar in de tussentijd zijn er op allerlei gebied – in de economie, in de ecologie en in de oecumene – hoopgevend initiatieven.

Die beginnen vaak op kleine schaal en soms – dat is de goede kant van globalisering – verspreiden die zich razendsnel.

Zo kunnen ze bijdragen aan ontwikkelingen ten goede, waardoor mensen zich bovendien deel van een zinvolle beweging weten.

Tot slot: in het nieuwe Effatablad ziet onze pastor Hans Hamers[3] zo’n nieuw verbond in onze stad. Hij ziet drive en passie waarmee binnen de beweging ‘Nijmegen Green Capital van Europa’ gewerkt wordt aan duurzaamheid.

Hij weet dat veel Nijmegenaren hun inspanning rond duurzaamheid niet zullen verwoorden als “goed zorgen voor Gods schepping”. Maar Hans ziet ook dat het hele gebeuren van ‘Nijmegen Green Capital’ een bevestiging is dat we iets hebben dat ons bindt, namelijk onze toekomst op deze planeet.

Gelovige christenen – wij dus - doen, niet alleen thuis, maar ook als parochie, toenemend aan dit verbond van duurzaamheid mee; u zult daar nog van horen.

Vanuit ons geloof geven wij daar andere woorden aan en spreken over “Gods schepping die ons gegeven is”, en “het verbond met God om deze schepping te bewaren”.

Bidden wij, in het besef dat God slechts onze handen heeft om Zijn werk te doen,

om moed, om aandacht, en om energie om ons aan deze opdracht te wijden.

Amen.  

 

[1]                Magazine de Paus, p. 43, 15.6.2013

[2]                Trouw, Letter en Geest 24.2.2018, p. 11 naar aanleiding van over het zo geïdealiseerde Griekse model van democratie en de kritiek van Plato hierop.

[3]                Effatablad Pasen 2018. p. 1