
Overwegingen
Overweging 17 augustus 2025
Voorganger: Wim Rigters
Lezingen: Een uur van genade en waarheid, Huub Oosterhuis en Lucas 12, 49-53
Thema: Maria Tenhemelopneming
“Ik ben gekomen om op aarde een vuur te ontsteken” . . . misschien toch wat misplaatst deze lezing ? . . . in deze tijd? De wereld staat in brand: de ene helft door steeds weer oplaaiende bosbranden, de andere helft door oorlogen en de onbeschrijfelijke gevolgen voor miljoenen onschuldige mensen, terwijl de grote wereldleiders er niet genoeg van lijken te krijgen om met vuur te spelen?
U had wellicht als evangelielezing verwacht – zoals gebruikelijk op ’n Mariafeest – het verhaal van Maria’s bezoek aan Elisabet,
maar dat heeft Oosterhuis al prachtig verweven in de 1e lezing – ‘dag meisje, wees gegroet’. De gekozen lezing uit Lucas is het Evangelie
van deze zondag: de 20e door het jaar; en wij vonden die juist vandaag heel actueel. Ook vanwege de actualiteit van vuur en brand overal in de wereld nu, maar vooral vanwege Jezus’ woorden over vrede en verdeeldheid en zijn verwijt dat we niet ‘deze tijd kunnen duiden’.
Betty zei het al in haar inleiding: Maria is bij uitstek het voorbeeld van een mens die de radicale keuze van God volledig en zonder voorbehoud heeft aanvaard. Haar leven kende pijn, offers, moeilijke keuzes en verdeeldheid. Over moeilijke keuzes en verdeeldheid lezen we in het evangelie van Lucas.
Jezus maakt het ons niet gemakkelijk. Daarmee rijst de vraag: Hoe kunnen we ons vandaag door Maria laten inspireren bij het maken van keuzes, ook en vooral als die van ons offers vragen.
Nog altijd staat in de kerkelijke kalender op 15 september het feest van ‘Maria van 7 smarten’. De term ‘feest’ klinkt wat vreemd in dit verband, maar het betreft deze zeven momenten uit het leven van Maria:
(1) De profetie door Simeon bij de opdracht van Jezus in de Tempel: een zwaard zal door haar ziel zal gaan;
(2) De vlucht naar Egypte;
(3) Het verliezen van de 12-jarige Jezus in de Tempel;
(4) De ontmoeting met haar kruisdragende Zoon;
(5) De kruisdood van haar Zoon;
(6) De afneming van het kruis en
(7) De graflegging van Jezus
Momenten uit het leven van Maria, maar wie herkent ze niet in eigen leven? We lopen er allemaal tegen aan; we staan op een gegeven moment op een kruispunt en vragen ons af: welke richting? welke afslag?
In de Trouw van vrijdag schreef Jurrién Hamer in zijn column: ‘Het CDA van Henri Bontenbal wordt inmiddels op 24 zetels gepeild, 19 zetels hoger dan de huidige 5, en zijn partij zou weleens de politieke comeback van de eeuw kunnen maken’. Maar de schrijver ervan eindigt met: ‘Ik heb zo mijn twijfels’, en dan doelt hij op de keuzes die de partij maakt. En dat moeten wij straks weer allemaal doen, als het gaat om de toekomst van ons land.
‘Denken jullie dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde? Integendeel, Ik zeg jullie dat Ik verdeeldheid kom brengen.’
“Huichelaars! De aanblik van de aarde en de hemel kunnen jullie duiden, hoe kan het dan dat jullie deze tijd niet kunnen duiden?
Ik vind het moeilijk om met deze strenge woorden van Jezus – hoe waar ze ook zijn – te eindigen. Liever met de wens, dat we – mede door de inspiratie van Jezus’ moeder Maria – waar kunnen maken wat we straks weer zullen zingen:
“Aanschijn der aarde, wie zal jou vernieuwen ?
Hij die alles zal zijn in allen, heeft ons bestemd om,
aarde, jouw aanschijn te vernieuwen”.
Overweging 10 augustus 2025
Voorganger: Jan van der Wal
Lezingen: Wijsheid 18, 6-9 en Lucas 12, 32-40
Thema: Schatgraven
In het Rijksmuseum hangen beroemde schilderijen. En het beroemdste schilderij kennen we allemaal, en hebben wij waarschijnlijk ook allemaal ooit gezien: de Nachtwacht. Een stadswacht die uit vrijwilligers bestond en die tijdens de nacht zorgde dat het veilig bleef.
In het Evangelie van Lucas gaat het ook over waken in de nacht. Waken om de ogen wijd open te houden en bereid te zijn om de Heer des huizes, wanneer Hij ook komt, gastvrij te ontvangen. Het is een parabel die wil benadrukken dat de perfecte leerling van Jezus het liefst wakker ligt van het Rijk van God. Want dat mag hij niet missen: de angst te slapen als de Heer zich aandient, is zo groot, dat het zijn leven beheerst.
Wat nu onze slaap beheerst, beheerst vaak ook ons leven. Wij kunnen wakker liggen van talloze problemen, met onze kinderen, zieken in de familie, gezondheidsproblemen, moeilijkheden op ons werk of in onze relaties, we piekeren over aangedane beledigingen, ruzies en verwijdering, miskenning van onze intenties. Maar piekeren we ook om dat Rijk van God te beërven?
Want daar ligt die schat verborgen die Jezus in zijn onderricht telkens weer herhaalt en benadrukt. Zijn we daar wel naar op zoek? In de parabelvertelling gebruikt Lucas twee passende beelden daarbij: houd de lendenen omgord en de lampen brandend. Lampen geven licht en maken zaken helder en klaar.
De Hebreeuwse uitdrukking ‘de lendenen omgord’ heeft te maken met een tunica, een onderkleed. In het Oosten droegen zowel mannen als vrouwen lange kleren, die tot de voeten reikten. Met een gordel werd het onderkleed opgehouden, zodat de benen meer bewegingsvrijheid hadden. Iemand die haar lange kleding omhoogtrekt en het met een gordel om de lendenen vastbindt, die kan zich dus sneller en gemakkelijker verplaatsen.
Zo verwijst de lezing uit het Boek Wijsheid dat de Israëlieten in de nacht voor hun vertrek uit Egypte gereed moesten staan, de lendenen omgord, om direct te kunnen vertrekken (Exodus 12,11). Een zinnebeeld voor redding door God, Hij redt omdat ik er al klaar voor ben, en zo geschiedde de Uittocht uit de slavernij.
