Overweging van Frits Muller o.p.

Jer. 1, 4-5, 17-19; en Lc. 4, 21-30.

Thema: "De weg gewezen ...."

  1. “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan”.

Was getekend: Pipi langkous. 

Nee, dan Jeremia, uit de eerste lezing van vandaag; die heeft blijkbaar alle steun van de Eeuwige nodig om aan de slag te gaan als profeet, om het altijd weerspannig volk van zijn de weg te wijzen. 

We bevinden ons in een mooie tijd van het kerkelijk jaar, beste mensen!

De evangelielezingen van deze weken zijn beeldend. 

Profeten staan daarin centraal. 

Het gaat over roeping en verwerping, en niet alleen van profeten…

Even terug naar de afgelopen zondagen: 

De eerste zondag na “Driekoningen” hoorden we over het dopen door Johannes in de Jordaan. Dat klonk als volgt:

( Lc. 3, ) Op de vraag of hij wellicht de Messias was gaf Johannes de Doper ten antwoord: 'Ik doop u met water, maar er komt iemand die sterker is dan ik; ik ben niet waardig de riem van zijn sandalen los te maken. Hij zal u dopen met de heilige Geest en met vuur. De wan heeft Hij in zijn hand om zijn dorsvloer grondig te zuiveren en zijn tarwe te verzamelen in de schuur, maar het kaf zal Hij verbranden in onblusbaar vuur.'

Roeping en verwerping

2.

Een week later, na de lezing over de bruiloft in Kanaa, waar Jezus water in wijn veranderde, vertelde Gerard Verwoerd wat hij bedacht had tijdens zijn verblijf op het groot seminarie;en wat hij zei raakte niet alleen mij: “Ik was er een in onze klas van zes en moest ik opeens denken: zijn wij, stuk voor stuk, ook een soort water, dat ooit door God  veranderd wordt in wijn?.

We stellen nu nog niks voor, maar als God ons herschept 

dan gaan we wat betekenen voor  de anderen”. Einde citaat.

Roeping….

Over die bruiloft in Kanaa hoort u straks nog meer….

En dan vorige week bij de feestelijke bevestiging van Hans Hamers als onze pastor, weer een lezing over Roeping, de roeping van Samuel dit keer: We hoorden: “In die dagen was een woord van de Eeuwige een zeldzaamheid en kwam een visioen niet dikwijls voor”.

Hoe zit het in onze dagen eigenlijk met het horen van het woord van de Eeuwige? Staan wij daarvoor open en verstaan wij de boodschap?

3.

Ook het verhaal over het veertigdaagse verblijf van Jezus in de woestijn wordt in deze tijd van het jaar gelezen.[1]Hij moet daar, hoe dan ook, bezig geweest zijn met de vraag op welke manier hij zijn roeping als profeet zou vormgeven en welke vergaande consequenties dat zou hebben. 

Wanneer hij aan het vasten is en de duivel hem verleidt om stenen in brood te veranderen voegt Jezus hem toe: “er staat geschreven: de mens leeft niet van brood alleen”.

Ik hoor daarin dat het kwaad ons wil weghouden van God, om ons uit het geestelijk leven, uit het ziele-leven weg te trekken, de materiele wereld in.

Datzelfde gebeurde bij de bruiloft van Kanaan. 

Jezus komt daar als het ware terug op zijn woestijnervaring. 

Maar nu staat er iets anders centraal.  

We doen het verhaal tekort als we het louter interpreteren als het wonder -baarlijk redden van een bruiloftsfeest, waarbij de gastheer de complimenten over de goede wijn opstrijkt.

De diepere betekenis van dit verhaal lijk mij tweevoudig: 

  • in de eerste plaats het heiligen van een verbintenis tussen twee mensen door de aanwezigheid van een afgezant van god, van het goddelijke, en bevestigd door het tweede:
  • de transformatie van water in wijn, waarbij het water staat voor het dagelijkse en de wijn voor het geestelijke, het spirituele deel van het leven, de verbinding met wie of wat ons te boven gaat, God of het goddelijke.

4.

