Overweging van Wim Rigters.

Handelingen 4,32-35 en Johannes 10,19-31.

Beloken Pasen.

Citaat uit het blad “Mijn KRO” nummer 1 2018: ‘Paasspektakel The Passion strijkt dit jaar neer in Amsterdam-Zuidoost. Vooraf organiseert KRO-NCRV een culturele wandeltocht door dit unieke stadsdeel, zodat u er een compleet Passion-uitje van kunt maken.’

En al vanaf begin dit jaar plaatste dagblad Trouw dagelijks een pagina-grote advertentie om Bachs Matteüspassion aan te kondigen – tientalle  uitvoeringen door één en hetzelfde koor en orkest, en wel: met VIP-arrangement. Heb je ’t gemist? Dan straks nog een serie Johannespassie, ook met VIP-arrangement.

U merkt: Ik heb wat moeite met deze voorstelling van zaken, en ik vroeg me af, Thomas, wat jij daarbij zou voelen; het hele passion-spektakel was voor jou bepaald geen Paas-uitje; ik weet het niet zeker, maar ik denk eerder: één grote desillusie. ‘We hebben de Heer gezien’, jaha, ‘eerst zien en dan geloven’.

Elk jaar opnieuw voel ik op deze zondag iets van herkenning in jouw verhaal, iets van verwantschap, de andere van de tweeling – Didymus werd je toch genoemd?

Ik heb alle vieringen van de Heilige week meegemaakt, op TV The Passion uitgezeten, de Mattheüs afgeluisterd  - zonder het VIP-arrangement – en . . .  dat was het dan. Op Paasmorgen mocht ik zelf voorgaan in het Herstelcentrum en begon mijn inleiding met: “een kleinkind vroeg aan oma: wat is Pasen; en oma antwoorde: dan vieren we dat Jezus is opgestaan; waarop het kleinkind antwoordde: is dat alles; ik sta elke morgen op . . . .”. Tegenover me zitten dan zo’n 30 mannen en vrouwen – de meesten in rolstoelen, en ik voegde eraan toe: ‘voor de meesten van u is elke dag opstaan helemaal niet vanzelfsprekend is, zelfs onmogelijk; wat betekent Pasen voor u?

“We hebben de Heer gezien!” Jaha, eerst zien dan geloven!

En je kreeg Hem te zien . . .  “kom maar hier, voel maar, Thomas, raak me maar aan. . . .”; maar ik denk niet dat je dat gedaan hebt, met je hand die wonden aanraken. Dat staat trouwens ook niet in het verhaal; wel, dat je alléén maar kon stamelen: ‘Mijn Heer en mijn God’. 

Wat gebeurde er? Werd je zó getroffen, geraakt door wat je zag? Dat gewonde en geschonden lichaam van deze man was jouw verloren gewaande Heer, om wie jij eens had uitgeroepen: ‘Laten we gaan om met hem te sterven!’ Je werd ten diepst geraakt en je stond op om opnieuw op weg te gaan, jouw weg, zijn weg.

Zelf kan ik nogal makkelijk geraakt worden; ik word al gauw emotioneel: TV kijkend naar de paralympische spelen schoten mijn ogen soms vol bij het zien waartoe mensen met grote fysieke beperkingen in staat zijn: een moeder -  in voortdurende strijd met de kanker - snowboardt zich tweemaal naar het goud! Jonge mensen met een geschonden lichaam staan keer op keer op om de finish te halen. Kijkend naar het TV-programma “De Reünie” zie ik mannen en vrouwen tussen de 18 en 50 jaar die afreizen naar het eiland Lesbos om zich als vrijwilligers in te zetten voor de bootvluchtelingen die daar aanspoelen, en het emotioneert me. . . .  , raakt het me ook?  . . . . de TV gaat uit, we gaan naar bed en ik lig er niet wakker van.

En dat klopt niet!

Bij jou, Thomas, is er veel meer gebeurd; Jezus’ opdracht had jij goed begrepen: ‘Zoals de Vader Mij gezonden heeft zo zend ik jullie’. Het verhaal gaat dat jij helemaal naar India bent getrokken en daar je leven hebt gegeven voor het Evangelie. En dan die eerste christengemeenten? Je stelt toch niet zomaar je hele hebben en houden ter beschikking van de gemeenschap, als je niet geraakt bent door iets dat je verbindt? . . . verbindt met  anderen?

Geraakt worden is het begin van: de ander zienen vertrouwen. Het begin! En dan volgt het doen. 

Diakonie heeft veel aandacht in onze gemeenschap, dienst aan mensen dichtbij en ver weg, zorg voor de aarde, voor ons leefmilieu. Ons parochieblad vertelt regelmatig wat en door wie er aan gedaan wordt -- ook een passie-verhaal -- en wat wij zouden kunnendoen . . . .

Opdat wij geraakt worden toch?

Thomas, mijn  tweelingbroer, help mij  die ander zien  . . .  en dan durven zeggen: ‘Jij, mijn Heer, mijn God!’

Moge het zo zijn.