‘Houdt uw lendenen omgord en uw lampen brandend, want je weet niet wanneer de Heer des huizes komt!’ Zijn komst is op een moment waarop je dat niet verwacht. Zorg er dus voor dat Hij je niet vindt tussen de puinhopen van je leven! Bereid je voor – zo lijkt Jezus te zeggen - op die ontmoeting en stop je hoofd niet in het zand door je met onbenulligheden, piekeren of dagelijkse beslommeringen onledig te houden en daarmee je kostbare tijd te verknoeien.
Wij zijn mensen, die een leven lang onderweg zijn en veel tijd kwijt zijn met aardse zaken. Onopgeloste zaken kunnen ons soms een half leven lang bezighouden. Het zijn als het ware onrustige maar gesloten kamers van ons hart. Je wilt er in maar kunt er niet bij, de sleutel is zoek of gebroken, past niet meer.
Laat ze rusten, de tijd zal uitkomst geven want alles gaat toch voorbij? Concentreer je op dat ene wat belangrijk is: hoe kan ik dat hemels Koninkrijk beërven dat Jezus aan zijn leerlingen, dus aan ons, beloofd heeft? In Bijbelse taal: we wachten op de komst van de bruidegom die zijn bruid komt ophalen.
Zoals de Nachtwacht waakt over de burgers in diepe slaap, zo ziet Jezus graag dat wij maar om één ding bezorgd moeten zijn: hoe wij schatten in de hemel kunnen verwerven om gered te worden. Waakzaamheid wordt aangeprezen, maar zelf lijkt mij deze houding een groot beslag leggen op ons uithoudingsvermogen. Je moet er niet zenuwachtig of ziek van worden. Maar verwachtingsvol uitziend naar de komst van Jezus, dat is een houding die wij allen tot de onze kunnen maken. Hij komt in mensen, en komt ook in ons hart.
Dat hemelse Koninkrijk is een geestelijke entiteit, maar dat ontdekken we alleen door ons innerlijke huis op orde te hebben, steeds in hetgeen ons overkomt de liefde tot richtsnoer te kiezen. Het is geen afwachten op zijn komst door de hele dag uit het raam te staren. Verwachtingsvol uitzien naar zijn komst is zelf aan de slag te gaan in onze omgang met elkaar, bekenden of vreemden, en die vreemden tot bekenden van ons te maken. Het is evenmin een houding van: ‘ik zie wel waar het schip strandt’, want dat is een uiting van gedrag dat tot passiviteit en onverschilligheid leidt.
En nu is het bijzondere dat niet alleen wij actief kunnen zijn om ons hart open te stellen voor Jezus en zijn Rijk. God zelf komt naar ons toe, voordat wij het beseffen is Hij er al. Dat kunnen we ervaren als we bidden, mediteren en God aanwezig stellen in de stilte. Schatgraven is op zoek gaan naar de aanwezigheid van God in ons leven, Hem liefhebben en zijn aanwezigheid voorbereiden waar Hij verblijf wil houden (Joh. 14,23). Wanneer zijn komst aanstaande is, ervaren wij Hem en zijn onuitputtelijke liefde als een schat die niet buiten ons, maar in onszelf schuilt. Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn (Luc. 12,34).
Wachtende, wakende mensen worden in het evangelie zalig geprezen. Ze voorkomen dat ze iets kostbaars kwijtraken én ze worden beloond voor hun ijver en trouw. Hun houding is een houding van bereid zijn. Klaar staan om open te doen als God aan onze deur klopt. Zij hebben hun hart opengesteld voor de Komende. Dat doen zij in het verborgene en daar brengen zij in stilte offers.
Ik hoop dat de Heer ons zó zal aantreffen, betrokken op en in gesprek met onze medemensen, met zorg en in opvang van onze naasten, van mensen waar niemand van houdt en niemand naar omkijkt. Terwijl wij in de zon leven, zij in diepe duisternis verkeren. Maar hopelijk treft Hij ons ook aan indien wij evenzeer verzonken zijn in het verlangen naar zijn Rijk van liefde, en Hem in ons hart een weg bereiden. Want waar onze schat begraven ligt, daar zal ook ons hart zijn. Amen.
Overweging 27 juli 2025
Voorganger: Rene Klaassen
Lezingen: Genesis 8, 20-32; psalm 15 en Lukas 11, 1013
Thema: ..en wankel niet..!!!
We lezen dit kerkelijk jaar niet meer verder in het boek Genesis en dus kan ik vandaag over de afloop van het verhaal dat we zojuist hoorden met een gerust hart verder vertellen. Er worden in heel de stad Sodom geen rechtvaardigen meer gevonden. Zelfs de twee inwoners van de stad die eigenlijk zouden huwen met de dochters van Lot, laten het op het allerlaatst afweten en kiezen er voor om in hun stad achter te blijven. Lot, Abrahams broer, en zijn gezin zijn wel rechtvaardig en mogen ontsnappen aan de vernietiging van de stad.
Maar het kernbegrip uit de eerste lezing is natuurlijk de Hebreeuwse stam: "tsedeq" (צדק) of "Tsaddiek" (צדיק). In het Nederlands betekent het een heel woordveld van recht, rechtvaardigheid en hen die recht en rechtvaardig zijn: de rechtvaardigen. Het woord rechtvaardigen en de aantallen waarin het wordt uitgedrukt komt in vrijwel elke regel van de tekst van vandaag voor.
In deze tekst staan de Eeuwige en oude, 99 jarige Abraham aan dezelfde kant, die van de rechtvaardigen. Het taalspel is helder gerechtigheid is een karaktereigenschap van God zelf en hij verwacht het omgekeerd van de mens terug.
En wanneer we kijken naar wat er aan deze tekst vooraf is gegaan, is dat een lange periode vol oorlogen tussen volken en stammen. Op het hoogtepunt van die strijd staan er in Genesis wel vier koningen tegen vijf. De tekst verhaalt over achtervolgingen en slachtingen. Veel slachtoffers. En uiteindelijk, ik mocht er al een paar weken geleden ook al een overweging over houden, stonden Melchisedek en Abraham tegenover elkaar en wordt er vrede gesloten. Ze zegenen elkaar en delen brood en wijn met elkaar. Honger en dorst naar gerechtigheid en vrede worden gestild. Er lijkt een periode van rust aan te breken.
