Overweging van Willem Pelser.

2 Kor. 12, 6b-10, en Marcus 6, 1-6.

Thema: Kracht uit zwakte.

Deze week kreeg ik een icoon van Christoffel onder ogen met Jezus op zijn schouder. U kent de legende van Christoffel waarschijnlijk wel: van een monnik kreeg hij de opdracht mensen over een woeste rivier te brengen. Op zekere dag stond er een kind aan de oever van de rivier, Christoffel nam het op zijn schouder, leunde met zijn andere hand op zijn zware boomstam en waadde door het kolkende water dat steeds woester werd. Hoe verder hij liep, hoe zwaarder het kind werd en hij werd bang. Eindelijk bereikte hij de overkant en zei: “Het leek wel of de hele wereld op mijn schouders drukte.” Toen zei het kind: “Je hebt niet alleen de hele wereld op je schouders gedragen, maar ook Hem die de wereld geschapen heeft. Ik ben Christus, de koning die je zo lang gezocht hebt om te kunnen dienen.”

Op de icoon zie je, hoe de kleine Christus zijn hand als een zegengebaar op het hoofd van Christoffel legt. Met Gods zegen, Gods genade kun je een heleboel, maar er is ook een grens aan wat een mens aan kan. Aan de overkant gekomen zal Christoffel het kind loslaten. Niemand hoeft boven zijn krachten beproefd te worden. Hoe herkenbaar is dit in ons leven.

Christoffel (in het Grieks Christophorus, betekent: Christusdrager) kon door Gods genade Christus over de kolkende rivier brengen, hoewel hij eigenlijk niet meer kon. Hij was aan het eind van zijn krachten. Toch hield hij het vol.

Ook de apostel Paulus uit de eerste lezing zit in zo'n situatie. Eigenlijk kan hij niet meer. Er is een doorn in zijn vlees gestoken om hem nederig te houden. Wat die doorn is? Misschien doelde Paulus wel op de vervolgingen die hij telkens te verduren kreeg. Als er één weet heeft van zwakheid en aanvechting, is het Paulus wel. “Mooie God, die jou zo laat lijden”, zal hij wel te horen hebben gekregen. Maar de apostel schaamt zich niet voor deze zwakheid. Door op God te vertrouwen wordt hij erbovenuit getild en kan hij er zijn voor mensen die nood en zwakte ervaren.

Tot drie keer toe heeft hij de Heer gebeden om ervan verlost te worden (denk even aan Jezus in de Hof van Olijven), maar de Heer heeft Paulus geantwoord: “Je hebt genoeg aan mijn genade. Mijn kracht wordt volkomen zichtbaar in jouw zwakte.“

 Zijn wij in staat de doornen in ons eigen vlees te erkennen als een waarschuwing om niet blind te blijven voor Gods genade? 

In 2005 had ik een paar operaties achter de rug en het ging op een gegeven moment helemaal mis. Het werd een paar keer echt kantje boord. Ik dacht toen bij mezelf: “Laat mij maar gaan!” Op de een of andere manier hield ik toch dat lijntje naar boven vast, het brak bijna. Maar ik voelde dat lijntje weer sterker worden door het vertrouwen op God, Gods genade was duidelijk werkzaam en ik kwam er weer bovenop.

 Iedereen gaat soms door tijden waarin de Eeuwige zwijgt en zijn hand teruggetrokken lijkt te hebben. Maar er is ook een mogelijkheid dat het aan jezelf kan liggen: dat je niet luistert of gewoon niet kuntluisteren, wanneer Hij spreekt en je geen oog hebt voor zijn oneindige liefde. Want wil God ons niet allemaal gelukkig zien? Hij is zelf mens geworden om zich aan de mensen te openbaren en ons zo te laten weten wie Hij is en hoe wij het geluk kunnen vinden waartoe we bestemd zijn.

Jezus had voordat Hij naar Nazareth kwam al veel wonderen verricht. De storm op het meer bedaard, een bezetene bevrijd van zijn ziekte, een bloedvloeiende vrouw genezen en een gestorven kind weer tot leven gebracht. Je zou denken dat Hij als een held zou worden binnengehaald, maar niets daarvan. Men nam aanstoot aan Hem. “Een profeet wordt overal geëerd behalve in zijn eigen stad, bij zijn verwanten en in zijn eigen kring.” En Jezus stond verwonderd over hun ongeloof. Daarom doet Hij in Nazareth ook geen wonderen. Toch geneest Jezus enkele zieken door handoplegging ondanks het menselijk ongeloof. Het is niet onze zwakte of ziekte, waarmee we Jezus' handen blokkeren. En zelfs als de ziekte niet wijkt, kan Gods genade manifest worden. Er zijn voorbeelden te over.

Geloof is primair ontvankelijkheid. Denk aan de woorden van Maria: “Mij geschiede naar uw woord.” Geloof in het vertrouwen dat liefde het laatste woord heeft.

Dus eigenlijk is ongeloof niet normaal. Zelfs al 'gelooft' volgens het Sociaal Cultureel Planbureau de meerderheid van ons volk niet meer, hier geldt niet, dat de meeste stemmen tellen. Wie gaat geloven, gaat de wereld – en de mensen – zien zoals ze door God bedoeld zijn. Dan is het wonder geen doorbreking van natuurwetten, maar juist herstel van het natuurlijke. 

“Je naaste is zoals jijzelf. Heb hem lief!” Dat laatste is normaal. Voor de gelovige is God geen zwijgende God, want Hij spreekt tot ons in zijn schepping, in de woorden van een kind, van een geliefde, in een lied of in brood en wijn. Voor het geloof zijn wij geschapen, niet voor het ongeloof.

Als God zijn hand op ons legt, – zoals op de icoon van Christoffel –  verdrijft Hij de wolk van ongeloof en cynisme die ons omgeeft en infecteert.

Als God zoals Jezus is – een God die sterft aan het kruis en die dan nog zijn beulen vergiffenis schenkt – dan vertrouwen we Hem, want Hij kan ons geluk waarborgen.

We staan hier voor de paradox van het christelijk geloof, de paradox die Paulus omschreef: “Als ik zwak ben, dan ben ik sterk.” Het is de paradoxale sterkte van de liefde die almachtig is, maar niets kan zonder ons vertrouwen in God.

Tot slot:

Hoe ging het verder met Christoffel? Toen de kleine Jezus van Christoffel na zijn overtocht afscheid nam, zei hij: “Je moet de boomstam waar je op leunde tijdens de overtocht naast je hut in de grond steken.” De volgende dag was die een palmboom geworden met heerlijke dadels eraan.

Ons leven wordt pas echt vruchtbaar als we onze taak in het leven met de zegen van Christus uitvoeren, wiens last licht is, wiens juk zacht is.

Moge het ons overkomen.

Amen