Overweging van Frits Muller. 

Jes.35, 1-7 en Marcus 7, 31-37.

Kom adem ons open ... 

 Gisteren, 8 september, beste mensen, was de dag van het hoogfeest van Maria-geboorte, zoals de kerk dat kent. 

We zullen daar aan het eind van de viering bij stilstaan door de bloemen die voor het altaar staan naar het Maria-altaar te brengen waar de kaarsen al branden. 

Dank, als steeds aan de bloemsiergroep voor de wekelijkse zorg er aandacht hiervoor.

Vandaag vieren we bij wijze van spreken – de naamdag van onze parochie, herstel, van onze geloofsgemeenschap in onze Dominicuskerk: Effata – Ga open!  

      Vijf zondagen hebben we de afgelopen zomer uit het Johannes-evangelie gelezen. 

Daarin stond vooral het beeld van Jezus centraal als het brood des levens, als brood uit de hemel. 

Sinds vorige week zijn we terug bij de goede boodschap volgens Marcus, die dit jaar de toon zet.

”Vat moed”, roept Jesaja vandaag in de eerste lezing.

“Ga open” zegt Jezus in het genezingsverhaal.

Zo horen wij hoe God zijn volk bevrijdt en zijn Zoon voor ons een nieuwe toekomst opent. 

Zoals steeds breekt Hij muren af, overschrijdt Hij grenzen.

Wíj worden vandaag uitgenodigd de zintuigen van ons hart*, om onze ziel te openen om dat bevrijdend woord te horen en die nieuwe toekomst te zien: “Effata”, ga open!

Waarop wij, op onze beurt, God toeroepen: 

“Kom, adem ons open”

     Bij deze oproepen moet ik ongewild aan onze minister van buitenlandse zaken denken die deze week andermaal door het stof moest, in het “Sanhedrin” van de Tweede Kamer. 

Hoe haaks staat zijn boodschap op die van het evangelie: 

afzonderen, toesluiten als onvermijdelijk, in plaats van bemoedigen tot openheid, opengaan – en open staan voor.

“Het zit waarschijnlijk diep in onze genen dat we niet goed in staat zijn om een binding aan te gaan met ons onbekende mensen”, klonk deze zomer op een besloten bijeenkomst met Nederlanders die werkzaam zijn bij internationale,

non- gouverne-mentele organisaties. 

     Misschien is dat niet onjuist, maar: 

hoezeer missen we in deze tijd geïnspireerd en inspirerend leiderschap, dat deuren opent in plaats van sluit, dat werkers in het veld van deze wereld stimuleert om - tegen de golven van het populisme in - vast te houden aan het ideaal van menswaardigheid. Het ideaal van vrede en gerechtigheid, brood voor de wereld, in plaats van te berusten bij, 

nee, van bewust vast te houden aan “halen, hebben, houden” al of niet in samenwerking met criminele organisaties. 

Het gaat toch goed met de economie? Nou dan!

(Tussen twee haakjes: hebt u al nagedacht over uw rekening bij de ING-bank?) 

     Kent u dat ook, dat je je soms zo alleen voelt met je geloof? 

Soms lijkt het zo’n dwaasheid; “een dwaasheid voor de wereld” zoals Paulus ergens zegt. 

Ons geloof is niet van deze wereld en is geregeld een grote ergernis vóór die wereld. 

Het is vaak een aanklacht tégen de wereld...en geregeld ook tegen de kerk...

Dat is állemaal te beluisteren in de lezingen van vandaag.

Ze houden ons een spiegel voor, zoals steeds: een spiegel waarin niet ons geloof, maar de wereld dwaas lijkt.

En dat is het boeiende van gelovig leven: diepgaand en begrijpend willen geloven nodigt bijna altijd uit tot een ontdekkingsreis, tot een vertaalslag: 

Kijk maar: er staat méér dan er staat!

     Terug naar de texten van vandaag. De profetie van Jesaja was oorspronkelijk bedoeld voor het volk in ballingschap.

God komt zijn volk bevrijden, de wanhopigen mogen moed vatten en zich verheugen.

Er staat meer dan er staat, want de concrete beelden uit de lezing kunnen we begrijpen als de ogen, de oren en de tong van het hart, van de ziel....* 

Het moedeloze lamgeslagen volk zal weer tot leven komen.

En voor het genezingsverhaal van Marcus geldt hetzelfde: het gaat – meer dan de genezing op zich – om de diepere werkelijkheid waar de genezing naar verwijst: In Jezus komt God de mensen bevrijden. Hij wijst ons de weg naar het volle leven.

Het gaat erom dat wij oog krijgen voor díe werkelijkheid. Vaak zijn de zintuigen van het hart verstopt, zo ook bij de leerlingen van Jezus. 

Even verderop in dit Marcus-evangelie krijgen zij immers te horen: ”Begrijpen jullie, verstaan jullie het dan nóg niet?” Je hebt toch oren? Hoor je dan niet?  

Wat de lezingen van vandaag zo aansprekend maakt is dat ze ons uitnodigen om álle zintuigen te openen: ons te verheugen in wat we geloven en hopen, liefhebben, zien, horen en genieten. 

     Als mijn oren écht opengaan dan hoor ik een intense uitbundige, of stille vreugde in deze teksten. 

Wanneer ik mijn ogen écht open dan zie ik een prachtige wereld om mij heen: dát is het wonder – wat er ontbreekt hoeft daar niet aan af te doen. 

Als ik mij laat ráken, laat áánraken, dan is het als een gewensteintimiteit; een ontsluiting die mij warm van binnen maakt en die mijn hart, mijn ziel opent

en de tong losmaakt.

 Dan weet ik: dít is wat Marcus met zijn boodschap bedoelt: Gods rijk is in ons midden, in ons geloof in mensen, zoals ons is voorgeleefd.

Dát is het evangelie, de goede, de blijde boodschap.

Dáár gaat in vervulling wat Jesaja in zijn schitterend visioen voorzag.    Eindelijk thuis; al wat gewond, gekwetst, beschadigd is wordt geheeld. Mensen, dieren, heel de schepping en heel de gemeenschap herschapen. 

     De lezingen van vandaag komen als een bruisende ervaring op ons toe: een ervaring van iets dat ons te boven gaat, een ervaring van ”God”, zo je wilt. 

Van een god die zelf geraakt is door ons verdriet, en die ons in Jezus met hart en ziel komt bevrijden uit dat ongeluk van een blinde, dove, kreupele, stomme, in duisternis en domheid gehulde, verslaafde wereld.

Als God ons thuisbrengt uit die ballingschap,

dan klinkt: Effata! 

Wanneer we ons openen om Gods wil te doen, zullen we, ondanks onze onder verdenking staande genen - begrijpen dat we goed in staat zijn om - en niet anders kunnen - dan een binding aan te gaan met onbekende mensen die op ons toekomen! 

Dan weet je weer waarom je bij deze geloofsgemeenschap wilt horen, onze werkplaats, waar kerk en wereld dag in, dag uit aan de orde zijn.  

     “Kom, adem ons open” 

 Mogen wij zo voortleven onder de hoede van de Eeuwige,

Amen.