En op dit punt in die periode zonder strijd, ontmoet de eeuwige Abraham. Meer dan eens. En uiteindelijk doet de Eeuwige zijn belofte aan Abraham: hij geeft hem een heel groot stuk land in beheer en in het verbond dat hij sluit doet hij de belofte van een groot aantal nakomelingen. Zo talrijk als de sterren aan de hemel. Maar het is wel een verbond met meerdere lagen. De allereerste laag van dit verbond is beschreven in de eerste verzen van hoofdstuk 17. Dat hebben we weliswaar vandaag niet gelezen, maar het vertrekpunt van het verbond is wel gerechtigheid. De Eeuwige stelt aan Abraham en dus ook aan iedereen, nog voor er sprake is van het sluiten van een verbond: richt uw schreden naar mij en gedraag u onberispelijk. De basisvoorwaarde onder het verbond. Pas wanneer Abraham daaraan voldoet kan er sprake zijn van de belofte van ontelbare nakomelingen. Zoveel als er sterren aan de hemel staan. Wat mij betreft is het onberispelijke gedrag van God uit gezien een basisvoorwaarde. Abraham gelooft en vertrouwt op God en het verbond wordt versterkt door een derde eis van God. Derde laag is dat heel zijn volk besneden moet worden, Genesis spreekt van de mannelijke kinderen, om zichtbaar en voelbaar te maken dat ze zich juist daardoor met elkaar tot volk, tot Gods volk, verbonden weten. Zo en niet anders is het verbond gesloten. Abraham wordt verderop in het boek nog op de proef gesteld op hoge leeftijd om zijn zoon te offeren, maar zijn vertrouwen op God is zo groot dat hij hem blind vertrouwt en dat het wel goed zal komen. Abraham wankelt niet en het komt goed !
De psalm die we vandaag hoorden, zet nog eens een heel dikke streep onder het begrip gerechtigheid – noem het gerust onberispelijk gedrag. Alleen al de startvraag: wie heeft het recht om te wonen in Gods tenten? En vervolgens worden we keihard geconfronteerd met hoe we ons moeten gedragen om dat recht te verwerven:
Doe recht, spreek waarheid, laster niet, hebt Gij gezegd. Wees trouw, verloochen niet je naaste,
die een mens is zoals jij.
Doe het goede, leen loyaal je geld uit, zegt Gij
Vraag geen rente – neem nooit één steekpenning aan.
Doe het goede, wankel niet, zegt Gij
wees sterk en wankel niet.
Pas dan mag je zeggen : als jij er bent voor mij, zal ik er zijn voor jou.
Deze woorden staan haaks op wat er in onze dagen allemaal gebeurt in de wereld om ons heen. Er worden aanslagen gepleegd om recht te verkrijgen. Onschuldige slachtoffers tot gevolg. Er worden oorlogen gevoerd om recht te krijgen. Onschuldige slachtoffers. Mensen slaan op de vlucht voor geweld, maar ze zijn nergens welkom. Onschuldige slachtoffers. Mensen moeten van hun leiders het leger in om met de zwaarste machtsmiddelen gerechtigheid te bewerkstelligen. Onschuldige slachtoffers.
We kunnen twee dingen doen. We kunnen berusten en we kunnen ons uitspreken tegen al dat geweld met voor een groot deel onschuldige slachtoffers. De oproep is intussen zojuist al gedaan: Doe het goede, doe recht, spreek waarheid wees trouw en verloochen je naaste niet. Help waar je helpen kunt.
En Lucas doet ons vandaag ten slotte nog de handreiking dat wanneer we eventueel toch aan het twijfelen mochten slaan en onzeker worden of we wel de rechte weg zijn gegaan, dan is er altijd nog de weg van het bidden. De weg van Sorry zeggen tegen elkaar en tegen God, de weg van vragen om vergeving voor waar je over in gebreke bent of over twijfelt. Vragen om vergeving voor wat anderen in jouw ogen verkeerd doen. Vragen om hulp bij onrecht in de wereld dat je niet langer kunt aanzien. Jezus zelf geeft een prachtig voorbeeld: er klopt iemand op de deur die hulp zoekt en om brood vraagt. Vriend, doe open, ergens heeft een vreemdeling honger en ik heb jouw hulp nodig om haar of hem te eten te geven. Abraham geeft iedereen die bij hem op bezoek komt te eten. Zelfs voor de boodschappers van de Eeuwige, die hem komen vertellen dat Sara op hoge leeftijd nog een kind zal krijgen, laat hij een maaltijd klaar maken. Van het beste wat hij op dat moment voor handen heeft! Bidden, zo leert Jezus ons door de woorden van Lucas kan ook vragen zijn. Vragen om kracht om vol te houden in geloof. Geloof dat de wereld beter maakt, geloof in een kerkgemeenschap, die het woord van God in dialoog belijdt en waar gemeenschap hand in hand gaat met communicatie;
Gemeenschappen, volken, met leiders die niet heersen, maar dienen, in landen waar recht wordt gedaan aan allen.
Geloven in een kerk, die de kleinen eert en hen optilt uit hun vernedering; die op uittocht is uit het land der slavernij en op weg is naar bevrijding voor allen, die blijft getuigen van de hoop die in haar leeft.
Een kerkgemeenschap die niet wankelt in tijd van toenemende onrust en onverdraagbaar lijden moet aanzien. Dan willen wij niet alleen bij God zijn, maar dan wil God ook bij ons zijn.
We krijgen vandaag zijn boodschap mee: …. “Wees sterk … en wankel niet”!
Overweging 20 juli 2025
Voorganger: Wim Rigters
Lezingen: Genesis 28, 1-10 en Lucas 310, 8,42
Thema: Wie ben jij?
Zo! Daar sta je dan, Marta: stel je niet zo aan; oh, het is prima wat je aan het doen bent hoor, maar wat je zus doet is toch het beste wat je kunt doen. . .
Ik denk niet dat ik vandaag de enige voorganger in een kerkdienst ben die zich de afgelopen week heeft afgevraagd: wat moet ik met deze woorden van Jezus?
Wat ik in al de jaren van omgaan met en interpreteren van Bijbelteksten heb geleerd is, dat geen enkel Bijbelverhaal op zich staat, maar altijd in verband. Lukas, die wij vandaag lezen, is in zijn verhaal over Jezus in hoofdstuk 9 op een keerpunt gekomen: de grote reis naar Jeruzalem begint, en dan volgt er een reeks verhalen, die laten zien wat het betekent om een leerling/reisgenoot van Jezus te zijn. Eerst worden de leerlingen uitgezonden – een soort stage – ga maar eens ervaren wat het je doet om het Rijk van God aan te kondigen. Dan volgt de parabel van de barmhartige Samaritaan, uitlopend op de opdracht ‘Doe dan voortaan net als hij’! Hierna komt het verhaal van vandaag – Marta, die – zoals de Griekse tekst zegt – door ‘diakonia’, bediening, in beslag wordt genomen, en Maria, die één en al oor is voor Jezus’ woorden. Tenslotte volgt daarop weer de vraag van de leerlingen die we volgende week horen: Heer leer ons bidden’. Daar past de eerste lezing perfect bij: Abraham en Sara die zich uit de naad rennen om hun gasten te bedienen, maar dan stil erbij staan en luisteren, open voor de belofte.