Deze verhalen willen ons alert houden en in die lijn past ook het evangelie van vandaag: het weggehouden worden van God door het kwaad in de wereld en/of door onszelf, door onze geslotenheid voor de genade van wie of wat ons te boven gaat. 

Aan de lezing van vandaag gaat een mooi gedeelte vooraf dat ik u niet wil onthouden. 

“ Zo kwam Hij ook in Nazaret, waar Hij was grootgebracht, ging volgens zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge en stond op om voor te lezen. Ze reikten Hem de boekrol van de profeet Jesaja aan. Hij opende de rol en vond de plaats waar geschreven stond: De geest des Heren is over mij gekomen, omdat Hij mij gezalfd heeft. Hij heeft mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken, en aan blinden, dat zij zullen zien; om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer. Daarop rolde Hij het boek dicht, gaf het terug aan de dienaar en ging zitten. In de synagoge waren aller ogen gespannen op Hem gevestigd. Toen begon Hij hen toe te spreken: 'Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt, is thans in vervulling gegaan.'” 

En dan begint de evangelielezing van vandaag.

Ook daarin wijst Jezus naar de tijd van een profeet, zijn voorganger Elia, waarin de hemel lange tijd gesloten bleef, de stem van God niet gehoord werd, maar de bedoelingen van de Eeuwige heel duidelijk waren. 

Jezus ergert de toehoorders met het benoemen van hun eigen verwachtingen die luiden: “eigen volk eerst”!

Den hij verhaalt onomwonden over welwillende ontmoetingen van God met de weduwe in Sarpta, bij de Syrier Naäman, “ander volk” dus!. 

Met andere woorden; stel de relatie met je God niet op de proef want God woont daar waar hij zich welkom weet, God kent in die zin geen “eigen volk”.

Het gaat hier niet om een passief geroepen of verworpen worden, maar om een uitnodiging om in het volle besef die roep te volgen, dan wel de weg van God verlaten en het verworpen worden over je af te roepen.   

Overigens heel begrijpelijk, die gefrustreerde reactie van de omstanders dat zij iemand die zij zo goed denken te kennen “is dat niet een van ons, de zoon van Jozef, de timmerman?” 

De messiaanse tijd mag dan we aanbreken maar het is toch nauwelijks voorstelbaar dat dat door toedoen iemand van hen gebeurt! En die hun vervolgens patsboem de les leest! 

5.

Wat verwachten wíj eigenlijk van God? 

Hier wordt een huis voor God gebouwd, waar mensen samen komen

en waar Hij zelf aanwezig is om onder ons te wonen….

In ons samenkomen creëren wij elke zondag een godshuis waar wij de eeuwige aanwezig hopen.

Een Eeuwige die ons liefheeft en naar ons luistert, wiens zoon wij gedenken, die voor ons geluk zijn leven heeft gegeven en aan wiens tafel wij het brood delen.

Dat is onze hoop, onze verwachting, zo geven wij ons vorm aan ons gelovig leven.   

6.

Tot slot: de psalm van vandaag, want die gaat wel heel erg over ons: leest u mee op blz. 2 en 3?

Die psalm vraagt de Eeuwige om ons te ont-zetten, 

om ons vrij te maken van wat ons beklemt…

De woorden beschrijven – ik hoop dat u dat herkent …  onze geschiedenis met god.

De woorden over onze ouderdom en beoordeling onderaan p. 2 mogen pijn doen, de zegeningen van onze jaren en het vertrouwen op God gaan daar ver bovenuit (p.3…).

Zo moge het zijn totdat ook wij moeten gaan.

Amen 

[1]Over 40 dagen gesproken? Het is u toch niet ontgaan dat het gisteren 2 februari Maria Lichtmis was,veertig dagen na Kerstmis en de herdenking van de "Opdracht van de Heer in de Tempel", waarbij Jezus, weliswaar na 30 dagen, zoals elk eerstgeboren joods jongetje, wordt opgedragen aan God. Daarnaast herdenkt men het zuiveringsoffer dat Maria veertig dagen na de geboorte van Jezus volgens de joodse wet[4] moest brengen; vandaar de Latijnse naam Purificatio Mariae. Tevens is 'de opdracht van de Heer' ook het vierde Blijde Mysterie van de Rozenkrans.