Skip to main content

Woordje van de kapelaan

Een kleurrijke bedoeling

Het is weer die zondag van het jaar dat ik mag gaan uitleggen waarom we roze dragen. Maar nu we toch bezig zijn om te kijken naar wat we doen in de liturgie, zal ik dat excuus meteen aangrijpen om iets te zeggen over liturgische kleuren. Want ja, roze valt op en heeft een reden, maar er zijn meer liturgische kleuren met allemaal hun eigen reden en achtergrond. 

Dat we kazuifels in verschillende kleuren hebben, is een ontwikkeling van de laatste duizend jaar. Daarvoor hing de keuze van de kazuifel af van hoe kostbaar de kazuifel was en hoe belangrijk het feest was. Maar laten we eerlijk zijn: de meeste vrouwen kunnen je vertellen dat het een slecht idee is om mannen zelf hun garderobe te laten beheren zonder dat een vrouw af en toe (al dan niet subtiele) hints geeft. Dit toevertrouwen aan celibataire mannen is dus gedoemd om te mislukken.

Toen de Kerk in de middeleeuwen meer gevoel kreeg voor symboliek, is ze meer symbolische kleurcodes gaan gebruiken. Wit voor feesten, rood als we martelaren of de Heilige Geest vieren, paars voor rouw en boete, groen voor de tijd door het jaar. We mogen roze natuurlijk niet vergeten: het markeert het kantelpunt in de Advent en Veertigdagentijd. Het laat zien dat we op de helft zijn.

Door die kleurcodes weten we meteen waar we staan, wat we vieren en wat we kunnen verwachten. Het herinnert ons aan waar we staan in het kerkelijk jaar, wat we vieren of waar we ons op voorbereiden.

Kapelaan Nick Kersten, 13 maart 2026

 

Altaarkus

De vorige keer heb ik gezegd dat het altaar het centrum vormt waar rondom de mis zich afspeelt. Het is het symbool van Jezus die zichzelf heeft geofferd voor ons en Jezus die weer onder ons aanwezig komt. Als de priesters en diakens bij het altaar komen, kunnen ze het dus niet negeren: ze begroeten het altaar met een kus. We mogen niet vergeten dat het een begroeting is, omdat we door de mis Jezus is waardevol, omdat het iets uitdrukt. Je vrouw kussen heeft veel waarde, maar een boom kussen, is gewoon een beetje raar.

We zijn tegenwoordig niet meer zo gewend dat er wordt gekust, maar de mis is ouder dan wij zijn en overstijgt ook onze cultuur. Het kussen van het altaar als begroeting is een traditie die we hebben overgenomen van de vroege kerk. Zo vieren we nog steeds op de manier waarop onze voorouders dat ook deden.

In de mis wordt trouwens wat afgekust. Niet alleen het altaar gekust als groet en afscheid, maar ontmoeten en het altaar dus onderdeel is van die ontmoeting met God. De kus

ook alles en iedereen die symbool staan voor Jezus. We kussen ook het evangelieboek, want we ontmoeten Jezus in het woord. We kussen elkaar bij de vredeswens, oké tegenwoordig geven we elkaar meestal een hand, want we zijn als gedoopten onderdeel van het lichaam van Christus. 

Kapelaan Nick Kersten, 8 maart 2026

 

Een stevig middelpunt

Wanneer onze processie aankomt aan de voet van het altaar, dan zien we meteen dat het altaar het middelpunt is. Het altaar vraagt om je aandacht. Het is groot, zwaar, van mooie steen gemaakt en versierd. Het is geen tafel die je aan de kant kunt schuiven of voor iets anders kunt gebruiken. Nee, tijdens heel de mis verwijst het altaar naar wat er is gebeurd: Jezus die zichzelf voor ons opofferde en verrees uit de dood. Het verwijst ook  naar wat komen gaat: dezelfde Jezus die zichzelf in de hostie en de wijn opnieuw geeft aan ons.

Maar zo ver zijn we nog niet. De processie komt net aan bij de voet van het altaar. De misdienaars knielen of buigen. De celebranten, een net woord voor priesters die de mis vieren, doen dat ook. Wanneer je goed oplet, doet eigenlijk iedereen in de mis dat. De lectoren? Zij buigen voor het altaar. De cantor van de tussenpsalm? Die buigt. De collectanten? Ook zij buigen. Iedereen buigt voor het altaar dat in ons midden is. Dat doen we niet omdat het zo’n mooi ding is. De preekstoel is ook heel mooi, maar ik heb nog niemand zien buigen naar de preekstoel. Nee, we brengen steeds een eerbetoon aan het altaar, omdat het als verwijzing naar het offer van Christus het centrum van onze liturgie vormt.

Kapelaan Nick Kersten, 1 maart 2026

 

Komt allen tezamen

Nee, het is geen Kerstmis, dat weet ik. Toch komen we allen tezamen, is het niet? Elke eucharistieviering is een samenkomst van gelovigen die samenkomen om te vieren. Als de gong slaat en het koor begint te zingen, is dat dus geen opvulling van tijd. We zijn al begonnen. Iedereen in de kerk staat, omdat we staan uit eerbied voor Hem die we willen eren, omdat staan een gebedshouding is, omdat staan laat zien dat we letterlijk klaarstaan als het lichaam van Christus dat is samengekomen.

Tussen dat lichaam van Christus dat samen is gekomen, bewegen zich dan de misdienaars, diakens en priesters. Wierook loopt voorop. Wierook betekent letterlijk “heilige rook”, dus wat we gaan doen moet wel heilig zijn. Daar lopen ze dan, in processie. Misdienaars, uniform in dezelfde witte alben, niet omdat de huidige mode van de jeugd onbegrijpelijk is, maar als symbool van het doopsel. Ze dragen het kruis, het symbool van Christus. Een teken dat we Christus gaan ontmoeten in Zijn offer. 

Als er een diaken is draagt hij het Evangelieboek mee, omdat we in het verkondigde woord van God het Woord van God leren kennen. De priester sluit de processie af. God gaat hem lenen om in persona Christi te handelen. Hij doet niet alsof, God gaat hem gebruiken als instrument, als gereedschap om de aanwezigheid van Christus vorm te geven. 

Nog voordat er een voet is gezet op het priesterkoor is meteen duidelijk wat we gaan doen: het volk van God komt samen om God te ontmoeten.

Kapelaan Nick Kersten, 22 februari 2026