Als je in onze kerk rondkijkt, zie je, zoals in alle gezinnen en gemeenschappen, allerlei mensen, maar er zijn twee stromingen te ontdekken, geen twee partijen, maar twee zusters: Marta en Maria. De ene stroming - de Maria's - wilde en wil het accent leggen op luisteren, op innerlijkheid, op godsdienstigheid, meditatie en gebed. En je ziet gelovigen die - als Marta - hun christen-zijn vertalen in grote sociale bewogenheid en inzet voor een betere samenleving.
Je kunt ze naast (beter niet tegenover) elkaar zetten'. 'de bidders' en 'de doeners'. En soms wonen ze allebei in je. Soms wil je stil zijn, aandacht geven aan je binnenste, ruimte maken voor je ziel. En andere keren voel je je het meest godsdienstig als je je inzet voor hen die je hulp, je zorg nodig hebben, en maak je je samen met anderen druk voor het goede doel.
Allemaal zusters en broeders van elkaar, bidders en doeners, die elkaar aanvullen
Maar wat schrijnend is het dan te moeten constateren dat zo vaak – het lijkt wel in toenemende mate –mensen en groeperingen tegen elkaar worden uitgespeeld: de ouderen tegen de jongeren, de zekerweters tegen de twijfelaars, de gehoorzamen tegen de critici, de gesettelden tegen de ontheemden, de veerkrachtigen tegen de kwetsbaren.
Dezelfde Jezus die vandaag de drukdoeners vraagt stil te zijn en aandachtig te luisteren, zegt morgen tegen de bidzielen: 'Niet iedereen die roept: 'Heer, Heer...', zal het koninkrijk Gods binnengaan, maar zij die de wil doen van de Vader'. De kunst is in onze kerkgemeenschap en in onze omgeving ruimte te laten, èn te bieden, voor beiden,
Marta en Maria, en in onszelf een goed evenwicht te vinden tussen bidden en doen.
Ergens las ik dit:
Niet een, niet twee
De leerlingen vroegen: 'Hoe zoek je een-zijn met God?’
De meester antwoordde: 'Hoe meer je zoekt des te groter wordt de afstand tussen God en jou.'
'Hoe overwin je deze afstand?'
'Door te begrijpen dat die afstand in werkelijkheid niet bestaat.'
'Betekent dat dat God en ik een-zijn?'
'Niet een, niet twee.'
'Hoe is dat mogelijk?'
Het antwoord van de meester was: 'De zon en zijn licht, de oceaan
en zijn golven, de zanger en zijn lied: zij zijn niet een en hetzelfde, en
toch niet twee verschillende dingen.'
Overweging 29 juni 2025
Voorganger: Jan van der Wal
Lezingen: Handelingen 12, 1-11; 2 Korinthiers 4, 1-6 en Mattheus 13, 16-23
Thema: In welk voetspoor treed jij?
In deze missionaire viering eren wij de heilige stichters van onze katholieke kerk: Petrus en Paulus. Zij zijn namelijk bij uitstek de missionaire boegbeelden van onze kerk omdat zij als leerlingen van Jezus Christus diens kruisdood en verrijzenis, die verlossing heeft gebracht aan allen die in Hem geloven, over de toenmalige wereld hebben verspreid.
Petrus, van eenvoudige visser door Jezus aan het Meer van Galilea geroepen om Hem te volgen, werd de prominente en meest vooraanstaande leerling van Jezus. Aan hem werd de gemeente van Jezus na zijn Opstanding en Hemelvaart toevertrouwd, ofschoon Petrus bij zijn gevangenname van zijn meester had weggekeken, zelfs ontkende dat hij diens leerling was.
Paulus, een ontwikkelde rabbijn, opgeleid in de Farizese school, die Jezus nooit tijdens het leven ontmoet had, maar pas na diens dood tot inkeer kwam en van fanatiek vervolger van de christenen vurig aanhanger werd.
Beiden waren felle, impulsieve en radicale Joodse mannen die een ideaal nastreefden en de mensen op hun geloofsovertuiging aanspraken door Jezus als Messias te verkondigen. Een gevaarlijke en riskante overtuiging, want zij moesten het met de dood bekopen. Beiden ontvingen na Jezus’ dood een overweldigend visioen van zijn aanwezigheid, om zich niet terug te trekken in angst of in afkeer, maar Jezus als Verlosser te erkennen en van zijn goede boodschap van Verlossing te getuigen.
Getuigen van dit geloof. Met het risico dat de dood er op volgt. Zo ervoer ik ook de verschrikkelijke gebeurtenis dat tientallen vrome christenen in een kerk in Damascus, terwijl zij aan het bidden waren, door islamitische terroristen werden neergeknald. Het martelaarsverhaal van Petrus en Paulus dat uiteindelijk in de Joodse gemeente in Rome eindigt met de dood van beiden, is geen ver verleden tijd. Het christelijk geloof is een waagstuk: een geloofsovertuiging kent een prijs. Wat hebben wij daar voor over?
Wat doen wij als wij in de knel komen? Hoe houden wij ons geloof levend?
Kunnen wij onze geloofsovertuiging delen met anderen, ook als zij ons niet welgezind zijn? Er kan een reactie volgen van ongeloof, verbazing, spot of zelfs boosheid. En deinzen wij dan terug, of besluiten we om het contact helemaal niet aan te gaan, weg te kijken, onze mond te houden? Is dat onze taak omdat het ons lijfsbehoud betreft? Of durven we onvervaard onze overtuiging ten beste te geven in ons leven aan te wijzen op welke momenten God ons gered heeft?
In wiens voetspoor willen wij treden? In dat van Jezus en diens volgelingen Petrus en Paulus? Of dichterbij: geliefde heiligen, onze ouders en opvoeders, dierbare vrienden en vriendinnen, Paus Franciscus. Of zij die van hun geloof getuigden en moderne martelaars werden: onze Nijmeegse Titus Brandsma en Ferdinand Hamer. Kunnen wij, willen wij ook in het voetspoor van Petrus en Paulus te treden? Als u dat durft, dan is licht het gevolg!
Zoals Petrus in zijn diepe nood in de kerker plotseling een groot licht ervoer, een engel des Heren ontwaarde die hem bij de hand nam en als vanzelf vielen alle ketenen van hem af; zoals Paulus die de moed niet opgaf op al zijn zendingsreizen, omdat Gods barmhartigheid hem met deze missie had belast, want hij verkondigde niet zichzelf maar Jezus Christus als de Heer, zoals diezelfde God hem had gezegd: ‘uit de duisternis zal licht schijnen’.
