Overweging van Hans Hamers.

Philippenzen 1: 3-11; Psalm 126-1; en Lucas 3:1.

Centraal thema van de adventperiode: “Wegbereider zijn”.

Thema van de zondag: "Onderscheiden en doen".

Tweede Advent.

Als iets niet gaat zoals we het willen, dan hebben we geleerd om te gaan zoeken naar de oorzaak? Waarom lukt of gebeurt het niet? Zo gaan om we met vrijwel alle grotere en kleinere problemen van alledag. Dit is een manier van rationeel denken en het heeft ons in de westerse wereld geen windeieren gelegd! We varen er wel bij!

Maar niet in alle situaties die ons overkomen biedt zo’n rationele benadering soelaas. Vooral als het leven zelf, het bestaan zelf, in het geding is, in existentiële zin, waarbij de grond en de zin van een mensenleven dreigt weg te glijden. Dan kan bijvoorbeeld bidden ineens heel belangrijk worden. “In nood leert men bidden”, is een bekend gezegde. Dat wel een heel andere een dan rationeel probleemoplosbenadering. Want als die uitgeput is we weten niet meer wat we moeten doen, wat houdt ons dan op de been?!

En als zo’n rationeel/probleemoplosbenadering slaagt, bv patiënt komt er weer bovenop, wat is er dan gewonnen? “Veel” hoor ik u al zeggen want het actuele probleem is opgelost. Wat is in existentiële gewonnen: hoe ver reikt dit succes? Biedt het perspectief, écht perspectief, in het licht van onszelf als beelddrager van God. Dat perspectief kan gewonnen worden langs de lijnen van wat ik maar even snel benoem als een evangelische logica, langs de belofte van de goede boodschap van Jezus Christus. Zelfbewuste en gelovige christenen ‘weten’ dat.

Ik kom bij de evangelielezing van Lucas. Hier komen de woorden uit Jesaja voor die vervuld worden: “Bereid de weg van de Heer, maak zijn paden recht; elk dal zal worden opgevuld, elke berg en heuvel geslecht; bochtige wegen worden recht, oneffen paden vlak; en alle mensen zullen de redding zien die van God komt” om de prediking van een doop van bekering door Johannes te onderstrepen als wegbereider voor Jezus’ komst.

In een OT-tekst van de profeet Baruch (hebben we niet gelezen) wordt ook naar Jesaja gewezen. Baruch roept het volk Israël op om alle ellende van de ballingschap die het doormaakt af te leggen. Als ‘alternatief’ schetst hij dan een perspectief van een intocht in een land dat veilig en vredig is. Dáár moet het volk zich op richten. Want God zal het volk daarnaar toe leiden, genadig en barmhartig. Maar het volk moet zelf óók een aandeel leveren voor het toekomstig heil, namelijk “bergen en heuvels met de grond gelijk te maken en de dalen te vullen, zodat het hele land vlak wordt en Israël zegevierend en veilig kan optrekken”. Van het volk wordt verwacht dus dat het richt op God, in vertrouwen, en dat het actief zich beschermt in het nieuwe land.

Terug naar de evangelietekst van Lucas. De doop van bekering door Johannes vormt de vervulling van de woorden van Jesaja, “maak zijn paden recht ……” en dat allemaal vanwege “alle mensen zullen de redding zien die van God komt”. Daar is het om te doen. Het kiezen voor een doop van bekering betekent een ommekeer, noodzakelijk om van de redding deelgenoot te zijn. 

Dat laatste ‘de redding zien die van God komt’is niet zomaar iets, van “oh kijk, daar! De redding van God”. Daar moet aan gewerkt worden! In de Filippenzen-brief werpt Paulus hier een licht op. Hij verheugt zich over de prediking van het evangelie door de gemeente van Filippi, maar Paulus bidt voor meer, namelijk groei van ware kennis en fijngevoeligheid om te kunnen onderscheiden waar het écht op aankomt. Hij verbindt de actie van de prediking en het onderscheiden, te weten groeien in geloof (liefde met en voor ware kennis en fijngevoeligheid) met elkaar. Zo is de weg te plaveien naar uiteindelijk onberispelijk te staan op de dag van Christus. 

En wij zijn op weg naar Kerstmis. We worden door de schriftteksten van vandaag aangespoord om onze eigen weg te plaveien. Te plaveien door contemplatie, door kritisch na te denken, over onszelf, over de gemeenschappen waar we bijhoren, wat daarin echt van belang is, én met het oog op het handelend antwoorden op de ogen van het pasgeboren Jezuskind dat ons aanbiedt en vraagt tegelijk om een toekomst voor heel de mensheid als verbonden met God. En daarom is nu de vraag: welke bergen en dalen mogen geslecht, welke wegen recht gemaakt, nu op weg naar Kerstmis? 

Laat ons daar een moment over nadenken.