Zo heeft God in ons allen licht willen doen stralen, diep in ons hart, om ons de kennis te schenken van de heerlijkheid die ligt in de verlossing van Jezus.
Wie brengt het licht in jouw, in uw leven? En is dat hetzelfde licht dat ook verlossing kan brengen, zoals Petrus en Paulus dit licht ervoeren? Als we van ons geloof willen getuigen, mogen we dan vertrouwen hebben dat we, indien standvastig, dat licht zullen ervaren zoals die twee grote voorgangers van ons geloof, toen ze in benarde omstandigheden verkeerden..
In welk voetspoor treedt u, treed jij. En wie loopt er samen met je op, naast je, of vlak voor je uit? Heb je ook volgelingen, die weer in jouw voetspoor treden? Want voor je het weet draag je dertig- zestig- of honderdvoudig vrucht. Dan besef je dat je het woord hebt gehoord en begrepen. Dan is het woord vlees geworden en is in ons en onder ons gaan wonen. En hebben wij dat woord doorgegeven. Dan ervaar je dat je ooit lang geleden in goede aarde bent gezaaid, op goede grond, waarin en van waaruit jij je spoor hebt gestart, Hem achterna. Amen.
Overweging 22 juni 2025
Voorganger: Rene Klaassen
Lezingen: Genesis 14.18-20 en Lucas 9,11b-17
Thema: Brood ten leven
Afgelopen zondag hebben de voorgangers ons een dialoog geschetst tussen vier mensen, mannen neem ik aan. Van elkaar verschillend in religieuze opvatting, maar allemaal gelovend in dezelfde God. Ze spraken over de mensentalen die gebruikt zijn om God, de Eeuwige, de Allerhoogste, het mysterie onder woorden te brengen. De taal die God zelf, die door Jezus, God -zelf-op-aarde, gebruikt zou hebben om ons mensen te bereiken: Het Aramees, het Hebreeuws. Later vertaald naar het Grieks en uiteindelijk na Jezus, het latijn. En dat kwam ter sprake om antwoord te geven op de vragen: hoe we de Eeuwige, als drie – in – een moeten zien. Hoe we het mysterie van God via de mannelijke en/of de vrouwelijke kant kunnen benaderen.
Een scheppingstheoloog, zal op dit punt inbrengen dat de Eeuwige de aarde en de hemel de planten en de vogels en de vissen en niet te vergeten de mensen zo geschapen heeft dat ze vrijwel geheel voor de helft mannelijk en de andere helft vrouwelijk geschapen zijn. En wanneer god geschapen heeft naar zijn beeld, dan heeft in die theologie God ook voor ongeveer de helft een vrouwelijke kant, een te weinig belichte kant.
Dat beeld van een ontmoeting tussen mensen die vanuit verschillende perspectieven zoeken naar een tussen ons mensen in levende God, bracht me terug naar mijn vakantie in Frankrijk. In de Elzas om preciezer te zijn en om heel precies te zijn naar een bibliotheek in de stad Sélestat.
Daar is vele eeuwen later dan de verhalen van Abraham en Jezus bij de menigte 14e eeuw, hetzelfde gebeurd. Ook in een roerige tijd. Juist in een roerige tijd. Een wetenschapper, theoloog, humanist, ene Beathus Rhenanus heeft eerst, in zijn jeugd, verzameld : handgeschreven teksten werden tot boeken, later in zijn leven gedrukte boeken in die verschillende talen. Aramees, Hebreeuws, Grieks en Latijn. Vanaf 1400 is er daar in dat Sélestat al een bibliotheek die zijn weerga niet kent en daar wordt door geleerden van allerlei pluimage gestudeerd en gedisputeerd over vraagstukken als de drie-in-ene-God en waar gaat het in de kern om wanneer mensen in kerken samen komen om te vieren. Luther bemoeit zich met het dispuut. Onze eigen Erasmus komt er om te lezen, te leren en de teksten volgens de ware Pinkstergedachte te vertalen naar zijn eigen taal, ook de onze.
Vandaag beginnen we met een verhaal uit het boek Genesis. Een van de vijf boeken uit de Joodse Thora. Hetzelfde taalspel: Begonnen met mondelinge overdracht, zeer waarschijnlijk in verschillende talen. Op schrift gesteld in het Hebreeuws. Vertaald naar het Grieks en het Latijn en nu we zijn alweer na Pinksteren verstaan we het allemaal in onze eigen taal …..
Twee grote leiders staan tegenover elkaar. Melchisedek en Abraham. De gebeurtenis vindt plaats aan het slot van een reeks oorlogen, op een moment dat er een periode van vrede aanbreekt. En wat gebeurt … twee Godvrezende mensen, Abraham op onmenselijk hoge leeftijd en Melchisedek een priester van God ontmoeten elkaar. Er wordt gezegend uit naam van de allerhoogste God die de hemel en de aarde geschapen heeft. En ze delen brood en wijn. Honger en dorst naar gerechtigheid en vrede worden gestild.
In de psalm, wordt het mysterieuze van God nog eens prachtig aan het licht gebracht en klinkt de echo van wat Melchisedek doet door.
En dan hoorden we het verhaal over Jezus, God zelf op aarde. Er is een menigte verzameld en ze zijn gekomen omdat ze hongeren naar voedsel voor op hun levensweg. Breng je dit verhaal naar onze tijd, en dat kan in een overweging, dan zijn wij die menigte, symbolisch gezien 5000, die vandaag hierheen is gekomen, op zoek naar een plek om …. Ja, om wat eigenlijk ? … om God te ontmoeten? En is de Eeuwige vandaag dan verscholen in het verhaal van Melchisedek en Abraham, twee zeer gelovige mensen? Of is God verscholen in het verhaal van die vijf broden en die twee vissen? Of is God aanwezig in ons breken en delen dat we agape noemen of bij andere gelegenheden communie.
Staat het mysterie van de Eeuwige niet altijd dicht in onze buurt wanneer we hier samen komen? Er staat een tabernakel in onze kerk, waar de geconsacreerde, de geheiligde vorm van God in broodvorm, hosties bewaren. In de monstrans die we vandaag op Sacramentsdag uit de kluis hebben gehaald zit zo’n geconsacreerde hostie : gezegend, geheiligd brood. En brandt niet dagelijks, dag en nacht hier de Godslamp die uitdrukking geeft aan Gods permanente aanwezigheid in gebouw?
Eigenlijk spreekt hier altijd alles van Gods aanwezigheid: de ramen, de beelden, de kruisweg, de altaren uit de oude kerk die er niet meer is. We komen samen in een goddelijk mooi gebouw. Je realiseert je dat dan wel niet iedere keer wanneer je hier vergadert, of poetst, of een tentoonstelling in richt of een met je koor repeteert, maar het is er permanent. En je kunt er op elk moment aanspraak op maken.
Er staan vandaag twee uitersten gebroederlijk naast elkaar klaar om gevierd te worden. Ze zijn met elkaar verbonden doordat ze dezelfde tafel delen. Gaat er een priester voor, vieren we eucharistie. Dan delen geheiligde handen geheiligd brood en wijn. De voorzijde van een sacrament. En wanneer anderen voorgaan, delen we gewoon brood. Maar we vragen wel om zegen van de eeuwige en ik geloof vast dat hij die zegen ook verleent aan ons. Je zou kunnen zeggen de keerzijde van het sacrament … dan delen we brood, soms wijn, soms druiven. Maar altijd weten we ons verzekerd van de Goddelijke zegen en aandacht waar we in het tafelgebed om gevraagd hebben.
En vandaag op Sacramentsdag zijn die twee met elkaar verbonden. Daar op de tafel met een wit lint. Wit de kleur van de volmaaktheid, gerechtigheid, de kleur van de vrede, de kleur van de grote feesten.
En we leven in de overtuiging dat juist die zegen dat brood maakt tot voedsel voor op onze levensweg. Het sterkt ons evenzogoed in ons verlangen naar de ontmoeting met het mysterie van God … in onze zoektocht naar kracht en steun op onze levensweg ….
Moge het zo zijn.
Overweging 15 juni 2025
Voorganger: Wim Rigters
Lezingen:Dans mee met vader, zoon en geest,
Thema: Dans mee met Vader, Zoon en Geest.....
‘Laat in ons het inzicht rijpen / van wat mensen noemen 'God', en zaai twijfel in mijn geest, als ik u te zeker weet.’
Het Godsbegrip van de christenen in de eerste eeuwen werd gevoed en gevormd door de herinnering aan Jezus, die, als hij het over God had, Hem 'Vader' noemde, 'mijn vader' en 'onze vader'; door de herinnering, dat als de mensen Jezus hoorden spreken en doen, ze dachten: zo vader zo zoon; iemand die zo spreekt en doet moet wel een mens naar Gods hart zijn, en zij noemden hem Gods Zoon. En door de herinnering dat - na zijn dood, toen ze zich geen raad meer wisten - ze langzaam begonnen te beseffen dat hij hen niet in de steek gelaten had, maar dat zij zijn geest hadden, om verder te gaan, verder dus: met en in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Maar al gauw werd deze belijdenis aanleiding voor een steeds groter en heviger wordende discussie binnen de kerk, met name over de goddelijkheid die aan de persoon van Jezus werd toegekend: is Jezus gelijkend op God of gelijk aan God. Om aan deze discussies een eind te maken werden in de vierde en vijfde eeuw alle bisschoppen samengeroepen in Concilie – 3 maal – om tenslotte definitief de leer van de Drie-eenheid vast te stellen op het Concilie van Chalcedon in 451 na Chr. Sindsdien weten wij wie en wat God is en wat wij moeten geloven: God: Vader, Zoon en H.Geest - één God in drie personen; het mysterie van de Heilige Drie-Eenheid. .. .
Maar hoe leg je dat uit?
Mijn eerste werkplek al pastor - in 1968 - was een ZMOK-internaat, een internaat voor 'zeer moeilijk opvoedbare kinderen'. Alleen jongens - van 6 tot 16 jaar. Zaterdagavond en zondagmorgen allemaal de kapel in voor de mis en een preek over lieve vader God en samen bidden 'Onze Vader'. De meesten van hen kenden hun vader niet of hadden er meerdere. En toen begon ik te denken: God Vader? Veel meer moeder!
Op 6 januari 2007 was ik aanwezig in een kapelletje op de Veluwe - Hoog Soeren - om de doop te bedienen aan drie volwassenen: Oma Lous, haar dochter Maaike en kleinzoon Lukas Zij noemden zich niet katholiek, maar zaten in een gespreks-groep van mensen op zoek naar God in hun leven. En voor hen was het moment gekomen om die God te erkennen en te eren, met het teken van de doop in water, bron van leven. "Een heel bijzondere ervaring op een bijzondere datum en plaats" stond er in het boek geschreven dat ik kreeg als dank; de titel was: 'Een geschiedenis van God. víerduizend jaar Jodendom, Christendom en Islam' - van auteur Karen Armstrong.
En toen ik in deze kerk voor het eerst in het kruisteken God ook ‘moeder’ noemde, kwam na afloop een jonge moeder met dochter naar me toe: Dankjewel - zei ze – eindelijk mag God ook moeder zijn.
De geschiedenis van God, beschreven of verteld, is wel mensenwerk; ook in de bijbel: Het is het resultaat en de weergave van de zoektocht en ontdekking van mensen, ook van Jezus. We hoorden hem in de evangelielezing: ‘Wanneer de Geest der waarheid komt, zal Hij jullie leidsman naar de volle waarheid zijn’.
“De Geest der waarheid”, . . . .
“Wat is waarheid?” – reageerde Pontius Pilatus al - vazal van de Romeinse keizer – op Jezus woorden: “Ik ben geboren en in de wereld gekomen om te getuigen van de waarheid”.
Wat is waarheid? Wie weet dat nog? Van alle kanten worden we gewaarschuwd voor nepnieuws en leiders van volken sturen hun geestverwanten om met geweld hun eigen waarheid op te leggen ... Gevolg: miljoenen slachtoffers, 133 miljoen ontheemden, van huis en haard verdreven, op de vlucht, waarheen? ....
In de Griekse tekst van het evangelie staat het woord ‘alèteia’, dat inderdaad ‘waarheid’ betekent, maar ook ‘waarachtigheid, eerlijkheid, oprechtheid, rechtvaardigheid’.
Natuurlijk: mijn waarheid mag gezegd, gedaan, maar niet zonder wederzijds respect.
Een anglicaan, een lutheraan, een orthodoxe en een katholiek zitten aan de balie van een café te praten over Gods moedertaal . . . .
Ik denk: dat is de taal van liefde.
Zei de evangelist van vandaag dat al niet in zijn brief: God is liefde?
Wij dansen mee met deze Drie,
op weg van feest tot feest.
Een jubelzang gaat in het rond
om Vader, Zoon en Geest.
De liefde, het geloof, de hoop,
zij leiden tot dit lied:
verweven met ons leven is
de dans van deze Drie!
Overweging 10 mei 2025
Voorganger: Rene Klaassen
Lezingen: Handelingen 1, 15-36 en Johannes 10, 27-30
Thema: 1700 jaar Concilie van Nicea; Samen beraden, samen geloven, samen vieren
Nog maar net, twee dagen geleden is er een conclaaf afgesloten, met de keuze van een nieuwe paus. Een conclaaf is een gesloten bijeenkomst van kardinalen zo u wellicht weet. Geen invloed van buiten werd toegelaten.
Een ernstige zaak dus, zelfs in onze dagen. Het conclaaf heeft wellicht de vorm van een concilie als voorloper gehad. Ook dat is een vergadering, eerder een congres, zou je moeten zeggen, van kerkleiders, bisschoppen en kardinalen, onder leiding van de paus.
Als dat niet een directe verbinding is met wat er 1700 jaar geleden in Nicea gebeurde, weet ik het ook niet meer.
Nicea ligt zo’n 100 km zuidelijk van het huidige Istanbul, toen Constantinopel. Toen, de woon - en verblijfplaats van keizer Constantijn, keizer over een onvoorstelbaar groot rijk. Onder zijn leiding zijn langzaam de Christenvervolgingen gestopt. Vanaf 310 zijn ze voorbij. Maar ongeregeldheden, klein en groot over welk geloof het sterkst was zijn nog altijd aan de orde van de dag. Ze zorgen voor onrust. Constantijn wil daarvan af. Constantijn wil vrede: Pax. En hij was het dan ook, die dit concilie bij elkaar heeft geroepen. Een overleg met alle bisschoppen die hij maar bij elkaar kon krijgen,. Alle beschikbare middelen waar hij als keizer over beschikte, mochten worden ingezet. De wegen, de paarden, de wagens en zelfs escortes om veilig in Nicea aan te komen en weer thuis te komen. Geen moeite was hem te veel om zoveel mogelijk leiders, bisschoppen mét hun assistenten, uit christengemeenschappen bij elkaar te krijgen.
Misschien ook nog even naar de tijd van het concilie, het jaar 325. We weten dat er op heel veel plaatsen in de toenmalig bekende wereld Christengemeenschappen blijvend waren opgericht. Veel van die plaatsen waren ooit bezocht, in vlam gezet, door bij voorbeeld Petrus en Paulus en hun directe vrienden. Het waren plaatsen waar de nieuwe gelovigen werkten en woonden, zich beraadden, samen geloofden en samen vierden. Die gemeenschappen stonden met elkaar in contact via brieven. Dat weten we zeker. Primair uit het boek handelingen. En ook uit de brieven van de apostelen. In brieven vroegen gemeentes om hulp bij hun vragen … én ze kregen antwoord.
Uit dat boek handelingen en uit de brieven van Paulus weten we ook, dat ze het lang niet op al die plaatsen eens waren op het gebied van wat ze wel of juist weer niet geloofden. Er waren soms flinke meningsverschillen tussen gemeentes en hun leiders. Die leiders groeiden in de eerste eeuwen uit tot herders, zoals Johannes dat beschrijft dat Jezus dat was: “Want wat mijn Vader Mij heeft toevertrouwd, gaat alles te boven: niemand kan het ontrukken aan de hand van mijn Vader! Ik en de Vader, Wij zijn één.’
In al die steden deden die herders hun best om hun kuddes volgzaam te maken en één in geloof. Alles was immers afkomstig en tegelijk gericht op één en dezelfde God. Een eenheid van Vader Zoon en Geest. En toch waren de verschillen soms aanleiding tot conflicten.
En nu was het juist de keizer, die de onrust van conflicten uit de weg wilde hebben. Hij wilde vrede – Pax. Bruggetje naar de afgelopen week: ook de eerste woorden van onze nieuwe paus aan het einde van ook zo’n vergadering. Constantijn had gaandeweg in zijn levensgeschiedenis dat geloof in God en Jezus, als vader en zoon ervaren. Hij was gehuwd met een Christelijke vrouw. Zelf raakte hij meer en meer overtuigd van het gelijk van christendom, boven het veelgodendom van de Romeinen. Hij was een man, die graag regels zwart op wit zag staan, zodat ze maar voor één uitleg gebruikt konden worden en helder was wie er gelijk had en wie niet en waar de grenzen lagen..
Op grond van dit laatste groeit hij naar het besef dat die Christenen met al hun verschillende interpretaties van hun geloof eens bij elkaar moesten komen om hun huisregels op te stellen. Hij wist dat er een splijtzwam aan het woekeren was rond de kernvraag: die Jezus, was dat nu echt de Zoon van God, die God zelf naar de aarde gezonden had. Als het ware God zelf die op aarde had rondgelopen? Of was die Jezus veel eerder een mens met een heel bijzondere levensloop, zeg maar naar God toe gegroeid?
Het was de bedoeling van Constantijn om onder zijn persoonlijke leiding in een vergadering met al die verschillende meningen te komen tot een eenduidige uitleg. Er staan duidelijk twee kampen tegenover elkaar. En op tafel liggen twee vragen waar vaak onenigheid – onrust over is: op welke datum moeten we het belangrijkste feest vieren? Pasen. Helaas is er op die vraag, die veel besproken zal zijn geweest nooit eenvormigheid gekomen. Tot op de dag van vandaag vieren we op verschillende dagen het Paasfeest. In feite de kern van ons verrijzenisgeloof.
De tweede vraag was : En wie was die Jezus nu eigenlijk? Werkelijk de zoon van God en dus zelf ook God? Of was hij primair een mens met goddelijke kwaliteiten?
Wanneer de bisschoppen en hun assistenten bij elkaar zijn in Nicea opent de keizer zittend op zijn zetel vooraan in zijn basilica het concilie. Hij zal duidelijk geweest zijn in zijn doelstelling: zorg dat je er samen uitkomt !!
De meningen worden volgens de regels toegelicht en fel bediscussieerd. De keizer straft zelfs wanneer de spelregels overtreden worden. Mijn Sinterklaasvingers jeuken op dit punt om niet in een Nicolaas legende te vervallen. Welke bisschoppen er waren weten we niet met zekerheid. Maar kwamen ze uit de plaatsen waar ooit Paulus voet aan de grond heeft gehad? Steden die we kennen als Rome, Jeruzalem, Antiochië, Tarsus , Efeze, Filippi, Tessaloniki, Korinthe, Demre, het huidige Myra. Ik weet dat daar in de dagen van het concilie in Nicea ene Nicolaas bisschop was. In een legende heeft hij het op het concilie zo heftig aan de stok met Arius dat de twee op de vuist gaan. Beiden worden van het concilie geschorst door de keizer. Hij ontneemt ze zelfs hun bisschoppelijke status symbolen als stola en gebedenboek. Mijters werden toen nog niet gedragen. Hij zet ze geketend in het gevang. Nicolaas bidt de gehele nacht tot Christus en als in een droom verschijnen Maria en Jezus. Deze geven hem zijn stola en zijn evangelieboek terug en verlossen hem van zijn ketenen en openen de deur van de gevangenis. Zo wandelt Nicolaas de volgende ochtend weer de concilie vergadering binnen. Deze legende, want dat is het, bewijst dat het theologische standpunt van Nicolaas het ware standpunt is: in het kort : Jezus is …. God uit God, licht uit Licht, ware God uit ware god.
Er is duidelijk meer onenigheid geweest bij de bisschoppen onderling dan bij het conclaaf dat vrijdagavond om een paar minuten over zes is geëindigd. Maar er komt wel een eenduidig document tot stand. De geloofsgetuigenis, die wij nu al zo’n 1700 jaar met elkaar uitspreken om te zeggen wat we nu feitelijk geloven. En natuurlijk, net als toen zijn we het tot op de dag van vandaag niet 100% met elkaar eens en is er ruimte voor onderling overleg. Ruimte voor samen beraden. Wat het voor mij betekent hoeft niet perse hetzelfde voor jou te betekenen. Maar de kern ervan, samen geloven, die staat als een huis. En vanuit die kern komen we wekelijks niet alleen hier, maar over heel de wereld samen, om tot zijn gedachtenis te vieren. Daarin ligt de kern, daarin ligt de waarde van die bijeenkomst toen, en de uitkomst die we al 17 eeuwen met ons mee dragen
Moge het lang zo blijven …. Samen beraden, samen geloven, samen vieren ….
Overweging 27 april 2025
Voorganger: Wim Rigters
Lezing: Handelingen 5,12-16 en Johannes 20,19-29
Thema: Wat wil ik zien?
Ik wil beginnen met een citaat – u mag raden van wie:
“Onder de vele vragen die ik mijzelf stel, houdt wel geen mij meer bezig dan het raadsel dat de zich ontwikkelende mens, prat en fier op zijn vooruitgang. zich in zo groten getale afkeert van God. Ontstellend is het dat wij in onze tijd van zo grote vooruitgang op allerlei gebied staan voor een als een besmettelijke ziekte voortwoekerende godsontering en godsontkenning. Hoe is het godsbeeld zo verduisterd dat zovelen er niet meer door getroffen worden? Is daar tekort alleen aan hun zijde? Of wordt er iets van ons gevraagd om het weer in helderder licht te doen stralen over de wereld en mogen wij de hoop hebben dat een studie van het godsbegrip deze grootste van alle
noden tenminste lenigen zal?”
Enig idee van wie dit is? . . . Uit een lezing van Titus Brandsma in 1932. (P.Nissen: ‘Zo verborgen
is God niet)
En dit stond op een van de kaarten die we laatste kerstmis ontvingen: “Er is hoop om ons heen
en in ons. Laten we maar goed kijken, het vinden en benoemen.”
“Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.” . . . .
Ongelovige Tomas!! . . . en wie gebruikt die woorden niet maar wat graag naar anderen die niet wil zien wat ik zie en niet gelooft wat ik geloof? En toch kan het bij mij er maar moeilijk in,
dat Jezus hier Tomas even op zijn nummer zet.
In een interview met schrijver en activist Tommy Wieringa n.a.v. zijn essay over hoe je staande te houden in de klimaatcrisis, vraagt de interviewer: ‘je beschrijft hoe je zwerfvuil opruimt hier op de dijk. Dus je komt net uit een oorlog – Oekraïne - en dan loop je hier weer met je prikker’. ‘Nee, - antwoord Wieringa – met blote handen hoor. Ik heb geen prikker. Ik heb besloten om van mijn medemensen te houden door bijvoorbeeld gewoon hun vuil met de handen op te rapen. Je komt van alles tegen in zo’n berm. Wat ik beschrijf in het essay is hoe vuil rapen een vorm van optimisme zonder hoop is. Ik weet best dat het er de volgende dag weer ligt. Er is niet langer een verwachting dat het schoon zal blijven. Vroeger kon ik het vuil in twee handen meenemen, tegenwoordig ligt er soms een complete vuilnisbelt. Maar ik doe het toch. Gooi maar neer, ik ruim het wel op. Ik verwacht niet langer dat mijn daden mijn medemens veranderen.’
‘Een vorm van optimisme zonder hoop’ . . . ‘ik verwacht niet langer dat mijn daden mijn
medemens veranderen’ . . . . Ik doe wat ik denk dat ik moet doen.
Wat verwachtte Tomas te zien – die dag, één week na Pasen? Jezus, in levende lijve? – ‘omdat je mij gezien hebt, geloof je’? – of omdat hij antwoord kreeg en zag op zijn vraag: ‘alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand
in zijn zij kan leggen, zal ik geloven’?
In zijn boek ‘Raak de wonden aan’ stelt de Tjechische priester, psychotherapeut en filosoof Thomas Halik, dat ‘een geloof dat de duisternis van Goede Vrijdag niet ondergaat, de volheid van de Paasmorgen niet kan bereiken’. Er is geen opstanding zonder kruis, geen geloof zonder wonden en twijfels. Er zijn veel gewonde medemensen in onze maatschappij, fysiek en/of geestelijk gewond; door de loop van de natuur, door ongeluk, door geweld, door onverant-woord gedrag van henzelf of anderen, door misdaad en criminaliteit. Er zijn duizenden medemensen die zich dagelijks inzetten deze wonden te voorkomen, te verzorgen, te helen,
ervoor kiezen de wonden aan te raken, professioneel, vrijwillig: verborgen God?
In zijn laatste paasboodschap – vorige zondag - waren dit woorden van Paus Franciscus: “Op deze dag zou ik graag willen dat we onze hoop terugvinden, net als ons vertrouwen in anderen, ook in degenen die anders zijn dan wij, of die uit verre landen komen, en die onbekende gewoonten meenemen, manieren van leven en ideeën. We zijn allemaal kinderen van God! Ik zou ook onze hoop willen hernieuwen dat vrede mogelijk is. . . . Moge het principe van menselijkheid als tijd het uitgangspunt zijn van ons dagelijks handelen. . . . Dankzij Christus,
gekruisigd en opgestaan uit de dood, is hoop geen illusie meer.
Op een zaterdagmorgen vóór Pasen stond ik samen met zo’n honderd anderen rond de St.Walrickkapel in de Hatertse Vennen. Om 7 uur kwamen de zangers van Schola Cantorum Karolus Magnus als monniken verkleed zingend aanlopen door het bos, en terwijl wij luisterden naar de Lauden, het liturgisch morgengebed van Pasen, klom de zon en straalde ons even later vol toe door het enige venster dat de ruïne nog rijk is. En ik dacht: 'Licht dat ons aanstoot in de
morgen . . . Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen . . .
Wat wil je zien?
Thomas, help mij: zien! . . . en misschien ook durven aanraken.